VN MediagidsDe rijdende kermisschool - Kind van de cakewalk

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

De verhalen 15.07.2011

Door Sophie Derkzen

Tussen woonwagens, caravans en trucks krijgen kermiskinderen basisonderwijs op wielen. 'Kind, open je ogen, het leven kan anders zijn.'

Albert Ordelman jr. en Gielijan van der Laan op de kermis in Haarlemmermeer
Albert Ordelman jr. en Gielijan van der Laan op de kermis in Haarlemmermeer

Het is kermis in Ouderkerk aan de Amstel. Hoog boven de huizen van het dorp glinstert een ijzeren staak in de ochtendzon. De Megabooster van hun vader is wel vijfenveertig meter lang, wijzen Evert en Johan. Echt niet, veertig, roept Donny van de autoscooters. Onverstoorbaar beschrijft de tweeling hoe hard de gondels, met plaats voor vier, aan de lange paal wel kunnen ronddraaien. En dat ze ook nog over de kop gaan. Christo hoort het rustig aan. Zijn vader heeft een Poliep, maar die is helaas niet mee; ze staan hier alleen met een frietkraam. Als de discussie over de technische wapenfeiten van vaders booster te hoog dreigt op te lopen, grijpt juf Petra in: er moet weer gerekend worden.

De vier jongens uit groep zeven en acht zitten in een klaslokaal als alle andere: met schoolbankjes, tl-lampen en grijsblauw linoleum op de vloer is de Rijdende School every inch een basisschool. Alleen staat het hele gevaarte, inderdaad, op wielen.

In het kermisseizoen, van maart tot november, trekken veertien van deze schoolwagens langs de grotere kermissen van het land. Ook in de grote vakantie gaan hier de lessen door.

Voor kleinere groepen zijn er drie minischolen; daarnaast toeren er docenten in lesbusjes rond. Zo krijgen zo'n driehonderd kinderen van kermisexploitanten en circusartiesten basisonderwijs aan huis: ingeparkeerd tussen de woonwagens, caravans en trucks van hun ouders.

De Rijdende School in Ouderkerk a/d Amstel. Rechts juf Petra Sormani
De Rijdende School in Ouderkerk a/d Amstel. Rechts juf Petra Sormani

Sleutelhangers en paraplu's

De exploitanten doen in een seizoen zeker twintig plaatsen aan. Ze staan er een week, soms iets langer. De schoolklassen wisselen dan ook voortdurend van samenstelling. 'Nu speel ik buiten met Evert en Johan,' zegt Christo. 'Volgende week heb ik weer andere vrienden.' De kinderen werken in hun eigen tempo en gebruiken hun eigen lesboeken: die van hun 'winterschool', de basisschool waar ze naartoe gaan in de maanden dat ze niet reizen. En dus ligt er in Ouderkerk een kakofonie aan rekenmethodes op de tafels. Intussen knutselen drie kleuters aan de andere kant van de boekenkast een hoedje van papier. Flexibiliteit is voor zowel kinderen als docenten het toverwoord: op de Rijdende School huist groep één tot en met acht op een paar vierkante meter.

Later die ochtend werkt juf Petra met de vier oudste jongens aan nieuwsbegrip: ze bespreken de trouwerij van de Britse kroonprins en zijn Kate. De hele materie boeit hen zichtbaar matig. Totdat het gesprek op de merchandise rondom het huwelijk komt. Onmiddellijk leven de jongens op en er volgt een geanimeerde opsomming van de mogelijkheden voor sleutelhangers en paraplu's. 'Dat is bekend terrein,' glimlacht Petra Sormani even later. 'Zodra er gehandeld wordt, vinden ze het prachtig. Onze kinderen zijn enorm betrokken bij het werk van hun ouders. Als je op de kermis woont, speelt het leven zich nu eenmaal op een klein stukje af.'

De meeste kinderen reizen vanaf hun geboorte mee in het bedrijf. Hun wereld is er een van opbouwen en afbreken, van 'draaien' en weer verder trekken, vaak al generaties lang. Maar er klinken zorgen in kermisland. Exploitanten kunnen het hoofd steeds moeilijker boven water houden, zegt Nicole Vermolen, voorzitter van de Nationale Bond van Kermisbedrijfhouders. Volgens Vermolen zijn het vooral de gemeenten die de kermisbedrijven op kosten jagen. 'Onze mensen tellen honderden euro's neer voor een standplaats voor hun salonwagen, ze moeten meebetalen aan promotie en beveiliging. Zelfs een vuilnisbak wordt in rekening gebracht.' Afgelopen weekend verscheen in Trouw al een onheilstijding over de kleine dorpskermis: die dreigt volgens de krant bij gebrek aan animo uit te sterven.

Ook de ouders van de leerlingen van de Rijdende School zijn er niet gerust op. De bezoekersaantallen lopen terug, het wordt steeds lastiger om aan je centen te komen, zeggen ze. Biedt de kermis nog toekomst voor hun kinderen, die veelal langer naar school gaan en dus hoger opgeleid zijn dan zij?

De imposante stacaravan van Donny's ouders staat tien meter verderop naast de school, in een lange rij wagens aan de rand van de polder. In de lunchpauze trekt hij een sprintje naar huis. Hij had zijn sommen al een half uur af, grijnst hij van onder zijn petje. Dat Donny (12) goed kan leren, heeft hij van zijn vader, zegt moeder Saskia Elsinga boven een dampende koekenpan. Haar man kon naar het atheneum, maar stapte in de botsautozaak van zíjn vader. Zij, kind van de cakewalk, stopte in de derde klas met de huishoudschool. Maar sinds de leerplicht is aangescherpt, zijn die tijden voorbij. Binnenkort vertrekt Donny naar een gastgezin - de middelbare school wacht.

Het is de grote zorg van vrijwel alle kermisouders, moeder Elsinga noemt het 'de zwarte kant' van hun bestaan: dat je je kinderen zo jong bij vreemden moet achterlaten. De rest van de familie staat vaak ook op de kermis, en stoppen met reizen is voor de meeste gezinnen geen optie. Bij de Citotoets, afgelopen februari, scoorde Donny 544 uit 550. 'Daar schrok ik gewoon van,' zegt Elsinga. 'Hij heeft advies voor tweetalig vwo, maar dat vind ik te hoog voor hem. Dan moet hij straks én het huis uit, én ook nog op de hogere school al dat huiswerk maken. Straks zit hij de hele dag op zijn kamertje. Dat wil ik hem besparen.'

En dus gaat Donny na de zomer naar een gewone brugklas. Zelf is hij daar absoluut niet rouwig om. 'Ik heb gehoord dat je anders elke dag minstens zes uur moet leren, en ook nog allemaal in het Engels. De juffen zeggen dat het wel lukt, maar ik denk bij mezelf: veel te moeilijk. Je hebt het alleen nodig als je in het buitenland gaat studeren, en ik denk echt nooit over een ander beroep. Mijn opa heeft het bedrijf van zijn vader overgenomen, dat ga ik straks weer doen. Ik wil gewoon op de kermis blijven.'

- De meeste kinderen reizen vanaf hun geboorte mee in het bedrijf

Kermis-mbo

Wie op de kermis opgroeit, beaamt: het is een leven dat je niet gauw loslaat. En nee, dat begrijpen ze 'aan de wal', in de 'burgermaatschappij', waarschijnlijk niet. Het is hard werken, maar je krijgt er veel voor terug, leggen Albert Ordelman en Eddy de Haan uit: vrijheid. Ze zaten samen op de Rijdende School, net als hun zonen nu. Voor het kassahok van de omvangrijke Ordelman rennen de twee jongetjes rond over het zanderige kermisterrein. Albert junior is met zijn negen jaar in veel opzichten het evenbeeld van Ordelman senior, constateert de laatste tevreden. 'Hij is geen figuur die voor een baas gaat werken, dat kun je nou al zien.' Ordelman benadrukt dat zijn zoon later natuurlijk 'een vrije keuze' heeft. 'Als Albertje wil gaan leren, mag dat van mij,' zegt hij. Alleen komt hij dan op zijn dertigste het bedrijf niet meer in. 'Het is of het een of het ander. Ik kon indertijd voor mijn vader geld verdienen, er moet wel wat tegenover staan.' Ordelman hield het na de middelbare school voor gezien. 'Kijk,' zegt hij, met een weids armgebaar over de kermis: 'Niemand heeft hier echt belang bij een opleiding. Wij hebben het familiebedrijf als zekerheidje: je hebt werk waar je sowieso oud mee kunt worden. Althans, dat is tot nu toe nog altijd gelukt.'

Want echt druk wil het ook deze week, op het voormalige Floriadeterrein in Haarlemmermeer, niet worden. Het is een slechte vrijdagmiddag: er slenteren wat schooljeugd en een paar grootouders met kleinkinderen langs. 'Kom kijken, de allernieuwste,' roept Ordelman om de vijf minuten door zijn speaker. De Inversion XXL heeft hij van het voorjaar uit Sevilla gehaald, al zijn geld zit erin. 'Het is een miljoeneninvestering. Dat realiseren mensen zich niet, als ze klagen dat ik vier euro kost.' Hij gooit er nog maar een 'Hey, hey, op z'n kantje' tegenaan. Even kijkt hij peinzend over het verlaten terrein, dan zegt hij: 'Ik zou het wel moeilijk vinden als Albert de kermis niet zou willen. Ik hoop dat we ooit samen op de grote kermis van Tilburg staan. Dat is toch een stukje erkenning.'

Vader De Haan knikt instemmend bij het relaas van Ordelman. Ook zijn Eddy wil niets liever dan de kermis, zegt hij. De kleine is vier. Zelf is hij op zijn zeventiende voor zichzelf begonnen; inmiddels heeft hij een ballenspel en een schiettent. En dat gaat prima met een paar jaar mavo, grinnikt hij. 'Wij van de kermis leren eigenlijk niet door. Niet omdat we niet willen, maar er is gewoon geen vervolgopleiding voor ons: er is geen mbo-kermis.' Ordelman somt op: 'Elektronica, hydrauliek, pneumatiek: je moet overal een beetje verstand van hebben. Ik heb dan wel een boekhouder, maar die moet ik ook snappen. Dat had ik op school niet allemaal tegelijk kunnen leren.'

Donny Elsinga gaat binnenkort naar een gastgezin
Donny Elsinga gaat binnenkort naar een gastgezin

Advocaat worden

Voor de Haarlemmermeerse kermis, groter dan die in Ouderkerk, is de Rijdende School uitgerukt met twee wagens: een voor de kleuters en een voor de bovenbouw. In de klas van kleine Albert beantwoorden vrijwel alle kinderen de vraag naar hun toekomst met een gedecideerd 'kermisexploitant'. Een enkel meisje houdt daarnaast de optie van nagelstyliste of kapster open, maar eigenlijk heeft alleen Gielijan andere plannen. 'Ik ga eerst doorleren,' zegt hij. En daarna? 'Vrijwilligerswerk of fotograaf. En ik zit eraan te denken om advocaat te worden. Dat klinkt een beetje saai, maar dan kun je mensen beschermen. Mijn moeder zegt het ook: als ik meteen naar de kermis ga, wat kan ik dan?'

Moeder Carin van der Laan is in de wagen net haar gasstel aan het schoonmaken, en over een uur vertrekt ze naar het concert van de Toppers, maar we mogen best even gaan zitten. Ze doet graag haar woordje in de krant, want er zijn al genoeg vooroordelen over 'kermisklanten'. 'Ze zeggen wel dat onze medelanders moeten integreren, maar wij hebben ook een cultuur die mensen niet kennen. Zijn ze verbaasd dat ik een wasmachine heb. Wat dacht je dan, een wasbord?'

Ze moedigt haar kinderen niet voor niks aan om verder te leren, brandt ze los. De van oorsprong Limburgse maakt zich grote zorgen. 'Het zal voor hen met de dag moeilijker worden. Mijn ouders begonnen met Pasen en waren in het najaar klaar; nu reizen we met drie zaken om rond te komen. En 's winters verkopen we nog oliebollen ook.' Eigenlijk zijn er naast de economische crisis drie factoren voor de malaise, somt ze op. Er is veel meer concurrentie, neem al die overdekte speeltuinen, waar je vroeger alleen de Efteling en Slagharen had. Factor twee is de ritprijs: op haar kinderattractie mag ze nog maar één euro pakken. 'Je hebt je stroom, je brandstof, je personeel, je verzekeringen en die zijn ook nog allemaal duurder geworden. Probeer dan maar eens duizend euro te beuren, dat zijn duizend kinderen.' En drie: kinderen vinden kinderattracties niet spectaculair meer. Ze willen in de Poliep, gebaart ze naar de octopus aan de overkant. 'Wij hebben familie in alle sectoren, maar de kinderattracties krijgen de hardste slag. En als ik nou betere tijden voorzag. Maar nu ben je driehonderdvijfenzestig dagen per jaar druk, en waarvoor? Daarom zeg ik: kind, doe je ogen open, het leven kan anders zijn. Dit kan altijd nog.'

Op de achtergrond trekt dochter Gerlina de stofzuiger door het hoogpolige tapijt. Ze is net klaar met haar vmbo en wil het bedrijf in. Moeder Van der Laan heeft lang op haar in gepraat. 'Ik vind het niet verstandig. Maar ja, zij wil niet verder leren. Ze heeft vreselijke last van heimwee.' Zoon Gielijan doet het goed op school, al heeft hij moeite met lezen. 'Ach, Einstein had ook dyslexie. Als hij zich meer zou inzetten, zou hij best vwo kunnen halen.' Ze haalt een laatste lap over haar fornuis, zucht even. 'Maar misschien verlang ik ook wel te veel van mijn kinderen, omdat ik het zelf niet heb kunnen doen.' En eigenlijk begrijpt moeder Van der Laan haar dochter ook wel. 'Als met Pasen de zon begint te schijnen, wil je weg. Dat zit ons in het bloed.' Natuurlijk is de kermis leuker dan dat saaie mbo. 'Maar de wereld ligt voor ze open, en dan vind ik het zonde dat ze die kans niet pakken.'

Boven: Carin en Gielijan van der Laan, die graag wil doorleren. Onder: Saskia, Duncan en Donny Elsinga
Boven: Carin en Gielijan van der Laan, die graag wil doorleren. Onder: Saskia, Duncan en Donny Elsinga

Bij nood en dood

De Rijdende School is gebouwd op de gedachte dat kinderen recht hebben op onderwijs in hun vertrouwde omgeving. In 1955 reed de eerste schoolwagen, bemand door één onderwijzersechtpaar, de Enschedese Paaskermis op. Tot dat moment waren de kermiskinderen aangewezen op de schippersscholen, of gingen ze naar school in het dorp waar de kermis stond. In de zomermaanden volgden ze vaak überhaupt geen onderwijs.

Inmiddels is de Rijdende School een volwaardige basisschool. De digitale revolutie bracht veel zegeningen. Belde het onderwijzend personeel vroeger vanuit telefooncellen aan elkaar door waar de kermiskinderen heen trokken, tegenwoordig is er een digitaal leerlingvolgsysteem, waarin niet alleen de schoolprestaties maar ook alle routes worden bijgehouden. Kinderen die langere tijd op kleine kermissen staan, krijgen onderwijs via de laptop. Dictees kunnen via de telefoon, voor nadere uitleg bieden MSN en webcam uitkomst.

Al is het niet officieel bijgehouden, de school gaat ervan uit dat het opleidingsniveau van haar leerlingenpopulatie door de jaren heen gestegen is, laat Marianne de Reuver, hoofd onderwijs van de Stichting Rijdende School weten. 'De meeste grootouders van onze huidige generatie leerlingen hebben nog weinig onderwijs genoten. Veel van de ouders hebben zelf op de Rijdende School gezeten, en vaak minstens een paar jaar voortgezet onderwijs gevolgd, meestal mavo of lts.' Er zijn ook ouders bij die nauwelijks kunnen lezen en schrijven. Dat zal de nieuwe generatie niet meer gebeuren. 'Tegenwoordig moeten kinderen onderwijs volgen tot ze een startkwalificatie hebben: een havo/vwo- of mbo-diploma. Dit jaar stroomt eenendertig procent van onze leerlingen door naar havo/vwo.'

- Rust in de les is haar credo. 'Hun hele bestaan is al zo vluchtig'

Dirk Arjaans, een praatgrage vijftiger in een kabeltrui, was in zijn jeugd een van de uitzonderingen: als kermisjongen, de eerste in zes generaties, studeerde hij af aan de heao. Maar op kantoor kon hij het niet uithouden. 'Vooral niet met mooi weer,' zegt Dirk. Inmiddels is hij met zijn vrouw Ank alweer zesendertig jaar onderweg. Aanvankelijk met het reuzenrad, maar omdat het 'steeds moeilijker werd om een nette jongeman mee te krijgen' reizen ze nu met een glazen doolhof. Dat kunnen ze met zijn tweeën af. Op de ruit van hun kassahokje prijkt een gedicht van Ingmar Heytze, ze lezen beiden graag. Ze willen zich er absoluut niet op laten voorstaan, en daarom zeggen Dirk en Ank het subtiel: ze hebben een 'wijde belangstelling'. 'En voor een heleboel hier is de wereld wel erg klein,' zegt Dirk. Volgens Ank volgen er nog steeds veel pientere kermiskinderen middelbaar onderwijs onder hun niveau. 'Dan kiezen ze vmbo, omdat je dat met een huiswerkpakket af kunt.' Zonde, vindt Ank. 'Onze kinderen hadden ook heimwee, maar dat mag geen reden zijn om ze thuis te houden.' Hun zoon deed de hts, hun dochter is inmiddels doctorandus in de sociale geografie. Ze is beleidsmedewerker bij een grotere gemeente - al had ze best voor de kermis gevoeld, zeggen Dirk en Ank. Hoe prachtig hij zijn vak ook vindt, de kermis is een harde wereld, zegt Dirk. Het lijkt een grote familie, maar dat is het niet. 'Ja, bij nood en dood, maar verder is het ieder voor zich.' Het zijn slechte tijden, en de buitenwereld maakt het de exploitanten ook al niet makkelijker. 'Vroeger waren we veel vrijer, door al die regeltjes wordt het er niet leuker op. We zijn echt ontdekt door de ambtenaren. De arbeidsinspectie, de brandweer, het liftinstituut: iedereen sturen ze op je af.'

Dirk en Ank staan met hun doolhof in Haarlemmermeer te midden van toeterende boosters en poliepen. Jan Smit schalt uit de boxen, afgewisseld door een beukende drumhit van het Safri Duo van tien jaar geleden. 'Wij draaien nooit stamp- en dreunmuziek,' zegt Ank. Dirk vindt al die techno en rap de verkeerde sfeer oproepen. Thuis luistert hij het liefst Grieg, of Sibelius.

De Rijdende School: onderwijs aan huis voor zo'n driehonderd kermis- en circuskinderen
De Rijdende School: onderwijs aan huis voor zo'n driehonderd kermis- en circuskinderen

Kruiswoordpuzzel

In de kleuterklas van Petra Sormani, honderd meter verderop tussen de woonwagens, is het intussen doodstil. De kinderen luisteren ingespannen naar het geluid van een eierwekker, die Sormani in de gootsteen heeft verstopt en die zij moeten zoeken. Dit kwartiertje is de topper van de week, zegt ze als de school uit is. 'De kinderen vinden het heerlijk. Ze zitten hier al zoveel in de herrie.' Rust in de les, is haar credo. 'Hun hele bestaan is al zo vluchtig.' Ook is er veel tijd voor dans en muziek - lang niet tot genoegen van alle ouders. 'Ze houden ons nauwlettend in de gaten, en ik vraag ze op mijn beurt altijd binnen. Het is hier een doorlopende ouderavond,' glimlacht Sormani. Ouders vinden de school belangrijk, maar vooral om goed te leren lezen, rekenen en schrijven. Want dat zijn de vaardigheden die je later nodig hebt. 'Knutselwerkjes? Waarom leert u ze niet tellen, hoor ik dan. Of ze vragen of ik niet beter een EHBO-cursus kan geven, of een workshop airbrushen: dan kunnen ze de fronten van de attracties mooi bijwerken.' Soms wordt een kind ineens opgehaald uit de klas, onder een welgemeend 'sorry juf, we vertrekken'.

Sormani vindt: je moet ermee dansen, met de kermis en zijn grillen. 'Natuurlijk zijn er verplichte nummers als de Citotoetsen, de inspectie houdt ons heel goed in de gaten. Maar je krijgt een scheef beeld als een kind vóór zo'n toets net een maand alleen thuisonderwijs met de laptop heeft gehad, omdat het midden in de Achterhoek stond. Kermismensen hebben een andere manier van leven, en dat moet mogen.'

Sormani en haar collega's staan met hun school letterlijk midden in dat leven. 'Daardoor zie ik met eigen ogen dat ze andere prioriteiten hebben, dat onderwijs voor de meesten geen doel op zich is.' Als er maar een of twee kinderen op de kermis zijn, geeft ze les aan huis: in de woonwagen. Niet zelden is de familie nog in diepe rust als ze aanklopt. 'Dan zit ik te rekenen met een kind in pyjama, terwijl vader nog even zijn bed in duikt en moeder mij raad vraagt bij haar kruiswoordpuzzel. Ik vind het een eer om zo dichtbij te mogen komen. En het vertrouwen dat je met elkaar opbouwt, helpt ook als er lastige schoolzaken besproken moeten worden.'

De leerkrachten van de Rijdende School adviseren de kinderen bij hun schoolkeuze voor het middelbaar onderwijs, samen met de winterschool waar ze officieel ingeschreven staan. 'Ik probeer de ouders mee te geven: haal eruit wat erin zit,' zegt Petra Sormani. 'Langer naar school gaan verbreedt hun mogelijkheden, en gelukkig zien steeds meer ouders dat wel in.' Maar ook als ze de havo of het vwo hebben afgemaakt, of zelfs een rechtenstudie, keren velen uiteindelijk op de kermis terug. 'Vaak zegt zo'n kind zelf: nou ben ik lang genoeg in de buitenwereld geweest. Het lijkt soms of ze die andere wereld niet goed te pakken krijgen, zoals wij die van hen niet altijd begrijpen.' En dan, na een lichte aarzeling: 'Als onderwijsmens zou ik dat misschien niet moeten zeggen, maar als je vrije keuze dan toch is: de kermis, vind ik dat eigenlijk geweldig.'





  • Cannes Het filmfestival van Cannes is in volle gang. Wat zijn de beste films en de smakelijkste roddels?
  • Sap of Dibi GroenLinks houdt een ledenreferendum. Wat is er eigenlijk te kiezen?
  • Griekse verkiezingen Op 17 juni gaan de Grieken weer stemmen. De radicaal-linkse partij Syriza en de rechts-extremistische partij Gouden Dageraad doen het goed. Wat willen ze?
  • Uit het zicht Steeds meer grote kunstwerken verdwijnen naar de huizen van rijke particulieren. Wat nu?
  • Netneutraliteit Nederland heeft als eerste Europese land netneutaliteit in de wet verankerd. Maar wat is het eigenlijk?