VN MediagidsDe radicalisering van een buurjongen

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Samenleving / integratie 11.12.2007

Door Margalith Kleijwegt

11-12-2007
Door Margalith Kleijwegt

Ger Laan: ‘Toen Hicham naar de middelbare school ging, zag ik hem veranderen’

Vier jaar geleden kwam Ger Laan samen met zijn vriendin in de Amsterdamse Baarsjes wonen. In de Van Speijkstraat, waar de gelijknamige televisieserie is opgenomen. De eerste jaren keek hij uit op de grote, oude garage die dienstdeed als moskee voor de Turkse Milli Görüs-beweging. Sinds een jaar ligt er een grote kale vlakte met een voetbalveldje van asfalt voor zijn huis. De bouw van de inmiddels bijna beruchte Westermoskee, die voor zijn deur zou verrijzen, is inmiddels voor onbepaalde tijd uitgesteld.

‘Beneden ons woonde een Marokkaanse familie,’ vertelt Laan. ‘Een moeder met vijf kinderen. Vier zoons van drieëntwintig, eenentwintig, zeventien en vijftien. En een dochter. We gingen goed met elkaar om, al zagen we de moeder nooit, ze kwam niet buiten. Waar de vader woonde, was onduidelijk, die zagen we alleen op de eerste dag van de vakantie, als hij met zijn busje voor kwam rijden. Hij nam zijn gezin mee naar Marokko.

Wij raakten bevriend met Hicham, de jongste zoon. Mijn vriendin gaf hem computerles en als we een verjaardag vierden, ik kom uit een grote katholieke familie, was Hicham er altijd bij om koffie en koekjes rond te delen. Hij was een nieuwsgierige en leergierige jongen, we vonden dat prachtig.’

Toen Hicham naar de middelbare school ging, zag Ger Laan hem veranderen. Hij werd afstandelijker. Als hij aan de deur kwam, vroeg hij op een dwingende manier om geld. Met de oudste zoon was het inmiddels misgegaan, die zat regelmatig in de gevangenis. De op een na oudste verdiende zijn geld als beheerder van een coffeeshop. Kennelijk ging Hicham niet naar school, want de stapels brieven van het ROC en Bureau Halt (voor minderjarigen die met de politie in aanraking zijn gekomen) stapelden zich op de deurmat op.

Twee jaar geleden hoorde Laan plotseling gekrijs en gegil op de benedenverdieping. Laan en zijn vriendin waren bang dat iemand werd mishandeld en namen poolshoogte. De deur ging op een kier: ‘We zagen Hicham op de grond liggen, hij keek ons smekend aan. Zijn moeder roste hem in elkaar, ze ging maar door met slaan.’

Volgens Laans vriendin was dit het keerpunt, veranderde Hicham vanaf dat intieme, vernederende moment in een nare jongen die niets meer met hen te maken wilde hebben. ‘Wij voelden ons machteloos. Wat konden we doen? Mijn vriendin heeft wel het meldpunt kindermishandeling op de hoogte gebracht.’

De politie kwam regelmatig aan de deur, vaak op zoek naar een van de jongens. Omdat de benedenbuurvrouw nooit opendeed, belden ze altijd bij Ger Laan aan. De sfeer op straat werd er niet beter op. Buren werden geïntimideerd en af en toe werd er een molotovcocktail onder een geparkeerde auto gegooid. Als Laan dat zag, waarschuwde hij de politie. ‘Zouden ze me dat kwalijk nemen?’ vraagt hij zich peinzend af.

De terreur nam alleen maar toe. De ellende met snackbar Raphael op de hoek van de straat hield de buurt in zijn greep. Achtendertig keer werden de ramen van die zaak ingegooid. Vrijwel zeker waren de buurjongens er ook bij betrokken. De eigenaar, een Egyptenaar, werd uiteindelijk door de gemeente uitgekocht. Het pand wordt nu gebruikt als kantoor voor de straatcoaches.

De vrijdag voor Pinksteren viel de politie het huis van Laan binnen. ‘Ze ramden eerst de benedendeur eruit, daarna bonkten ze bij ons op de deur omdat de moeder van Hicham als gewoonlijk niet opendeed. De politie was op zoek naar Abdel en wilde weten of hij zich misschien bij ons schuilhield.’ Het hele huis werd doorzocht, tevergeefs.

Toch was dit allemaal nog kinderspel vergeleken bij wat er begin juli gebeurde. ‘Mijn broer had mijn auto geleend en bracht hem midden in de nacht terug. De sleutel had hij in een envelop gedaan en door de brievenbus gegooid. Toen ik ?’s ochtends in de auto wilde stappen, lag er geen envelop. De auto stond er wel.’

Die volgende nacht werd er om vier uur ’s nachts keihard op de deur gebonkt. Een gigantische politiemacht stormde het huis binnen, met leren pakken aan en grote helmen op.

‘“U ben meneer Laan?” zei een.

“Ja,” zei ik met mijn slaperige kop.

“Gelukkig,” zei de agent. “Dan bent u niet de bestuurder van de auto die in de Kostverlorenkade ligt.” Meteen riep hij in zijn microfoontje: “Laat de duikers maar gaan.”

Wat bleek? Mijn auto was gebruikt voor een ramkraak een paar straten verder, en daarna in de vaart geduwd.’ Ger Laan was verbijsterd en geschokt, hij vermoedde dat de oudere broer van Hicham de dader was. De politie reageerde ongelofelijk laks, terwijl Laan aangaf waar ze moesten zoeken. Namelijk bij de benedenburen. Omdat de politie niet in actie kwam, ging hij zelf op onderzoek uit. Een van de buren bleek de diefstal te hebben gezien: ‘Ik vond het al zo gek, die kleine jongen achter het stuur.’

Het was dus Hicham geweest die de sleutel had gejat, de kraak had gepleegd en die de auto vervolgens in de vaart had geduwd.

Ondanks de nauwkeurige beschrijving van de dader kwam de politie weer niet in actie: ‘Ik was ten einde raad, stel dat de buurman niet meer zou durven te verklaren.’ Een week later maakte de politie tijd vrij om de man te horen. De buurtregisseur beloofde dat Hicham snel zou worden opgepakt. Maar eerst kwam de auto van vader weer voorrijden en ging de familie zes weken met vakantie naar Marokko.

Wat Laan niet wist, is dat zijn benedenbuurjongen in 2003 al voor commotie zorgde. Hij was het die tijdens de herdenking op 4 mei uit volle borst ‘Joden moeten we doden’ scandeerde. Zijn moeder werd toen op het stadsdeelkantoor ontboden, maar daar verscheen ze niet. Ze stuurde de oudere broer.

Ger Laan sprak Hicham nog één keer. ‘Ik zei dat hij zich moest aangeven. “Je bent gek,” riep hij, zijn ogen verwrongen van haat. “Je liegt, ik krijg je wel.”’

Ger Laan kan het nog steeds niet bevatten. ‘De vraag waar wij nog steeds mee zitten, was: waarom? Wat heeft hem in twee jaar tijd zo laten radicaliseren? Wij zijn toch altijd goed voor hem geweest? En willens en wetens doet hij ons pijn.’

Inmiddels zijn de straatcoaches actief, ze fietsen door de buurt. Maar dat betekent niet dat er een eind aan de ellende is gekomen. Laans benedenbuurman is ook weggepest. Diezelfde jongens uit de buurt staken vuurwerk af tegen zijn ramen. En toen er nieuwe ruiten inzaten, begonnen ze opnieuw. De arme buurman was doodsbang en vertrok binnen een maand naar het bejaardenhuis. Laans overbuurvrouw zoekt een ander huis. De jongens kennen geen genade. Toen ze met haar kleine kind aan de arm op de fiets wilde stappen, werd haar de weg versperd. Ze vroeg of ze er even langs mocht. ‘We zullen je strot afsnijden kutwijf,’ was hun antwoord.

‘Ik wil volhouden hier,’ zegt Laan met ingehouden emotie. ‘Ik wil niet dat zij de macht krijgen. Als ik dit verlies, ben ik bang dat ik mijn optimisme verlies, mijn hoop op een rechtvaardige samenleving.’





  • Cannes Het filmfestival van Cannes is in volle gang. Wat zijn de beste films en de smakelijkste roddels?
  • Sap of Dibi GroenLinks houdt een ledenreferendum. Wat is er eigenlijk te kiezen?
  • Griekse verkiezingen Op 17 juni gaan de Grieken weer stemmen. De radicaal-linkse partij Syriza en de rechts-extremistische partij Gouden Dageraad doen het goed. Wat willen ze?
  • Uit het zicht Steeds meer grote kunstwerken verdwijnen naar de huizen van rijke particulieren. Wat nu?
  • Netneutraliteit Nederland heeft als eerste Europese land netneutaliteit in de wet verankerd. Maar wat is het eigenlijk?