VN MediagidsDe pijnlijke aftocht van de Amerikanen
08.04.2004
08-05-2004
Door Ko Colijn
Wie had een jaar geleden gedacht dat een generaal van Saddam Hoessein in een uniform van de Republikeinse Garde de Amerikanen uit de nood zou moeten redden? Een jaar geleden barstte Bush nog van optimisme. Op 9 april 2003 was Bagdad gevallen, op 1 mei had hij zich naar het oorlogsschip Abraham Lincoln laten vliegen om er triomfantelijk het eind van de strijd af te kondigen. ‘Mission accomplished’ stond er op de banier achter hem. Het aantal Amerikaanse slachtoffers was wel niet zo spectaculair laag als in de eerste Golfoorlog, maar weer had de Amerikaanse vechtmachine het klusje op een zuinige manier geklaard: 138 doden en 550 gewonden.
Hoe anders was april 2004. In een maand stierven meer Amerikaanse soldaten (153) en vielen meer gewonden (876) dan in de hele oorlog een jaar eerder. De maand eindigde met het ‘goede nieuws’ van een bestand in Falluja, maar hoe je het ook wendt of keert – het is een pijnlijke nederlaag. In die ene maand is ‘Falluja’ uitgegroeid van een militair akkefietje waar een paar marinecommandanten even over moesten nadenken, tot Bush’ grootste hoofdpijndossier. En tot symbool van de radeloosheid van een militaire supermacht.
Falluja was zomaar een provinciestad in de soennitische driehoek, eind december bijna vredig en vrij verklaard door de Amerikaanse commandanten. Slechts één para liet bij de maandenlange bewaking van de stad het leven. Té vriendelijk waren de luchtlandingstroepen misschien, vonden de mannen van de Eerste marine-expeditiemacht die hen dit voorjaar aflosten. In Falluja kon zich in alle rust ook een kwaadaardig gezwel ontwikkelen, vreesden zij. Eind maart leken ze gelijk te krijgen, toen vier Amerikanen werden vermoord en hun lijken aan een brug bungelden. De mariniers zwoeren wraak. Ze voerden zware vergeldingsaanvallen uit en legden een kordon om Falluja. De Amerikaanse legerleiding eiste uitlevering van de moordenaars en van alle zware wapens in de stad. Maar daarvan is niets terechtgekomen. En het verlieslijstje is onrustbarend lang. Zware kritiek van VN-baas Kofi Annan en zijn Irak-bemiddelaar Brahimi, die openlijk zei dat hij zo nooit een overgangsregering kon regelen, waardoor de geplande soevereiniteitsoverdracht op 30 juni in het honderd zou lopen. Kritiek van Groot-Brittannië, dat de sledgehammer-tactiek van de Amerikaanse vrienden afwees en er last van had omdat ‘Falluja’ inspireerde tot aanslagen in andere steden, waar de Britten de boel een beetje bij elkaar hielden. Vertwijfeling en opzeggingen binnen de Iraakse Regeringsraad (nota bene door de Amerikanen zelf benoemd) die het laatste restje krediet van de gematigde Iraakse burger verloor. Gijzelingen en aanslagen die het werk van de buitenlandse particuliere sector in Irak verlamden. Ontmaskering van de Iraakse politie en de Iraakse strijdkrachten, klaargestoomd als ordehandhavers van de Amerikanen, maar in de praktijk gediplomeerde overlopers en absoluut niet bereid om te vechten tegen andere Irakezen. Dat dwingt de Amerikanen niet alleen om extra manschappen in Irak te houden, maar bedreigt ook hun strategie om de bezetting geleidelijk aan te ‘irakiseren’.
Intussen slaagden de Amerikanen er bijna in om dat te doen waar ze zelf zo slecht in zeggen te zijn: nation building. Het onmogelijke bleek mogelijk, soennieten en sjiieten leren van elkaars verzet, tonen zich verenigd in hun eis dat de Amerikanen het land zo snel mogelijk verlaten en de Falluja-koorts sloeg over naar Najaf, Irbil, Ramadi, Kufa en Kerbala. Er kwam een nationaal verzet op gang. De stadsoorlog waar het Amerikaanse leger een jaar geleden aan was ontsnapt, leek nu alsnog gevoerd te moeten worden. Zo niet, dan zouden de Amerikanen slappe knieën worden verweten. Strategen in Washington maakten zich zorgen over de reacties op een Amerikaans afdruipen bij oude en nieuwe bondgenoten als Sjaron, de Afghaanse leider Karzai, het Libische slangenmens Kaddafi en de Jordaanse koning Abdullah. Konden zij zich wel als anti-terreurstrijders blijven opwerpen als de Verenigde Staten gezichtsverlies zou lijden bij Falluja? De terroristische internationale likkebaarde al bij de gedachte. En ook de mariniers werden ongeduldig. ‘Going kinetic’ wilden ze, binnen achtenveertig uur konden ze het zootje oprollen in een ‘one way fight’. Maar ze mochten niet, want dit was geen militair karweitje meer.
Goede raad was duur. Boodschappers gingen zelfs naar Iran en Syrië om hulp te vragen bij het oplossen van de crisis. Elke dag dat de Amerikanen het bestand (of was het een ultimatum?) weer verlengden, was in de ogen van het Iraakse verzet een overwinning en in elk geval een bewijs dat ook de Amerikanen inzagen dat gebruik van hun militaire overmacht meer kwaad dan goed zou aanrichten, terwijl 30 juni steeds dichterbij kwam. Tot iedere prijs moest vermeden worden dat Bush op die dag in een uitzichtloze stedenoorlog verzeild was geraakt.
De ‘redding’ kwam tenslotte van een oude generaal van Saddam Hoessein zelf, Mohammed Jasim Saleh. Die had zich rond 20 april aangediend met een voorstel: met elfhonderd man zou hij de stad rustig houden als de mariniers zich zouden terugtrekken. Minister Rumsfeld zag er eigenlijk niets in. Saleh droeg een uniform van de Republikeinse Garde, zou hij geen gemene zaak maken met de restanten van Saddams inlichtingendienst M-14, en met de Speciale Republikeinse Gardisten die het verzet in Falluja opstookten?
De Amerikanen zeggen dat ze Saleh aan een touwtje zullen hebben, met vliegtuigen de baas in de lucht zullen blijven, en meteen weer militair kunnen ingrijpen zodra het misgaat. Aan Saleh’s antecedenten wordt intussen door de hoogste legerleiding in Washinton alweer zo getwijfeld, dat een volgende Saddam-generaal, Mohammed Lattif, uit de kast is gehaald. Paniek dus, al mag het woord afdruipen niet vallen. Maar de symboliek van de oplossing bedriegt niet. De stad is prijsgegeven, en nu de soennieten hun eerste vrijplaats hebben veroverd, zullen de sjiieten hun eigen vrije Najaf en Kerbala eisen, en de Koerden hun Kirkuk en Irbil. Niemand kan garanderen dat de boedelstrijd nu niet losbarst. De soevereiniteitsoverdracht is al begonnen, alleen niet op de manier die de Amerikanen in gedachten hadden. Misschien biedt Saddam Hoessein zichzelf als redder aan op 30 juni.
- Cannes Het filmfestival van Cannes is in volle gang. Wat zijn de beste films en de smakelijkste roddels?
- Sap of Dibi GroenLinks houdt een ledenreferendum. Wat is er eigenlijk te kiezen?
- Griekse verkiezingen Op 17 juni gaan de Grieken weer stemmen. De radicaal-linkse partij Syriza en de rechts-extremistische partij Gouden Dageraad doen het goed. Wat willen ze?
- Uit het zicht Steeds meer grote kunstwerken verdwijnen naar de huizen van rijke particulieren. Wat nu?
- Netneutraliteit Nederland heeft als eerste Europese land netneutaliteit in de wet verankerd. Maar wat is het eigenlijk?




