VN MediagidsDe nieuwe advocaat draagt een hoofddoek
Samenleving 16.05.2008
Succesvolle allochtone juristen
17-05-2008
Door Margalith Kleijwegt
Een rechtenstudie is populair onder studenten van allochtone afkomst. Ze hebben nog veel doorzettingsvermogen nodig om door te dringen tot de universiteiten en het witte bolwerk van advocatenkantoren. Maar de tijden veranderen.
Op de vijftiende verdieping van het chique advocatenkantoor Loyens & Loeff, met prachtig uitzicht over Rotterdam, is een gezellig bruin café ingericht, compleet met glas-in-lood raampjes, barkrukken, zilveren bekers en andere trofeeën. Een namaakpaardenhoofd houdt de cliëntèle vanaf de brede muur nauwlettend in de gaten. De bargasten vanmiddag zijn geen mannen in driedelig pak, maar rechtenstudenten en afgestudeerde juristen. Jonge mannen, jonge vrouwen, civiel en strafrechtelijk afgestudeerd. Eén ding hebben ze gemeen: ze zijn allemaal van Marokkaanse komaf.
De sfeer is zeer geanimeerd. Willem Bekkers, deken van de Orde van Advocaten, knoopt met verschillende mensen een gesprekje aan en Erik van den Emster, voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak, adviseert met duidelijk plezier een beeldschoon meisje dat aandachtig naar zijn tips luistert. De avond is georganiseerd door het Nederlands Marokkaans Juristennetwerk, en Van den Emster ondersteunt dit initiatief van harte. ‘We hebben schreeuwend behoefte aan goeie juristen met een andere achtergrond,’ zegt hij. ‘Die verscheidenheid komt de rechtspraak alleen maar ten goede.’
Penningmeester Ali Oass van het NMJ is druk in gesprek met zes vrolijke, bijna afgestudeerde studentes. Allemaal dragen ze een hoofddoek. Hij moedigt ze aan om straks bij een van de grote kantoren te gaan solliciteren, maar daar willen ze niets van weten. Een baan bij de overheid, dat lijkt ze wel wat. Daar kan je parttime werken en dat is te combineren met een gezin. Oass zucht diep, hij zou graag zien dat zijn gesprekspartners hoger mikten.
Rechten studeren is bijzonder populair onder allochtone studenten. Terwijl het totale aantal rechtenstudenten afneemt, komen er verhoudingsgewijs steeds meer allochtone studenten bij. Twaalf procent van de allochtone studenten doet een rechtenstudie, en dat aantal groeit jaarlijks met vijf procent.
Laila Berrich, advocaat bij NautaDutilh en bestuurslid van NMJ, heet iedereen welkom. Ze benadrukt hoe belangrijk het is om te netwerken, een bezigheid die Marokkaanse rechtenstudenten van huis uit niet kennen. Ze sluiten zich niet vaak bij een vereniging aan, zoals Nederlandse studenten. Als je niet buiten je eigen kring kijkt, is de boodschap van Berrich, dan kan je geen carrière maken. Om succesvol te worden, móét je die andere wereld in.
Plichtsbesef
‘Mijn vader wilde graag dat ik rechten ging studeren,’ vertelt Hassane Ouled Ali, voorzitter van het NMJ. Een week voor de borrel bij Loyens & Loeff zitten we in een cafetaria vlak bij zijn kantoor. Ouled Ali werkt als advocaat bij de ING en reist het land door om te pleiten in aansprakelijkheidsverzekeringszaken. Ook in andere financiële kwesties (bank, effecten en ondernemingsrecht) verdedigt hij de belangen van de multinational. Tot twee jaar geleden was hij in dienst bij NautaDutilh, een van de meest gerenommeerde advocatenkantoren. Vroeger was dat een gesloten wit bolwerk, waar je als aankomend advocaat nauwelijks kans had als je niet deel uitmaakte van het old boys network.
Hassane Ouled Ali (37) is geboren in Marokko en groeide op in Amsterdam in een gezin met tien kinderen. Zijn ouders waren analfabeet, zijn oudere broers gingen naar de lts. Schopte hij het zo ver door zijn doorzettingsvermogen? Want van een leien dakje ging het niet.
Zijn verhaal is in een aantal opzichten exemplarisch voor veel van zijn generatiegenoten. De vanzelfsprekendheid, bijvoorbeeld, waarmee Turkse en Marokkaanse leerlingen naar het vmbo of het lager onderwijs werden gestuurd. Ook Hassane kreeg een lts-advies, net als zijn oudere broer. Bij Hassane tekende zijn vader protest aan. Ook uit eigenbelang: als Hassane naar de mavo ging, redeneerde vader Ouled Ali, was er tenminste iemand die alle formulieren kon invullen. Resultaat: Hassane mocht toch naar de brugklas en als het goed ging daarna naar havo/vwo.
Tot aan de vijfde klas van het vwo was hij op school de enige leerling met een Marokkaanse achtergrond. ‘Ik moest alles op mijn eigen houtje uitzoeken, zowel thuis als op school.’ ’s Morgens en ’s middags liep hij zijn krantenwijkje. Na zijn eindexamen vwo koos hij tot verbazing van zijn vrienden voor HBO bedrijfseconomie. ‘Ze verklaarden me voor gek. Ik kon naar de universiteit, waarom deed ik dat dan niet?’ Maar Hassane wist het verschil niet tussen HBO en universiteit. Na zijn propedeuse ging hij rechten studeren aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. ‘Dat leek me interessant, ik had veel respect voor advocaten, ik keek enorm tegen ze op. Zij kenden alle regeltjes. Dat merkte ik als mijn vader of broers juridische problemen hadden. Wij hadden het niet breed, mijn vader moest tien kinderen voeden en stuurde geld naar familie in Marokko.’
Ondanks zijn enorme plichtsbesef heeft Hassane wel eens overwogen op te houden met studeren. ‘Ik wilde ook lekker van het leven genieten, net als mijn vrienden die al aan het werk waren en relatief veel geld te besteden hadden.’ In 1995 studeerde hij toch af. Cum laude, in privaat- en staats- en bestuursrecht. Hij had een Nederlands paspoort en moest, in een van de laatste lichtingen, in militaire dienst. Verloren tijd – en toen hij was afgezwaaid, kwam hij moeilijk aan de slag, ondanks zijn prachtige cijferlijst. Terwijl zijn Nederlandse vrienden die net zesjes haalden, meteen een baan kregen.
Pim Fortuyn
In 1999, nadat hij een tijd bij een Marokkaanse advocaat had gewerkt, werd Hassane Ouled Ali voor al zijn gesappel beloond, toen hij werd aangenomen bij het toen nog witte bolwerk NautaDutilh. Een internationaal commercieel kantoor met een grote reputatie. ‘Ik was gewaarschuwd dat er een aparte bedrijfscultuur was, er zouden veel in Leiden afgestudeerde juristen zitten. Maar ik heb er altijd met plezier gewerkt. Mijn Marokkaanse afkomst was geen probleem. Integendeel: mijn collega’s waren juist geïnteresseerd in de Ramadan en het Suikerfeest. Zelfs de pittige discussies over Pim Fortuyn en 9/11 waren prettig.’ Inmiddels werkt hij bij de ING. ‘Na zeven jaar keihard werken bij NautaDutilh stond ik stil bij mijn work/life balance en koos ik voor een wat rustiger baan.’
In zijn laatste jaren bij NautaDutilh vroeg hij zich steeds vaker af waarom hij daar nog altijd de enige Marokkaan was, terwijl het inmiddels stikte van de allochtone studenten. Hij vermoedde dat een gebrekkig netwerk een van de oorzaken was en richtte met Rachida Haddouch, advocaat op een middelgroot kantoor, Laila Berrich, advocaat bij NautaDutilh en Ali Oass die een eigen kantoor in Haarlem heeft, het Nederlands Marokkaans Juristennetwerk op. Ze komen maandelijks bij elkaar en organiseren bijeenkomsten. ‘Wij hadden geen kruiwagen, maar konden misschien wat voor volgende generaties betekenen.’ Ze regelden een indrukwekkend comité van aanbeveling, met Willem Bekkers, de deken van de Orde van Advocaten, FNV-voorzitter Agnes Jongerius, burgemeester Job Cohen, Noud Wellink, president van de Nederlandsche Bank en de bekende strafjurist professor Ybo Buruma.
Deftige types
Uit deze klinkende namen blijkt hoe graag dit deel van het establishment de allochtone juristen ziet doorstoten. Hoe komt het dat het onvoldoende lukt?
‘Vaak denken ze: ik word toch niet aangenomen,’ vermoedt Els Unger, voormalig deken van de Orde van Advocaten en nu voorzitter van de commissie diversiteit van diezelfde orde. Voor de stap naar een groot kantoor heb je wel lef nodig, juist omdat het een wereld is die allochtone studenten totaal niet kennen. Al die deftige types in driedelig pak, bij wie het juristenvak van vader op zoon werd doorgegeven. Die lid van het corps waren en gewend zijn om te zuipen. ‘Ze zijn bang dat ze er niet passen, juist vanwege hun andere achtergrond. Of omdat ze bijvoorbeeld geen borrel drinken.’
Terwijl advocatuur zo’n aantrekkelijk beroep voor migranten is, weet Rachida Haddouch (32), advocate en NMJ-bestuurslid. Juist vanwege de status, de onafhankelijkheid en het goede inkomen is de studie onder migranten zo populair. Haddouch groeide op in Zwijndrecht, een stad waar weinig Marokkanen woonden. ‘Achteraf gezien was dat misschien mijn redding. Ik weet niet wat er was gebeurd als ik in een zwarte wijk was opgegroeid.’ Toen haar beste vriendinnen naar het vwo gingen, was het voor haar vanzelfsprekend om mee te gaan. ‘Mijn vader wist niet precies wat ik deed, maar zolang ik naar school ging, was het goed.’ Ze koos niet alleen rechten, maar deed ook politicologie. Ze wilde onrecht gaan bestrijden, opkomen voor de zwakkeren.
Haar latere vriendin en collega Laila Berrich (33), die in Den Haag woonde, had een wat glamoureuzer beeld: Zij was vooral geïnspireerd door de tv-serie L.A. Law. ‘Ik ben het type van de girl power, ik vond het fantastisch, die flitsende vrouwen. Dat wilde ik ook wel.’ Rachida en Laila wilden graag op kamers toen ze aan hun studie begonnen. Geen sprake van, was de reactie van hun vaders. Marokkaanse meisjes mogen pas uit huis als ze gaan trouwen, er wordt van ze verwacht dat ze tot die tijd een kuis leven leiden. Toch kreeg Rachida het voor elkaar: ‘Zolang ik me netjes gedroeg, lieten mijn ouders me maar.’ Laila moest iets harder zeuren, maar uiteindelijk kreeg ze haar zin. Ze geniet zichtbaar bij de herinnering aan die eerste tijd op kamers. ‘Dat ik ’s avonds gewoon mijn jas kon pakken en wat kon gaan drinken, dat gaf me een groot gevoel van geluk. Ik wilde zo graag het leven ontdekken.’
‘Maar als je bent afgestudeerd, begint het pas,’ zegt Famile Arslan (36), van Turkse komaf en de eerste advocate die een hoofddoek in de rechtbank droeg. Ze was vier jaar toen ze naar Nederland kwam. Toen ze aan het eind van de basisschool te horen kreeg dat ze naar de huishoudschool moest, besloot haar vader dat ze helemaal niet meer naar school hoefde. Ze verzorgde een jaar haar bedlegerige moeder en deed het huishouden. ‘Toen werd ik gek, ik wilde naar school. Mijn vader vroeg de leerplichtambtenaar, die wist dat ik thuiszat, of hij kon regelen dat ik naar de mavo mocht. Uiteindelijk heb ik zelf een plek op die school geregeld. Ik kreeg twee maanden om te laten zien dat ik het kon, ik haalde gelukkig alleen maar negens.’
Uitstervend ras
Al deze advocaten zijn kinderen van ouders die hier als gastarbeider naartoe kwamen en die niet of nauwelijks scholing hadden. Vaders en moeders die vaak nauwelijks iets van het schoolsysteem begrepen. Grote gezinnen die weinig te besteden hadden: wie wilde studeren, moest aan het werk om zelf de kosten te kunnen betalen. De kloof met de verwende Nederlandse student is dus ongelofelijk groot.
Misschien dat pas afgestudeerde studenten van allochtone afkomst daarom graag bij laagdrempelige, kleine kantoren aan de slag gaan, of liever nog bij de overheid solliciteren. Jammer, vindt de Orde van Advocaten bij monde van Els Unger. ‘De advocatuur moet min of meer een afspiegeling van de samenleving zijn, net als de politie,’ meent ze. ‘Iedere burger kan in een situatie verzeild raken waarin hij een advocaat nodig heeft, hij is de poortwachter van de rechtsstaat.’ Unger overlegt inmiddels ieder jaar met de vijfentwintig grootste advocatenkantoren; allemaal zijn ze op zoek naar talentvolle allochtonen. Ze moeten wel, zegt Unger, want de ouderwetse rechtenstudent is een uitstervend ras. Steeds vaker kiezen die een ander vak: economie, of ICT.
De warme belangstelling van grote kantoren voor de allochtone rechtenstudent komt niet voort uit altruïstische motieven, beaamt Bart van Reeken, partner bij het vooraanstaande advocatenkantoor De Brauw Blackstone Westbroek. ‘We moeten gewoon de beste mensen vinden, we kunnen het ons niet veroorloven een hele groep te missen.’ Van Reeken vergelijkt de huidige situatie op de arbeidsmarkt met die toen hij zelf ging solliciteren, midden jaren tachtig. Van Reeken koos meteen voor De Brauw. Hij kwam zelf niet uit een voornaam advocatengeslacht, en wist hoe het was als je ouders de eindjes aan elkaar moeten knopen. Dat het toetreden tot de elite niet altijd even makkelijk is, heeft hij zelf ervaren. ‘Wanneer je niet uit het maatschappelijk succesvolle deel van de bevolking komt, heb je geen idee wat je moet doen om daartoe te behoren.’
Want hoe kom je erachter wat de codes en mores zijn als je in een totaal ander milieu bent opgegroeid? Laila Berrich keek tijdens haar studie met verbijstering naar de ontgroening bij het Leids studentencorps: ‘Meisjes die wekenlang hun haar niet wasten, ik dacht echt dat ze niet goed bij hun hoofd waren.’
Netwerkgebrek
Ambitieuze advocatenkantoren kunnen het zich niet permitteren om conservatief te zijn. ‘De druk van de markt dicteert wat je moet doen,’ beseft Van Reeken. De kantoren die zich dat te laat realiseren, verliezen de strijd om het toptalent. Het is dan ook alleen maar logisch dat ze hun blik laten vallen op het enorme potentieel aan allochtonen.
De eerste lichting die afstudeerde, beschikte over een grote portie doorzettingsvermogen, zoals de vijf advocaten die ik sprak. Aan hun power om ondanks tegenslagen gewoon maar door te gaan, danken ze hun succes. Hassane Ouled Ali werd na zijn afstuderen een aantal malen afgewezen en ook Ali Oass voerde menig sollicitatiegesprek. ‘Ik had geen netwerk, dat maakte het echt lastig.’ Hij koos ervoor om in Haarlem een eigen, inmiddels goedlopend, kantoor te beginnen, en werd ook politiek actief: vier jaar was hij fractievoorzitter van de GroenLinks-fractie in de gemeenteraad. Voor Rachida Haddouch lagen de advocatenbanen ook niet meteen voor het oprapen. ‘De advocatuur is een enorm conservatieve beroepsgroep. Het is toch van de zotte, de collegebanken zijn helemaal verkleurd maar je komt ze niet tegen op de advocatenkantoren.’ Dat het haar niet meteen lukte, wijt ze ook aan netwerkgebrek: ‘Wij zijn door schade en schande wijs geworden, we groeiden op in relatieve armoede en we hebben geen achterban.’ Laila Berrich is de enige die zonder slag of stoot een topbaan kreeg: in 1999 werd ze als fiscaal juriste aangenomen bij PricewaterhouseCoopers en in 2005 kwam ze in dienst bij NautaDutilh, waar wegbereider Hassane Ouled Ali toen ook nog werkte.
Tijdens haar studie werkte Famile Arslan bij de RIAGG en zette met anderen de Turkse vrouwentelefoon op. Daarna werkte ze bij de IND: ‘Daar heb ik het erg naar mijn zin heb gehad. Ik moest soms moeilijke beslissingen nemen, maar heb geleerd dat dat ook op een menselijke manier kan.’ Maar toen ze de stap naar de advocatuur wilde maken, werd het moeilijk. ‘Ik kreeg uitnodigingen voor een gesprek, maar daar strandde de kennismaking meestal. Het ene kantoor zei eerlijk dat ze liever geen hoofddoek wilden, anderen vroegen of ik bereid was om hem tijdens werkuren af te doen.’ Uiteindelijk vond ze een kantoor waar men inzag dat ze juist cliënten zou kunnen trékken.
Tijdens de sollicitatiegesprekken werden aan de meesten vragen over hun achtergrond als moslim gesteld. Waar stonden ze bijvoorbeeld in het Palestijns-Israëlisch conflict? Deden ze aan Ramadan? Hoe keken ze aan tegen de rellen in Parijs, het islamitisch terrorisme?
Was dit om te kijken hoe ze onder druk zouden reageren? Of wilde de werkgever echt weten waar hij aan toe was met een moslim in de hogere regionen van zijn firma? De een ging hier laconieker mee om dan de ander. ‘Waarschijnlijk willen ze weten wat voor vlees ze in de kuip hebben,’ denkt Ali Oass, ‘of je dat zware vak wel aankunt.’ Hassane Ouled Ali vond dat soort vragen niet altijd zinnig of plezierig, er zat wel eens iemand met vooroordelen in zo’n sollicitatiecommissie. ‘Onder het mom van “de mens leren kennen” vragen ze je de raarste dingen,’ zegt Rachida Haddouch. Allemaal vinden ze dat je alleen verder komt als je kunt incasseren. Wees voorbereid op vooroordelen, dan ben je de ander altijd een stapje voor.
Schroom
Bart van Reeken merkte een paar jaar geleden dat er bij zijn collega’s schroom was tegenover de aanstormende, allochtone juristen. En die hadden weer geen idee hoe het toeging in de top van de advocatuur. In een poging die twee gescheiden werelden bij elkaar te brengen, kwam Van Reeken vorig jaar met het idee voor Brug naar de Top, waarbij honderd rechtenstudenten uit het hele land konden kennismaken met de top van de juristerij. Het werd een samenwerking tussen universiteiten, het bedrijfsleven en De Brauw Blackstone Westbroek. Elke student werd aan een jurist gekoppeld, samen maakten ze minimaal drie afspraken. Ook al leidde Brug naar de Top niet meteen naar een vaste baan, het was voor veel studenten een mooie manier om een indruk te krijgen van het advocatenleven. Dit jaar organiseert Van Reeken zijn Brug naar de Top opnieuw.
Er zijn meer initiatieven. Kennedy van der Laan, een groot kantoor, had zijn belangrijkste managing partner Joost Linnemann naar de borrel van het Nederlands Marokkaans netwerk gestuurd. Het kantoor besteedt extra aandacht aan de werving van allochtonen. Zelfs het internationale kantoor Allen Overy timmert aan de weg, allemaal vanwege de concurrentie op de internationale markt.
‘Als je in de Verenigde Staten pitcht om een grote opdracht binnen te krijgen,’ vertelt Els Unger, ‘vragen ze ook naar de samenstelling van je personeel. Ze willen weten hoe divers dat is. Een ontwikkeling die door de American Bar Association alleen maar wordt gestimuleerd. Dat gaat hier natuurlijk ook gebeuren.’
Famile Arslan, die afgelopen februari als moslim-advocate de cover van het weekblad Time sierde, is haar tijd vooruit met een volledig divers kantoor. Haar ondersteunend personeel komt uit alle windstreken: Turkije, Pakistan en Suriname. Zijzelf is nu nog de enige advocaat bij Arslan advocaten, maar daar komt binnenkort verandering in als ze zelf iemand mag gaan opleiden: ‘Het zou commercieel aantrekkelijk kunnen zijn om een Afghaanse stagiair in dienst te nemen, met het oog op die grote Afghaanse bevolkingsgroep in Nederland.’ You have to distinguish yourself is Arslans motto. En dat brengt ze in de praktijk: mede vanwege haar kennis van het islamitisch recht is ze de huisadvocaat van Dyianet, de grootste Turkse moskeeorganisatie. Haar kantoor is in een kleine winkelstraat. Ze wil een groot, eigen pand kopen, een herenhuis. ‘En dat gaat ook gebeuren.’ Succesvolle studenten, zeggen de advocaten, draaien een knop om in hun hoofd. Ze klagen niet, ze zeuren niet, ze werken gewoon keihard. Doorzetten is de enige sleutel naar succes.
In het kantoor van Houthoff Buruma aan de Zuidas in Amsterdam is mr. Gülsen Alkan aangesteld als diversity recruiter. ‘We spelen gewoon in op de markt.’ Als dochter van migranten en als voormalig advocate begrijpt ze beide kanten. De sollicitant die huizenhoog opkijkt tegen Houthoff Buruma, en de reserves bij de werkgever. De werelden zijn nog steeds zo gescheiden, merkt ze. Voor de Zomerpraktijkdagen die het kantoor organiseert, in Amsterdam, Rotterdam en Londen, is grote belangstelling. Maar allochtone studenten geven zich nauwelijks op. ‘Terwijl het heel leuk en leerzaam is. Er zijn veel kantoorgenoten bij betrokken en alles, ook de reis naar Londen, is gratis.’
De grote afstand, de andere wereld, het lijkt een taai probleem. Maar Alkan is positief over de toekomst: ‘Ik denk dat grote advocatenkantoren over een tijd voor een belangrijk deel uit allochtone juristen zullen bestaan.’ Juist omdat zoveel rechtenstudenten uit andere delen van de wereld komen. En natuurlijk gaan die liever naar kantoren waar al niet alleen maar witte mannen in driedelige pakken werken. De strijd om de allochtone advocaat heeft niets met positieve discriminatie te maken, zegt Alkan. ‘Het is pure noodzaak.’
Website NMJ: www.nmj.nu
- Cannes Het filmfestival van Cannes is in volle gang. Wat zijn de beste films en de smakelijkste roddels?
- Sap of Dibi GroenLinks houdt een ledenreferendum. Wat is er eigenlijk te kiezen?
- Griekse verkiezingen Op 17 juni gaan de Grieken weer stemmen. De radicaal-linkse partij Syriza en de rechts-extremistische partij Gouden Dageraad doen het goed. Wat willen ze?
- Uit het zicht Steeds meer grote kunstwerken verdwijnen naar de huizen van rijke particulieren. Wat nu?
- Netneutraliteit Nederland heeft als eerste Europese land netneutaliteit in de wet verankerd. Maar wat is het eigenlijk?




