VN MediagidsDe kleur voorbij

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Buitenland / Barack Obama 18.10.2008

Door Freke Vuijst

Multiraciaal in Amerika

18-10-2008
Door Freke Vuijst

Barack Obama is als bi-raciale Amerikaan het gezicht van een jonge en razendsnel groeiende bevolkingsgroep. Mixed-race-Amerikanen blazen het raciale hokjesdenken op. Over de
geboorte van een nieuwe Amerikaanse mythe.


‘De klok slaat twaalf uur. Op Sproul Plaza, het hartje van de campus van de universiteit van Berkeley, begint een dagelijks ritueel: tafeltjes worden uitgeklapt, pamfletten uitgestald, spandoeken uitgerold. Dit is het uurtje waarover iedere bezoeker zich verbaast, het moment waarop Californiës beroemdste universiteit in een samenleving van etnische groepen uiteenvalt.’
Het was najaar 1992 toen ik dat schreef, in een tijd dat Amerika worstelde met het multiculturalisme. De eminente historicus Arthur Schlesinger (hij overleed in 2007) had me in een interview gewaarschuwd voor een multiculturele ideologie die zou leiden tot de balkanisering van de Amerikaanse cultuur.

Zestien jaar later komt Schlesingers schrikbeeld van een culturele burgeroorlog tussen etnische groepen lachwekkend over en lijkt het tafereel op Berkeley geen uiting te zijn geweest van een verdeeld Amerika, maar van een Amerikaanse traditie. Want anno 2008 zie ik op Sproul Plaza dezelfde tafeltjes van Koreaanse, Chicano, Vietnamese en Pakistaanse studentenverenigingen waarover ik me zestien jaar geleden verbaasde.

In 1992 ontdekte ik tijdens mijn rondgang op de faculteit Ethnic Studies aan de universiteit van Berkeley de eerste leergang in het land over de problematiek van gemengde rassen. Terry Wilson, half Indiaan, half blank, was de godfather van de mixed race-groep. ‘Mixed race is voor mij iets positiefs,’ vertelde Wilson. ‘Ik zit in de trein van tenminste twee culturen, dat geeft een derde dimensie aan wie ik ben.’

Nu heeft een presidentskandidaat die derde dimensie. Barack Obama behoort tot de voorhoede van een explosief groeiende demografische groep. Bij de laatste volkstelling in 2000, toen Amerikanen voor het eerst meerdere ras/etniciteitshokjes konden aanstrepen, noemden zeven miljoen Amerikanen zich multiraciaal. Volgens voorspellingen van het Census Bureau zullen in 2042, het jaar dat minderheden in Amerika een meerderheid zullen vormen, zestien miljoen Amerikanen zich identificeren als mixed race. Organisaties van multiracialen menen dat hun aantal sneller groeit, gezien de dertien procent gemengde huwelijken in 2003.

Ook op Berkeley is het aantal mixed race-studenten toegenomen. Terry Wilson is met pensioen, Robert Allen, een Afro-Amerikaan, geeft nu de mixed race colleges. Berkeley, vertelt Allen, is niet langer een pionier. Tal van universiteiten bieden het vak nu aan. De leergang is volwassen geworden: er is wetenschappelijk onderzoek gedaan, er zijn boeken geschreven, films gemaakt. Eén ding is niet veranderd: de persoonlijke belevenis van de bi- en multiraciale student is nog altijd het uitgangspunt van de colleges.

Allen: ‘Op de eerste collegedag schrijf ik met grote letters op het bord “wat ben je?” Het is de vraag die aan elke multiraciale Amerikaan wordt gesteld. De vraag die ze haten omdat het antwoord complex is en nieuwe vragen oproept.’

One-drop rule
Diezelfde vraag stelde Barack Obama zich in zijn autobiografie Dreams from My Father. Obama’s zoektocht naar een antwoord maakte op Gary Kamiya zo’n indruk dat hij voor het eerst over zijn eigen bi-raciale identiteit (zijn vader is van Japanse afkomst, zijn moeder is blank) ging nadenken. Kamiya is een van de oprichters van het internettijdschrift Salon, waarvoor hij een wekelijkse column schrijft, het afgelopen jaar niet zelden over ras en identiteit. We zitten op het platte dak van zijn huis in San Francisco. Ver beneden ons rennen kinderen over het speelplein van een school.

‘Als ik mijn eigen geschiedenis met die van Obama vergelijk, dan hebben we heel verschillende wegen gekozen om dezelfde postraciale bestemming te bereiken,’ zegt hij. ‘Ik nam de makkelijke weg van kleurenblindheid. Ik heb mezelf nooit exclusief als “blank” of “Aziatisch” beschouwd, of zelfs maar nagedacht over mijn mixed race identiteit. Obama deed het tegenovergestelde. Hij koos er bewust voor zijn identiteit als zwarte man te bevestigen. Hij maakte zichzelf zwart. Maar als je zijn boek goed leest, wordt duidelijk dat hij er tegelijkertijd bovenuit stijgt. In tegenstelling tot mensen zoals ik, die noch het een, noch het ander willen zijn, claimt Obama een dubbele bevestiging: zwart en ander, iets dat niet te reduceren is tot kleur. Het is nieuw terrein in Amerika, een raciale identiteit die een universele identiteit niet uitsluit.’

Robert Allen gelooft niet in Obama’s vrijwillige keuze voor een zwarte identiteit. Het is een keuze opgelegd door een samenleving waar de one-drop rule – de uit de slavernij geldende regel dat iedereen die een druppel negerbloed heeft, zwart is – nog niet is verdwenen. ‘In de tijd van segregatie was het simpel. Ook al zag je er, zoals mijn moeders familie, bijna blank uit, je behoorde toch tot zwart Amerika. Je kende je blanke familieleden niet eens. Voor de mixed race-generatie van nu ligt dat heel anders. Je hebt contact met je blanke én je zwarte familie. Voor deze generatie is de one-drop rule niet vanzelfsprekend. Ze voelt zich niet thuis in de traditionele hokjes, ook al wordt ze door de buitenwereld nog steeds in een hokje geduwd.’

Allen ziet de ontwikkeling van een nieuw soort classificering, gebaseerd op fenotypen – op hoe het DNA van een individu visueel tot uiting komt. ‘Een collega noemt het pigmentocratie. De categorie blank verbreedt en omvat nu ook lichtgekleurde niet-blanken. Maar heb je te veel pigment, dan val je daar buiten. Ik zie dit fenomeen ook onder de mixed-race-studenten in mijn colleges. Een Chinees-zwarte student heeft een heel andere mixed-race-ervaring dan een Chinees-blanke student.’

Zwart en joods
Zestien jaar geleden bracht Terry Wilson mij in contact met Lydia Puller, half zwart, half joods, maar ook half Amerikaans en half Nederlands. Ze had zoals veel kinderen van gemengde huwelijken een unieke achtergrond: een joods-Nederlandse moeder die de kinderen over hun zwarte cultuur leerde en actief was in de beweging voor gelijke rechten voor zwarten, en een zwarte Amerikaanse vader die joods werd. Ze groeide op in Philadelphia en Israël en koos bewust voor het multiraciale Californië. Ze was, zei ze toen, doodmoe van de vraag ‘wat ben je, tot welke groep hoor je’, en de sterk gechargeerde discussie over ras en etniciteit op Berkeley viel haar zwaar. ‘Wat ik op Berkeley vooral geleerd heb, is onderscheid te maken tussen sekse, ras, etniciteit en klasse. Wat een les om te leren, hè,’ zei ze schamper.

Zestien jaar later woont Puller nog steeds in de buurt van Berkeley. Ze is nu een succesvolle zakenvrouw, makelaar en oprichter van het webportaal women building wealth. Als student noemde Puller zich zwart en joods. Nu zegt ze: ‘Ik ben een vrouw die joods is en Afro-Amerikaans.’

De gemengde gevoelens die ze als studente had over het rassendebat op Berkeley zijn verdwenen. Nu kijkt ze met waardering terug op haar studie. ‘De opleiding aan de faculteit Ethnic Studies heeft mijn ogen geopend voor kwesties van ras en etniciteit. Ik heb nu een taal waarmee ik het kan benoemen.’ Soms, als ze met haar zoontje Jakob praat, heeft ze het gevoel dat er niet veel veranderd is. ‘Hij heeft een zwarte vader, zijn huidskleur maakt hem zwart. Maar hij is ook joods en met die dubbele identiteit past hij nergens bij. Soms denk ik dat we weer terug zijn bij af. Met één verschil: ik kan naar Obama wijzen en tegen mijn zoon zeggen, kijk, hij ziet er net zo uit als jij en misschien wordt hij onze nieuwe president.’

Robert Allen zei het al, de traditionele raciale categorieën verbreden, de grenzen van de hokjes zijn fluïde. Ook onder multiracialen. In de collegezaal van professor Allen zit nog een andere mix, de mixed culture-Amerikaan. Allen noemt ze ‘transnationalen.’ Ze zijn de kinderen van niet-blanke immigranten, die hoewel geboren in Amerika sterke banden hebben met het thuisland. Ze vliegen, soms voor een weekend, terug naar het land van hun ouders, ze spreken de taal, ze kennen de cultuur en ze staan in dagelijks contact met vrienden en familie aan de andere kant van de aardbol.

‘Ze zijn fundamenteel anders dan de immigrant van vroeger,’ zegt Allen. ‘Ze zijn bicultureel en hebben een ander besef van hun plaats in Amerika en de wereld. Als niet-blanken worden ze hier geconfronteerd met discriminatie en racisme, tegelijkertijd zijn ze wereldburgers. Obama vertegenwoordigt ook deze groep, dankzij zijn banden met Kenia en de familie van zijn vader en de banden met Indonesië en de familie van zijn stiefvader.’ Er zijn miljoenen transnationalen in de Verenigde Staten en ook zij breken het traditionele denken over ras en cultuur open.

Mixed race, transnationals, een ding hebben ze gemeen: ze zijn jong. De millenniumgeneratie (geboren tussen 1979 en 1998) denkt fundamenteel anders over ras dan oudere Amerikanen. ‘Het is een generatiekloof,’ zegt Jen Chau (31), oprichtster van de multiraciale organisatie Swirl en zelf half joods en half Chinees. ‘Journalisten vragen mij vaak waarom Obama zich niet als mixed race identificeert en of het geen belediging is dat hij zich Afro-Amerikaans noemt. Ik heb daar helemaal geen moeite mee. Obama is het product van zijn tijd. Toen hij jong was, bestond er geen naam voor kinderen zoals hij. Als hij had gezegd dat hij mixed was, zou hij door zwarten zijn uitgemaakt voor sell-out. Je moet zijn keuze in een historische context zien. Bovendien is het juist onze boodschap dat mixed race-Amerikanen ieder op hun eigen manier de vraag “wat ben je” behoren te beantwoorden. Wij zijn de laatsten die nog meer hokjes willen.’

Chau meent dat Obama het nationale debat over ras fundamenteel heeft veranderd. ‘Hij praat over ras op een andere manier. Het is niet agressief of verdelend. En voor het eerst gaat het niet alleen over blank versus zwart.’

De keerzijde van Obama’s raciale plooibaarheid is dat blanke Amerikanen niet goed weten wat ze met hem aan moeten. Gary Kamiya: ‘Obama voert nu al bijna twee jaar campagne. Hij heeft twee bestsellers geschreven. Hij heeft aan talloze debatten deelgenomen. Op zijn website zijn al zijn standpunten te vinden. En nog zeggen mensen: ik weet niet wie hij is, ik ken hem niet. Wat blanken daarmee bedoelen, is dat ze hem niet kunnen plaatsen omdat hij bi-raciaal is en niet in het Jesse Jackson-model past van de zwarte politicus met grieven tegen het blanke establishment. Wat de vraag opwerpt of hij wel authentiek is.’

Wat Obama mist, is een Amerikaanse mythologie. De journalist Joe Klein schreef onlangs hoe Sarah Palin past in de mythe van small town Amerika. Ze is een moderne Annie Oakley die op elanden jaagt en in Main Street, Amerika woont. Het doet er niet toe of de mythe overeenkomt met de werkelijkheid, want de mythe voelt vertrouwd. Barack Obama past niet in die mythe. Hij is het product van rassenvermenging, iets wat veertig jaar geleden nog strafbaar was. ‘Obama heeft geen persoonlijke anekdoten die Palins mooseburgers evenaren,’ schrijft Klein. ‘Zijn verhaal van een vader die uit Kenia komt en een moeder uit Kansas speelt in een Amerika dat nog niet is gemythologiseerd, een land dat nu pas geboren wordt – een multiraciaal land wiens grootste culturele en economische kracht zijn diversiteit is. Het is een land waar onze kinderen al wonen en dat onze ouders nooit zullen meemaken, een land met een veel groter potentieel voor gerechtigheid en creativiteit – en misschien zelfs welvaart – dan de sepiaversie van Main Street, Amerika.’

Het is een visie die niet te verkopen is aan een groot deel van het electoraat, concludeerde Klein. Maar nadat hij dit schreef, verdronk Palins Main Street in de financiële crisis van Wall Street. De nieuwe Amerika-mythe van Obama lijkt nu een reddingsboei.

De factor ras

In 1982 verloor Tom Bradley, de zwarte burgemeester van Los Angeles, onverwacht de gouverneursverkiezing in Californië van zijn blanke tegenstander, hoewel hij in de peilingen ver voor had gelegen. De conclusie: blanke kiezers hadden gelogen tegen opiniepeilers uit angst als racistisch over te komen. Zal het Bradley-effect een rol spelen op 4 november? Wetenschappers menen van niet. Ze baseren zich onder meer op de voorverkiezingen, waarbij de uitslagen van de strijd tussen Hillary Clinton en Barack Obama overeenkwamen met de peilingen.

Veel Amerikanen zijn er niet gerust op, vooral omdat een groot onderzoek vorige maand suggereerde dat vooroordelen tegen zwarten Obama zes procentpunten zouden kunnen kosten aan stemmen van blanke Democraten en onafhankelijke kiezers. Het onderzoek, gedaan door Stanford University, maakte gebruik van complexe statistische modellen en peilde negatieve gevoelens over Afro-Amerikanen. Dat er een ‘zes procent rassenkloof’ bestaat, zoals veel media uit het onderzoek distilleerden, was echter een voorbarige conclusie. Ook al vindt een blanke Amerikaan zwarten ‘gewelddadig’ of ‘onverantwoordelijk’, daarmee is nog niet gezegd dat hij niet op Obama zal stemmen.

In de discussie over ras ligt de focus meestal op het nadeel van Obama’s huidskleur. Maar het kan ook in zijn voordeel werken: een hogere opkomst van zwarte kiezers (die overwegend Democratisch stemmen, maar niet altijd naar de stembus gaan), enthousiaste steun van Hispanics en jonge blanke kiezers die Obama stemmen omdat hij zwart is. Hoeveel kiezers op 4 november in de privacy van het stemhokje op basis van ras voor of tegen Obama zullen stemmen, weet niemand.

Bekende 'halfies'

De Amerikaanse golfkampioen Tiger Woods was de eerste multiraciale Amerikaan die zich als zodanig identificeerde. In de jaren negentig noemde Woods zich in een interview met Oprah Winfrey een cablinasian, een samenvoeging van zijn blanke (caucasian), zwarte, indiaanse en Aziatische afkomst. Zwart Amerika kon het niet waarderen. Woods was een ‘sell-out’, een typisch voorbeeld van een lichtgekleurde zwarte man die wilde doorgaan voor blank. Passing zoals de oversteek van de rassengrens wordt genoemd, is in de Afro-Amerikaanse gemeenschap controversieel. Sinds de slavernij zijn honderdduizenden lichtgekleurde Afro-Amerikanen ‘verdwenen’ in de blanke bevolking om aan de wurggreep van de apartheid te ontkomen. Veel Afro-Amerikanen vinden passing een vorm van verraad. Woods trok zich niets aan van de kritiek en zijn moedige initiatief leidde tot publieke erkenning van de problematiek van mixed race-Amerikanen die aan de notoire one-drop rule wilden ontkomen.

Woods’ benaming van zijn raciale mengelmoes kwam ook op een politiek opportuun moment. Mixed race-Amerikanen hadden zich voor het eerst georganiseerd in een politieke beweging. Doel was om in de volkstelling van 2000 erkend te worden. En dat gebeurde: voor het eerst werden multiraciale Amerikanen niet langer gedwongen om hun afkomst tot één ras te reduceren. Ze mochten zoveel hokjes invullen als ze zelf wilden.

Voor mixed race-filmsterren blijft huidskleur bepalend voor de rollen die ze spelen. Halle Berry (witte moeder, zwarte vader) is bekend als een zwarte actrice. Keanu Reeves (witte moeder, Hawaïaans-Chinese vader) speelt blanke mannen.

Voor zangers en musici is een mixed race-identiteit minder bepalend voor hun carrière. Het feit dat Norah Jones (blanke moeder, Indiase vader), Alicia Keys (blanke moeder, Jamaicaanse vader), Mariah Carey (blanke moeder, Venezolaanse vader) of Lenny Kravitz (Westindische moeder, joodse vader) multiraciaal zijn, is slechts een bijkomstigheid. Kravitzs reactie op de kritiek dat zijn muziek ‘niet zwart genoeg’ was, is exemplarisch voor mixed race-Amerikanen: ‘I don’t give a fuck about that.’





  • Cannes Het filmfestival van Cannes is in volle gang. Wat zijn de beste films en de smakelijkste roddels?
  • Sap of Dibi GroenLinks houdt een ledenreferendum. Wat is er eigenlijk te kiezen?
  • Griekse verkiezingen Op 17 juni gaan de Grieken weer stemmen. De radicaal-linkse partij Syriza en de rechts-extremistische partij Gouden Dageraad doen het goed. Wat willen ze?
  • Uit het zicht Steeds meer grote kunstwerken verdwijnen naar de huizen van rijke particulieren. Wat nu?
  • Netneutraliteit Nederland heeft als eerste Europese land netneutaliteit in de wet verankerd. Maar wat is het eigenlijk?