VN MediagidsDe Holleeder-pers

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Justitie / holleeder / crime 28.04.2007

Door Harry Lensink / Marian Husken

28-04-2007
Door Marian Husken en Harry Lensink

De Holleeder-hype is een feit. Van NRC Handelsblad tot Panorama, van Nova tot Shownieuws, ieder bericht over ‘het proces van de eeuw’. Maar daar blijft het niet bij. Drie misdaadverslaggevers hebben ook een rol in het dossier zelf: John van den Heuvel, Peter R. de Vries en Bas van Hout. Over doodsbedreigingen, corrupte contacten, onthullende opnames en ongeschreven boeken.

Het was even slikken voor John van den Heuvel op 24 december 2002. De misdaadjournalist kon zijn veertigste verjaardag, twee dagen later, niet in Nederland vieren. Hij en zijn gezin moesten halsoverkop het land verlaten. Er was volgens de politie een serieuze acute dreiging vanuit de onderwereld richting de Telegraaf-verslaggever. ‘We zijn meteen vertrokken. Het was vreselijk. Daarna heb ik besloten om nooit meer zo te vluchten.’

John van den Heuvel (1962) heeft in de Holleeder-zaak een cruciale rol gespeeld. Hij was het die in augustus 2002 topcrimineel Johnny Mieremet aan het woord liet; het interview waarin Endstra de ‘bank van de onderwereld’ werd genoemd en Holleeder ‘zijn bewaker’. Het was een steen in de vijver. Voor Endstra, maar ook voor de verslaggever zelf – het heeft Van den Heuvels privéleven niet onberoerd gelaten. Zijn laptop met daarop de ruwe versie van het Mieremet-interview werd een maand na de publicatie, op 22 september 2002, uit zijn werkkamer gestolen. Van den Heuvel was op dat moment niet thuis. Daarmee heeft de journalist mazzel gehad, betoogde Willem Endstra later op de achterbank bij de recherche, want bijna was hij doodgeschoten. ‘Ze waren gewapend, die jongens. Dat waren twee Joegoslaven. Toen hebben ze nog een stoel omgegooid en ze hebben gewacht of-ie naar boven kwam, want dan hadden ze hem neergeknald.’

Beangstigend, maar niet helemaal verrassend voor de Telegraaf-man. Op de dag dat het interview met Mieremet in de krant verscheen (28 augustus 2002), had hij ook al een waarschuwing gekregen van de Criminele Inlichtingen Eenheid (CIE) dat er een aanslag op zijn leven dreigde. Ten slotte werd de journalist op 9 oktober van dat jaar door een kennis van Endstra benaderd. Deze vertelde hem dat de vastgoedhandelaar een moordaanslag op Van den Heuvel had verijdeld. Daarmee leek de verwarring compleet. Want het was diezelfde Endstra die volgens de misdaadverslaggever de opdracht heeft gegeven voor de inbraak. Van den Heuvel bij de recherche: ‘Endstra wist in een gesprek met mij letterlijk te citeren uit stukken uit mijn computer.’ Het zal weinig verbazing wekken dat de verslaggever sindsdien rondrijdt in een gepantserde BMW die hij ín de televisiestudio mag parkeren als hij een optreden heeft bij RTL Boulevard.

De rol van John van den Heuvel in het Holleeder-dossier is prominent. Niet alleen zijn zijn artikelen toegevoegd; justitie heeft naar aanleiding van de doodsdreigingen en de inbraak zelfs een apart zaaksdossier over hem opgebouwd. Nu, vijf jaar na dato, is de verslaggever er betrekkelijk rustig onder. ‘Natuurlijk wist ik dat het Mieremet-­artikel veel los zou maken. We hadden het verhaal een dag van tevoren aangekondigd en ’s nachts om twaalf uur liepen er al on­gure types rond het Telegraaf-kantoor om een eerste exemplaar te bemachtigen.’

Van den Heuvel maakt de vergelijking met een andere grote strafzaak waarbij Telegraaf-publicaties een rol speelden. ‘Het Holleeder-proces is niet uniek. De zaak tegen topcrimineel Johan V., alias de Hakkelaar, kreeg midden jaren negentig net zoveel publiciteit. Destijds zijn mijn collega Joost den Haas en ik ook wegens bedreigingen spoorslags met onze vrouwen en kinderen een week naar het buitenland vertrokken.’

Van den Heuvel is dus wel wat gewend. Toch ziet ook hij het unieke van de Holleeder-zaak. Dat zit volgens hem in de relatie tussen boven- en onderwereld, die voor het eerst op zo’n schaal aan het daglicht is gekomen. Zijn publicaties zorgden mede voor de aftrap voo r een onderzoek naar de vermeende praktijken van Holleeder cum suis. Die journalistieke trofee pakt niemand hem af. Maar Van den Heuvel zit ook op een andere, minder eervolle manier in het dossier. Hij was verdachte in het onderzoek naar corruptie bij de politie dat deels is toegevoegd aan de Holleeder-zaak. Het gaat om de praktijken van ‘De Pet’, volgens justitie de platte opsporingsambtenaar die de bende van Holleeder van informatie voorzag. De Telegraaf-verslaggever had frequent contact met oud-rechercheur Hans van E., een van de hoofdverdachten. Toen er allerlei uiterst geheime stukken in de krant opdoken, meende justitie dat Van den Heuvel zich had schuldig gemaakt aan heling van vertrouwelijke processen-verbaal.

Van den Heuvel heeft daarover in verhoren uitvoerig verklaard. ‘Ik ben inmiddels geen verdachte meer,’ zegt hij. Hij voelde zich nadien niet prettig bij de contacten die hij had gehad met oud-politieman Hans van E. ‘Hij wist dat ik een laptop had met daarop het Mieremet-interview. Hij was weleens bij mij thuis geweest.’ Het zou volgens de verslaggever kunnen verklaren waarom de inbrekers precies wisten wat waar te zoeken in zijn woning.

Een uitdraai van het ruw uitgeschreven interview, afkomstig van zijn laptop, vond de recherche later bij de in 2005 vermoorde onderwereldadvocaat Evert Hingst. Blijkbaar waren de woorden van Mieremet van hand tot hand gegaan in het milieu. Nog steeds is er een onderzoek gaande naar de diefstal van de laptop. Als dader is meerdere keren de Joegoslaaf ‘Bato’ genoemd en op de Hingst-uitdraai vond de recherche vingerafdrukken van twee andere verdachten: Zakaria L. en Antoine C.

Ondanks zijn onthullende publicaties over de dubieuze rol van Willem Endstra en van Willem Holleeder in de Amsterdamse onderwereld, heeft Van den Heuvel beide mannen – die allengs tegenover elkaar kwamen te staan – nadien afzonderlijk ettelijke keren gesproken. ‘Endstra kroop daarbij steeds in een slachtofferrol. De gesprekken met Holleeder waren heel heftig. Hij ontkende de gang van zaken rigoureus. Ik heb tegen hem gezegd: vertel je verhaal. Als je onschuldig bent, moet je het van de daken schreeuwen. Maar hij zag geen voordeel in publiciteit.’ Wat Van den Heuvel in die ontmoetingen met Holleeder en Endstra opviel, is dat beiden elkaar kwalijke zaken in de schoenen probeerden te schuiven.

Het waren niet altijd prettige confrontaties. Soms kalmeerde Bram Moszkowicz beide Willems en de Telegraaf-man. Bijvoorbeeld toen de journalist op bezoek was bij de advocaat aan de Herengracht. Hij had zijn auto voor de deur staan. Een passerende Holleeder herkende de bolide en stoof woedend het kantoor van zijn raadsman binnen, vastbesloten om Van den Heuvel een pak slaag te geven. Moszkowicz wist escalatie te voorkomen en werkte Holleeder naar buiten.

Op een ander moment (27 januari 2004) meldde Van den Heuvel zich bij de Amsterdamse politie. Hij was bedreigd en Bram Moszkowicz had hem gewaarschuwd. De advocaat was kort daarvoor benaderd door Willem Endstra. Endstra had aan Moszkowicz gevraagd ‘om met Willem Holleeder te regelen dat Van den Heuvel voor eens en altijd zou ophouden. Kortom een verzoek om te worden aangepakt,’ staat er te lezen in het proces-verbaal van het gesprek dat de politiemensen hadden met de verslaggever.

Van den Heuvel wil drie jaar na dato niet ingaan op deze ‘dreigmelding’, maar het geeft de delicate lijnen weer tussen onder- en bovenwereld, met daartussen een behoedzaam laverende journalist. Vooralsnog lijkt hij de diplomatie die het vak vereist te beheersen. Ook weet hij dat een journalist voor een crimineel soms tot middel dient om een doel te bereiken. Toch heeft de Telegraaf-verslaggever niet het gevoel dat hij te ver is gegaan door bijvoorbeeld Johnny Mieremet een podium te geven in zijn krant. ‘Iedereen heeft zijn eigen belang. Maar ik trof in België een man met een jachtgeweer op z’n schoot. Hij zat letterlijk met zijn rug tegen de muur, bang voor z’n leven. Je kan jezelf geen misdaadjournalist noemen als je een dergelijk verhaal laat lopen.’

Peter R. de Vries
Er is geen discussie over wie dé misdaadjournalist van Nederland is. Daar zijn vriend en vijand het over eens, dat is nog steeds Peter R. de Vries (1956). Zijn carrière heeft mede glans gekregen door zijn beroemde boek over de Heineken-ontvoering. Sindsdien is de misdaadverslaggever een bekende van de kidnappers: met de in 2003 geliquideerde Cor van Hout was hij zelfs bevriend. Kwade tongen beweren dat hij aan het lijntje loopt van Holleeder. Dat stelde bijvoorbeeld Willem Endstra. De vastgoedmagnaat zei tijdens de achterbankgesprekken tegen CIE-chef Jan van Looijen: ‘Ja, Peter de Vries is de vazal van Holleeder, hè.’
Van Looijen: ‘Spreken ze nog met elkaar, denkt u?’

Endstra: ‘Ja, weet ik wel zeker. Hij zegt wat er moet gebeuren dan eh. Hij heb ook gezegd, ze mag niet naar die begrafenis. Toen is-ie toch naar die begrafenis gegaan (waarschijnlijk heeft Endstra het hier over de begrafenis van Cor van Hout, red.). En sukkel ik heb je dit, maar hij vertelt precies wat-ie moet doen. Je zal hem over Holleeder geen rare dingen horen eh... gaan vertellen.’ Volgens Endstra is De Vries bang voor Holleeder, die hem ‘Peter de Lange’ zou noemen en de misdaadverslaggever zou tiranniseren. De vastgoedman is niet de enige. In een verhoor bij de recherche verwijt Ad van Hout, de broer van Cor, Peter R. de Vries opportunisme. ‘Dat was toch zo’n goede vriend van Flip. Ik heb gevraagd of hij dit (de ruzie met Holleeder over de erfenis, red.) niet kon oplossen. Hij zei dat hij zich er niet mee kon bemoeien.’

Tot vorig voorjaar was de – journalistieke – aanwezigheid van De Vries in het Holleeder/Endstra-verhaal opvallend onopvallend. Pas op 18 mei 2006, twee jaar en één dag na de moord op Endstra, kwam de misdaadverslaggever met een programmavullende reportage. Die bevatte dan ook meteen explosief materiaal. Hij had video-opnames toegespeeld gekregen waarop de politie bij Endstra naar binnen sluipt. Hij toonde geheime beelden van een bespreking tussen Endstra en Mieremets advocaat. En de televisiemaker liet zijn kijkers pijnlijke audiofragmenten horen van een gesprek tussen de vastgoedman en een Haagse kennis, waarbij Endstra buitengewoon veel van wapens blijkt te weten en zeer kil verhaalt over de liquidatie van de gebroeders Rob en Eric Driesen, twee voormalige zakenrelaties uit Brabant.

Ten slotte stond De Vries stil bij een ‘oude vriend’ van Endstra: Ronald van Essen. De journalist liet opnames horen waarop deze gehandicapte oud-xtc-handelaar vertelt dat Endstra achter de aanslag op hem zou zitten – eind 1999 werd Van Essen in het hoofd geschoten. Toen kwam de voice-over van de misdaadverslaggever onder de beelden: ‘Een bank waar je kunt inleggen, maar volgens haar cliënten beter niet kunt opnemen. (...) Met een bankier die de dreiging van geweld niet schuwt.’

De Vries is achteraf door betrokkenen verweten dat hij Endstra wel héél zwart afschildert. Dat laat onverlet dat hij terecht de keerzijde van ‘slachtoffer’ Endstra heeft laten zien. Curieus is dat de vastgoedman in de achterbankgesprekken al refereerde aan audio-opnames. Volgens hem had Holleeder iemand naar Van Essen gestuurd om deze uitspraken te ontlokken. De rechercheurs parafraseerden de vastgoedman als volgt: ‘[Holleeder] heeft daar acht uur aan gesprekken op cd-roms gezet. Daar heeft hij iemand Van Essen helemaal uit laten horen met de suggestie “Willem Endstra zit er toch achter?”’

Het maakt de vraag interessant van wie De Vries de opnames heeft gekregen. Datzelfde geldt voor het videomateriaal uit Endstra’s kantoor. Bram Moszkowicz werd er eerder dit jaar door de nabestaanden van Endstra van beschuldigd deze videotapes te hebben doorgespeeld. Hij ontkende dit ten stelligste en liet tegenover Vrij Nederland weten dat hij ervan uitgaat dat Holleeder het materiaal aan De Vries heeft gegeven – dat concludeerde de raadsman na lezing van het dossier. Zelf wil de misdaadverslaggever, naar goed journalistiek principe, niets kwijt over zijn bron. ‘Hoe de tapes tot mij zijn gekomen, zeg ik niet, zoals Vrij Nederland ook haar bronnen nooit bekendmaakt.’

Hoe dan ook, justitie is getriggerd na de uitzending. De Vries’ uitzending is integraal uitgeschreven en toegevoegd aan het Holleeder-dossier. Ook heeft de officier van justitie de misdaadverslaggever verzocht om het materiaal – De Vries stelde in de uitzending over nog meer opnames te beschikken – over te dragen aan het OM. Dat heeft De Vries beleefd geweigerd. De programma­maker: ‘Naar mijn mening zijn de interessante fragmenten uitgezonden, maar tijdens het proces kan een nu onbetekenend lijkende opmerking of uitspraak een nieuwe dimensie krijgen. Dan zenden we dat uiteraard uit. De video- en geluidstapes van Endstra zijn belangwekkend. Ze onthullen bijvoorbeeld dat Endstra op een aantal punten in de zogenoemde achterbankgesprekken willens en wetens keihard heeft gelogen. Ze zijn bovendien erg concreet in tegenstelling tot veel andere berichtgeving in deze affaire die louter speculatief is en vaak feitelijk ook nog onjuist.’

Dat Endstra hem op de achterbank een ‘vazal van Holleeder’ noemt, die bang zou zijn voor de Heineken-ontvoerder, daar wil de misdaadverslaggever ook nog wel wat over kwijt. ‘Het zegt meer over Endstra dan over mij. Ik heb Endstra nooit ontmoet en heel lang geleden slechts één keer kort telefonisch gesproken. Hoe hij kan verklaren dat ik bang ben voor Holleeder is mij dus een raadsel. Mind you: Endstra was de man die in de publiciteit tot het bittere einde zelf glashard bleef ontkennen dat hij Holleeder überhaupt kende, terwijl vaststaat dat hij jarenlang heel intensief met hem is omgegaan. Wat zijn de woorden van Endstra dan waard?’

De televisiejournalist benadrukt geen angst te kennen voor Willem Holleeder. ‘Waarom zou ik? Er zijn momenten geweest dat ik hem heb getrotseerd en duidelijk tegen hem ben geweest. Ik ken hem al meer dan twintig jaar goed en ben, denk ik, een van de weinigen die alles tegen hem kunnen zeggen, ook dingen die hij liever niet hoort. Toen Holleeder en Van Hout gebrouilleerd raakten, heeft Holleeder mij met zoveel woorden gevraagd of ik met Van Hout bleef omgaan. Toen ik daar bevestigend op antwoordde, zei hij: “Dan is mijn contact met jou nu afgelopen.” Ik heb toen gezegd: “Dat is jouw beslissing, dat moet dan maar…” Ik heb hem toen ook lang niet meer gezien of gesproken. Iedereen die mij een beetje kent, weet dat ik mij in mijn beroep nooit laat leiden door angst. Zodra dat het geval is, kun je beter wat anders gaan doen.’

Waarom ook Cors broer Ad van Hout een negatieve opmerking over hem plaatst, weet de misdaadverslaggever wel. ‘De familieleden van Cor konden zich niet neerleggen bij de verdeling van de erfenis van Van Hout. Alles ging naar de kinderen van Cor en z’n vriendin Sonja Holleeder. De andere familieleden hebben kort na de moord gevraagd of ik daarin wilde bemiddelen. Ik heb dat geweigerd. Sindsdien behoor ik voor een aantal van hen tot “het kamp van Holleeder”, kennelijk onder het motto: als hij ons niet helpt, is hij zeker voor Holleeder.’

De Vries ergert zich aan de berichtgeving in de media over de zaak, die volgens hem in veel gevallen regelrechte retoriek is. ‘Kwalijk vind ik dat als je feitelijke, of nuancerende kanttekeningen maakt over in mijn ogen principiële kwesties als bijvoorbeeld de glaswand, het feit dat de advocaat geen vrije toegang tot Holleeder heeft, de anonieme getuigen of de gezondheidstoestand van Holleeder, je als “vazal” van hem of als “de woordvoerder van de familie Holleeder” wordt neergezet.’

Bas van Hout
De derde misdaadverslaggever die prominent aanwezig is in het dossier is Bas van Hout (1959). Hij had in de jaren negentig succes met zijn boek De jacht op de erven Bruinsma, waarin Van Hout tal van grote criminelen sprekend opvoerde. Het was een onthullend relaas uit de onderwereld zelf, waarbij grote criminelen als John Mieremet en Sam Klepper – zij het onder meerdere pseudoniemen – zeer open over hun ‘vak’ verhaalden. Ze verdienden tientallen miljoenen, terwijl de Nederlandse opsporingsdiensten verlamd in de hoek lagen, knock-out door het IRT-schandaal.

Onthullend of niet, de reputatie van Bas van Hout is bij sommige vakbroeders omstreden. Hij schuurt te dicht tegen het criminele milieu aan, luidt de kritiek. Maar het kan ook jalousie de métier zijn omdat de geboren Amsterdammer zo gemakkelijk toegang heeft tot de wereld waar hij over schrijft. En vreemd is dat ook niet, want hij groeide op met veel van de hoofdrolspelers. Van Hout is de stiefzoon van Zwarte Joop de Vries, jarenlang de koning van de Amsterdamse Wallen.

Zowel Endstra als Holleeder hebben Van Hout in hun verklaringen genoemd. ‘Men gebruikt hem om de politie in diskrediet te brengen,’ zei Willem Endstra in 2003 op de achterbank. CIE-chef Jan van Looijen vroeg verderop: ‘Holleeder praat ook met die Bas?’ Endstra antwoordt: ‘Ja, ja. Ze zitten gewoon een aanval op eh... voor te bereiden. (...) De bedoeling is dat jullie de boeven zijn.’

Ook Endstra’s opponent refereerde aan de misdaadverslaggever. In 2006 meldde Holleeder kort na zijn arrestatie: ‘Binnenkort verschijnt er een boek van Bas van Hout waarin de hele waarheid omtrent Endstra zal worden verteld. Dit is niet mijn verhaal maar door de betrokken personen zelf verteld. Ik ga veel bewijzen, want ik heb van veel dingen opnames. Als ik iets niet vertrouwde dan nam ik het op.’

Dus aan Van Hout de vraag: waar blijft dat boek? ‘Ik was begonnen aan De erven Bruinsma deel 2: Follow the money. Het zou geen boek worden over alleen Holleeder, maar ook over Klepper, Mieremet en anderen uit de IRT-tijd. Het gaat vooral over het geld dat toen door hen is verdiend en dat is belegd bij Endstra. Ik was daar al heel ver mee en had met allerlei mensen al gesproken, ook met types die geen vrienden van elkaar waren. Verhalen over wie er achter de aanslagen zaten en wie er in opdracht van Endstra geweld pleegden. Dat had niet per se van doen met Holleeder. Hij zou hooguit een hoofdstuk krijgen. Ik heb gesproken met Klepper over de moordaanslag op Ronald van Essen. Niet Holleeder, maar Klepper zelf zat erachter, vertelde hij me. En hij had van Endstra de opdracht gehad. Helaas zijn nu veel bronnen weggevallen. Ze zijn overleden of zitten vast. Dat is jammer, ik had het gevoel dat ik er heel dicht bij was en die Van Traa-miljoenen had getraceerd.’

Net als zijn collega John van den Heuvel figureert Van Hout ook in het onderzoek naar corruptie bij de politie, dat deels aan de Holleeder-zaak is toegevoegd. In zijn voormalige televisieprogramma Crime Café liet de misdaadjournalist uiterst geheime stukken zien, die nota bene werden becommentarieerd door Van den Heuvel – het maakte de indruk van een kruisbestuiving. Toen de rijksrecherche ook nog eens post van Van Hout vond in de cel van de later geliquideerde Martin Hoogland (de moordenaar van Klaas Bruinsma), was de argwaan bij de opsporingsinstanties helemaal gewekt. In de enveloppe met het adres van Crime Café zaten interne politiestukken. Van Hout maakte er later bij zijn verhoor geen geheim van dat hij de afzender is. Die informatie lag immers toch al op straat.

En dat is waar. Het lijkt wel of de hele wereld over de stukken beschikte. De politie trof ze aan in de auto van topgangster Dino Soerel, die samen met Holleeder en Stanley Hillis een criminele trojka zou vormen. Ook doken ze op in verschillende televisierubrieken en in het Algemeen Dagblad. Soms mocht Van Hout uitleg komen geven, zoals in 2004 in de actualiteitenrubriek 2Vandaag, na de moord op Endstra. Zijn uitspraken in deze uitzending vond justitie belangrijk genoeg om aan het Holleeder-dossier toe te voegen. ‘Iemand is in staat geweest om bij de CIE-afdeling dossiers uit de archiefkast te halen en aan bevriende criminelen of bevriende journalisten te geven,’ zo citeerde een verbalisant de analyserende misdaadverslaggever. En in 2005 vertelde hij, gezeten aan tafel bij Barend en Van Dorp: ‘Ik heb een ex-politieman gesproken. Zijn collega’s zijn doorgegroeid, daar heeft hij nog steeds contacten mee. Daar krijgt hij zijn informatie. Maar die man is fout. Die man lekt nog steeds naar het circuit.’

Enkele weken later, in januari 2006, was het raak. Twee mensen, rechercheur Sjaak K. en zijn oud-collega Hans van E., werden met veel tamtam aangehouden en justitie deed voorkomen dat daarmee het corrupte lek van Holleeder was gedicht. De zaak zal eind deze maand voor de rechter komen, in de schaduw van het Holleeder-proces. Bas van Hout is in deze lekzaak tweemaal als verdachte gehoord. Hans van E. kent hij wel, zo vertrouwde hij de politie toe. ‘Dat is de politieman over wie ik sprak op de televisie,’ zei hij, ‘maar ik weet niet met welke politiemensen hij omging.’

Dat hij te dicht tegen het milieu aanzit, werpt Van Hout verre van zich. ‘Onzin. Als je vriendjes wordt met criminelen kun je niet functioneren in je vak als misdaadverslaggever, dan word je later in de pan gehakt. Je moet niet naar verjaardagen gaan, naar hun feestjes of met ze naar de hoeren. Als je heel eenzijdig fungeert als doorgeefluik van een bepaalde partij, is dat gevaarlijk.’





  • Cannes Het filmfestival van Cannes is in volle gang. Wat zijn de beste films en de smakelijkste roddels?
  • Sap of Dibi GroenLinks houdt een ledenreferendum. Wat is er eigenlijk te kiezen?
  • Griekse verkiezingen Op 17 juni gaan de Grieken weer stemmen. De radicaal-linkse partij Syriza en de rechts-extremistische partij Gouden Dageraad doen het goed. Wat willen ze?
  • Uit het zicht Steeds meer grote kunstwerken verdwijnen naar de huizen van rijke particulieren. Wat nu?
  • Netneutraliteit Nederland heeft als eerste Europese land netneutaliteit in de wet verankerd. Maar wat is het eigenlijk?