VN MediagidsDamien Hirst: 'Ik dacht dat ik onsterfelijk was'
04.11.2008
08-11-2008
Door Harm Ede Botje
Damien Hirst is in town! De hele Nederlandse journalistiek werd opgetrommeld om de rijkste en beroemdste kunstenaar ter wereld te spreken.
Het is woensdagmiddag half vier als de telefoon gaat. Een persvoorlichtster van het Rijksmuseum nodigt me uit voor een gesprek met de Britse kunstenaar Damien Hirst, die naar Amsterdam komt ter gelegenheid van de tentoonstelling van zijn wereldberoemde diamanten schedel. Het gaat om een zogenaamd carrousel-interview, benadrukt ze, een vorm die vaak wordt gebruikt bij popsterren. Drie journalisten mogen dan tegelijkertijd gedurende tien tot vijftien minuten vragen stellen tijdens een strak geregisseerde sessie, in het bijzijn van een persvoorlichter. Ik heb nog nooit zo'n soort gesprek gevoerd en vraag me hardop af of het nut heeft, zo'n sessie. Dat laat de woordvoerster in het midden, maar, zo zegt ze opgewekt, als ik kom, 'ontmoet je wel Damien Hirst zelf'.
Stuffy & arrogant
Vrijdagochtend om kwart voor twaalf meld ik me bij het gebouw aan het Museumplein waar de directievertrekken van het Rijksmuseum zijn gevestigd. Aan een grote tafel in een voornaam ingerichte kamer zitten collega's aan de koffie. Sommigen zijn net bij Hirst geweest en wisselen opgewonden ervaringen uit. Ik zit in het laatste groepje. Ik praat even met een dame van het Rijksmuseum. Ze hoopt met deze tentoonstelling veel nieuwe bezoekers naar het museum te trekken. Het is een kolfje naar de hand van de nieuwe directeur Wim Pijbes, die nieuwe bezoekers naar het museum wil lokken en eerder opzien baarde met zijn tentoonstelling van Marlies Dekkers-ondergoed. 'Het is een heel bijzonder project om aan mee te doen,' zegt de medewerker.
Dan mag ik ook naar boven. Uiteindelijk blijkt dat de collega van de Groene Amsterdammer met wie ik samen in het groepje van twee was ingedeeld om onbekende redenen verstek heeft laten gaan. Ik heb dus het rijk alleen!
Hirst zit onderuitgezakt aan een tafel. Hij heeft een beetje een pafferig gezicht en kortgeknipt grijs haar met een terugtrekkende haargrens. Hij draagt een jasje, een T-shirt en een Prada-bril met blauwgetinte glazen die hij het hele gesprek ophoudt.
Op stoelen langs de muur zitten vier medewerkers die hij heeft meegenomen uit Londen (in totaal heeft hij honderdtachtig werknemers die zijn kunstimperium draaiende houden). De voorlichtster van het Rijksmuseum geeft het startschot: ik mag gedurende zeven minuten vragen stellen, daarna heeft 'mister Hirst' andere verplichtingen.
Wat kun je in zeven minuten vragen aan een man die tegen alle kranten min of meer hetzelfde verhaal afsteekt?
Hirst vertelt dat hij in de jaren tachtig een Interrailkaartje kocht waarmee hij met vrienden alle musea in Europa afreisde. Ook bracht hij een bezoek aan het Rijksmuseum. Toen ze een tour voor de schedel planden, dacht hij dan ook meteen aan Amsterdam. Ook wilde hij graag naar de Hermitage in Sint-Petersburg, maar daar waren ze 'stuffy and arrogant' en dus besloot hij dat museum over te slaan. Het moet heerlijk zijn voor hem om zoiets te zeggen: ik, Damien Hirst, die in de jaren tachtig nog interrailde, kan nu een van de belangrijkste musea ter wereld passeren. De directie van het Rijksmuseum zag wel meteen de potentie van de Schedel-tentoonstelling. Het museum, dat al jaren in staat van verbouwing is, kan de publiciteit goed gebruiken. Geen wonder dus dat ze in de woorden van Hirst 'brilliant' reageerden op zijn voorstel om de schedel als eerste in Amsterdam tentoon te stellen.
Koket
Als er íéts opvalt aan Hirst, is het dat hij zo ontzettend koket is. Hij speelt een spel met de kunstwereld. De veiling bij Sotheby's, waar zijn werken 140 miljoen euro opleverden, vond hij 'geweldig'. Dat het een hoop geld is, relativeert hij: 'Ik heb 233 werken moeten verkopen om 140 miljoen te krijgen, voor één Van Gogh betaal je hetzelfde bedrag.'
Hirst over zijn kristallen schedel
De belangrijkste mededeling van Hirst tijdens het gesprek is dat hij genoeg heeft van het op sterk water zetten van kalveren en haaien en dat hij ook geen zin meer heeft in mechanisch gemaakte spetterschilderijen ('dat zijn ontkenningen van het eigenlijke schilderen'). Hij heeft twee jaar geleden voor het eerst zowaar zelf het penseel opgepakt en is aan het schilderen geslagen.
Waarom hij voor het eerst sinds zijn puberteit weer achter de ezel is gaan staan? Er komt niet een echt antwoord. De voormalige stevige drugsgebruiker, inmiddels in bezit van vrouw en drie kinderen, heeft het over een midlife crisis (Hirst is drieënveertig), de naderende dood ('ik heb lange tijd gedacht dat ik onsterfelijk was') en het feit dat je bij grote kunstenaars in opeenvolgende werken hun leven kan zien. Had Willem de Kooning niet ook een vroege en een zwarte periode?
Terwijl de hele wereld zich dus vergaapt aan de diamanten schedel die nu in het Rijksmuseum staat, is Hirst al weer een stap verder. Opnieuw heerlijk koket zegt hij dat de eerste schilderijen die hij maakte 'helemaal niets waren'. Ze leken allemaal op die van zijn Britse collega Francis Bacon. Toen Hirst in zijn puberteit de eerste voorzichtige schreden zette als schilder, kwam hij ook uit bij Bacon en gaf toen op omdat het 'nergens op sloeg'. Deze keer zet Hirst door, hij wil op zoek naar zijn eigen schildersziel. 'Dat is iets waar ik blijkbaar doorheen moet,' zegt Hirst.
Droogtijd
Dan grijpt de dame van het Rijksmuseum in. Tijd voor de laatste vraag. Houdt Hirst van dit soort interviews? Je kunt toch geen zinnig gesprek voeren op deze manier? De kunstenaar antwoordt dat hij dit soort ontmoetingen prefereert boven een grote persconferentie waar alle journalisten bij elkaar zitten en er helemáál geen zinnig woord wordt gewisseld. Ik dank hem en zeg dat dit de eerste keer is dat ik ooit een zevenminuteninterview heb gedaan. 'Sorry about that,' zegt Hirst. Als ik mijn jas al aan heb, grijpt zijn persoonlijk assistent in. 'We kunnen nog wel even doorgaan,' zegt ze. 'We hoeven niet meteen weg.' Verwarring bij de Rijksmuseum-dame. 'Waar gaan we hierna naartoe?' vraagt een van de assistenten. 'Naar het red light-district,' roept Hirst balorig.
We praten door over zijn beslissing om te gaan schilderen. 'Ik kwam op het punt dat ik dacht: ik kan nog veel geld verdienen met wat ik nu doe, maar ik zie me dit niet tot mijn dood doen. Ik moest een andere richting in. Ik houd van de droogtijden van verf, gebruik expres geen sneldrogers. Sommige kleuren, zoals wit, doen er een week over om te drogen. In die week kun je nadenken hoe je verder gaat. Daardoor voel ik me sterfelijk, en ik houd van dat gevoel. Het afgelopen jaar maakte ik een paar werken die ik goed genoeg vind om te tonen op een eerste expositie volgend jaar in Londen. Ik heb geleerd dat het er niet om gaat of iets goed of slecht is, het gaat erom of je er zelf in gelooft. Ik weet nu dat I'm all I've got.'
- Cannes Het filmfestival van Cannes is in volle gang. Wat zijn de beste films en de smakelijkste roddels?
- Sap of Dibi GroenLinks houdt een ledenreferendum. Wat is er eigenlijk te kiezen?
- Griekse verkiezingen Op 17 juni gaan de Grieken weer stemmen. De radicaal-linkse partij Syriza en de rechts-extremistische partij Gouden Dageraad doen het goed. Wat willen ze?
- Uit het zicht Steeds meer grote kunstwerken verdwijnen naar de huizen van rijke particulieren. Wat nu?
- Netneutraliteit Nederland heeft als eerste Europese land netneutaliteit in de wet verankerd. Maar wat is het eigenlijk?




