VN MediagidsBush, u kunt wel gaan

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

06.09.2003

Door Freke Vuijst

06-09-2003
Door Freke Vuijst

Nu president George W. Bush zich heeft ontpopt als een volgens sommigen rechts-radicale ideoloog keren steeds meer Amerikanen hem de rug toe. En niet alleen links-liberale Democraten. Een tweede termijn zit er voor Bush niet in, zo wijzen opiniepeilingen uit.

Het was een vreemde zomer in de Verenigde Staten. Niet alleen was het weer broeierig, ook de mensen waren verhit. Op dinnerparties, rond de barbecue of het zwembad, was de sfeer te snijden. De woede van politiek-geïnteresseerde, democratisch-stemmende Amerikanen had een kookpunt bereikt. De reden? George W. Bush en zijn ultraconservatieve beleid.

De lijst met grieven was schier oneindig: van de wanorde na het militaire ingrijpen in Irak tot de leugens over Saddams acute dreiging; van het astronomische begrotingstekort in de Verenigde Staten tot de drie miljoen banen die sinds Bush president werd in het niets verdwenen; van de geheimhouding over de invloed van bedrijven op het energiebeleid tot de belastingverlaging die alleen de rijken wat opleverde.

Een avondje fulmineren tegen Bush luchtte op. Maar toen het laatste glas gedronken was, keken mijn vrienden elkaar wanhopig aan. Waren zij, hier in het noordoosten van Amerika, het traditionele bolwerk van links-liberalen, de laatsten der mohikanen?

'Nee,' zegt journalist Joe Conason (van het internetblad Salon en de krant New York Observer), 'ook in Alaska, Colorado en Texas zijn mensen woedend. Zelfs families van militairen, die traditioneel een president in oorlogstijd steunen, zijn kwaad.' Conason spreekt uit ervaring. Dagelijks neemt hij deel aan radioprogramma's in het hele land om zijn boek te promoten. Conasons boek Big Lies. The Right-Wing Propaganda Machine and How It Distorts the Truth, is strikt genomen niet anti-Bush. Het is een exposé van republikeins gedraai en schaamteloze leugens ('George W. Bush is a compassionate conservative' en 'Republikeinen zijn goede bestuurders van de economie'). Met Big Lies heeft Conason feilloos de tijdgeest aangevoeld, zijn boek staat hoog op de bestsellerlijst. Conason is niet bang om de rechts-radicale republikeinse propagandamachine aan te pakken. Vanuit zijn vakantiehuis op het eiland Nantucket, met zijn arm in een mitella na een val van zijn fiets, vertelt hij over de honderden e-mails van mensen die hem bedanken voor zijn moed. 'Ik word er bijna verlegen van,' lacht hij.

'Ja, eindelijk worden de mensen boos. Het heeft lang geduurd voordat de links-liberalen in verzet kwamen tegen het rechtse kabaal in Washington,' zucht Gloria Totten. Sinds september 2001 trekt Totten het land door als hoofd van de Progressive Majority, een politieke organisatie die progressieve kandidaten steunt. In honderden zaaltjes heeft ze gedesillusioneerde Democraten toegesproken. 'Ik noemde het mijn get over it- speech. Get over it dat Bush de verkiezingen heeft gestolen. Get over it dat Bush zich in de Amerikaanse vlag wikkelt. Get over it dat de politiek hier nauw verweven is met geldschieters en het bedrijfsleven. Get over it en vecht terug. Ik werd zo moe van die speech dat ik dacht: als ik het allemaal nog een keer moet zeggen, val ik er dood bij neer.'

En toen gebeurde er iets onverwachts: de demonstraties tegen de dreigende oorlog in Irak. Totten: 'Hoe graag wij en andere progressieve organisaties ook met de eer zouden willen strijken, die protesten ontstonden spontaan.' De demonstranten zijn nu uit het straatbeeld verdwenen, maar volgens Totten hebben dezelfde sentimenten van verzet en protest zich uitgebreid van progressieve naar meer traditionele Democraten en onafhankelijke kiezers. Hoe weet ze dat? Totten wijst op de anti-Bush-campagne die haar organisatie de vorige week lanceerde. 'De reacties zijn overweldigend en komen vooral van doorsnee-Democraten.'

Joe Conason bespeurt een dergelijke verbreding van de woede. 'In de verkiezingscampagne van 2000 deed Bush zich voor als een gematigde Republikein. Hij wilde de sfeer in Washington verbeteren, samenwerken met de Democraten. Maar wat blijkt? Deze regering is de meest rigide, de meest rechtse regering die we in jaren hebben gehad. Die ideologische ruk naar rechts roept weerstand op. In tegenstelling tot Europeanen denken Amerikanen dat de politiek niet over ideologische verschillen gaat. Maar nu een rechts-radicale ideologie hun in het gezicht staart, worden ze wakker.' Zijn bewijs? 'Kijk naar de opiniepeilingen: negenenveertig procent van de geregistreerde kiezers gunt Bush geen tweede termijn. Dat is gezien zijn populariteit na 11 september 2001 significant.'

De politicoloog Alan Chartock, uitgever van de Legislative Gazette in Albany, New York en hoofd van een grote publieke radio-omroep, bevestigt de woede. 'Maar ik ben bang dat het vooral onder progressieven leeft. Bij de mensen die echt kwaad zouden moeten zijn, de armen en de minstbedeelden die het meest te lijden hebben van Bush' beleid, leidt woede tot een vorm van sociale depressie, een gevoel van the hell with it, ik kan er toch niets aan doen. Vergeet niet dat de helft van de Amerikanen niet stemt en dat de meesten van deze niet-stemmers democratisch zouden stemmen.'

Woede moet ook ergens heen kunnen, het moet een kanaal vinden, een uitlaatklep. Chartock verwijt de Democraten in het Congres dat ze niet op de woede van hun achterban inspelen. 'Het zijn lafaards die alleen aan hun eigen herverkiezing denken en zich laten intimideren door de agressieve stijl van de Republikeinen die elke kritiek op de president afschilderen als anti-Amerikaans.' De onvrede van Democraten met hun partijleiders blijkt overduidelijk uit een recente peiling van het onafhankelijke Pew Research Center. Zes van de tien Democraten vonden dat de partij het slecht deed als het om traditioneel democratische standpunten ging als 'de armen helpen' en 'de werkende klasse vertegenwoordigen'.

Met links-liberale Democraten op zoek naar een politicus die hun woede vertolkt, is het niet verwonderlijk dat Howard Dean, een van de negen democratische presidentskandidaten, volle zalen trekt. Of zoals vorige week in New York, een vol park. Tienduizend New Yorkers waren op een prachtige zomeravond naar Bryant Park gekomen om een Take Back America-rally van Dean bij te wonen. Zo ook Kerry O'Neill, een grafisch ontwerper en Corrie Pikul, een doctoraalstudent. Ze hadden zich op het gras geïnstalleerd met de New York Times en The New Yorker, benieuwd naar Deans ideeën. Eén ding wisten ze zeker: Bush moet niet herkozen worden.

Howard Dean, de oud-gouverneur van Vermont die met zijn oppositie tegen de oorlog in Irak de aandacht trok, is inmiddels een politiek fenomeen. Zijn gezicht prijkte op de omslagen van Newsweek en Time. Zijn organisatie en fondsenwerving via internet is nu al legendarisch en rond zijn kandidatuur hangt een persoonlijkheidscultus zoals bij de laatste verkiezingen rond de republikeinse senator John McCain. Het zijn niet zijn ideeën over de gezondheidszorg of de bestrijding van de werkloosheid die de harten van de New Yorkers die avond sneller doen kloppen, maar zijn aanval op Bush cum suis. Daar spat de woede van af. Als Dean roept: 'Mr. President, het is tijd dat je verantwoording aflegt voor je retoriek. Onze vlag is voor iedereen,' joelt de menigte om zijn lef.

Moed, een uitgesproken mening, een in-your-face houding zijn in progressief Amerika zo schaars dat ieder voorbeeld inspireert. 'Weet je wie ik bewonder,' zegt Kerry Stout, een maatschappelijk werkster die in haar keurige zomerjurk met twee vriendinnen naar de rally is gekomen, 'die oude vrouw in Wisconsin, die was overleden. De familie had in de overlijdensadvertentie laten zetten dat schenkingen ter nagedachtenis aan haar bestemd waren voor organisaties die werkten aan de nederlaag van George Bush. Is dat niet schitterend?' En waarom wil Stout zelf Bush kwijt? Ze haalt adem en barst dan in lachen uit. 'Mijn bezwaren tegen hem zijn er te veel om op te noemen.' Dan, 'nee, serieus, omdat hij onze democratie afpakt'. Ze schrikt van haar eigen woorden. 'Dat klinkt extreem, maar zo voel ik het wel.'

'Dat gaat inderdaad te ver,' vindt Joe Conason. 'Maar er leeft een onderhuids gevoel bij veel Democraten dat de Republikeinen geen grenzen kennen. Als je allerlei incidenten bij elkaar optelt, dan is er een continuum van republikeinse acties die te ver gaan.' Hij somt op: de aanklachten tegen Bill Clinton; de thugs die door Tom DeLay, leider van de Republikeinen in het Huis van Afgevaardigden, naar Florida werden gestuurd om de hertelling van de stemmen te verstoren en de poging, opnieuw van DeLay, om nieuwe – voor de Republikeinen gunstige – kiesdistricten in Texas te trekken.

Het zijn precies die ontwikkelingen die van Kevin Lawrence een Howard Dean-aanhanger hebben gemaakt. 'Ik ben echt bang wat nog eens vier jaar Bush voor de democratie in dit land zal betekenen.' Lawrence werkt op de communicatieafdeling van een museum in New York. Zijn vrienden haten Bush, zegt hij, 'het lijkt op de haat die de Republikeinen indertijd voelden jegens Clinton. Maar ik haat Bush niet, ik ben wel bang voor hem. In 2000 heb ik op Ralph Nader gestemd, maar nu zal ik op een Democraat stemmen. En het doet er eigenlijk niet toe wie. Anybody but Bush.'

Anybody but Bush is de motor van de progressieve beweging, zegt Gloria Totten. 'Daar zijn we heel duidelijk in. Dat betekent geen verborgen machtsstrijd onder links-liberalen over wie de meest progressieve kandidaat is. Geen Green Party. Sektarisme kunnen we ons niet veroorloven. We hebben een kans van vijftig procent. De kiezers zijn verdeeld. Dat is geen slechte start. Maar de Republikeinen hebben miljoenen dollars voor hun campagne. We maken een kans, maar het zal een harde strijd worden.'

'Anybody but Bush is een leuke slogan,' vindt Alan Chartock, 'maar alleen een sterke kandidaat kan Bush verslaan en die heeft zich nog niet aangediend. Een Howard Dean kan de strijd tegen Bush niet winnen. Hij komt uit het links-liberale noordoosten, uit een kleine plattelandsstaat. Als iemand als Wesley Clark, een oud-generaal, zich in de strijd werpt, dan maken de Democraten wellicht een kans.'

Joe Conason vindt het te vroeg om over winnaars en verliezers te speculeren. 'Eén ding is zeker, Bush is te verslaan.'





  • Cannes Het filmfestival van Cannes is in volle gang. Wat zijn de beste films en de smakelijkste roddels?
  • Sap of Dibi GroenLinks houdt een ledenreferendum. Wat is er eigenlijk te kiezen?
  • Griekse verkiezingen Op 17 juni gaan de Grieken weer stemmen. De radicaal-linkse partij Syriza en de rechts-extremistische partij Gouden Dageraad doen het goed. Wat willen ze?
  • Uit het zicht Steeds meer grote kunstwerken verdwijnen naar de huizen van rijke particulieren. Wat nu?
  • Netneutraliteit Nederland heeft als eerste Europese land netneutaliteit in de wet verankerd. Maar wat is het eigenlijk?