VN Mediagids‘Wij zijn bedrogen en genaaid’

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

09.11.2011

Door Harm Ede Botje

In de IDFA-openingsfilm gaat de filmmaker undercover. Een Nederlandse zakenman die hij stiekem filmde is woedend.

Afbeelding bij ‘Wij zijn bedrogen en genaaid’

Op zondag 6 november verstuurt de Nederlandse zakenman Willem Tijssen een brief op poten aan de directie van het IDFA (Internationaal Documentaire Festival Amsterdam). Hij eist dat de openingsfilm The Ambassador, die op 16 november in première gaat, wordt teruggetrokken. Reden: in de film zou filmmaker Mads Brugger Cortzen valse beschuldigingen uiten over corruptie en omkoping aan het adres van Tijssen en anderen.

Wat is er aan de hand? In The Ambassador vestigt de Deense filmmaker zich met een tijdelijk Liberiaans diplomatiek paspoort in de Centraal-Afrikaanse Republiek. Daar zet 'Mr. Cortzen', zoals hij zich in de film noemt, een luciferfabriek op. Maar dat is niet meer dan een dekmantel voor zijn werkelijke bedoelingen: hij wil aantonen hoe gemakkelijk je illegale diamanten kunt smokkelen. The Ambassador is voor het grootste deel met de verborgen camera opgenomen en volgens productiemaatschappij Zentropa 'een genre overstijgende, tragikomische film over de bizarre wereld van de Afrikaanse diplomatie'. In een recent interview met het Deens filminstituut noemt Brugger zijn film 'een aanklacht tegen het postkoloniale francofone Afrika'. Hij wil het Afrika laten zien van 'de witte mannen en de diplomaten, de mensen die er een geweldige tijd hebben'.

Willem Tijssen komt in de film pas in tweede instantie in beeld. Eerst probeert 'Mr. Cortzen' zaken te doen met de Britse ex-marinier Colin Evans van het bedrijfje Diplomaticpassport.com. Evans windt er geen doekjes om en vraagt letterlijk of de filmmaker het paspoort nodig heeft om zonder problemen 'in en uit diamantgebieden' te kunnen reizen. Dan komt een diplomatiek paspoort namelijk goed van pas. 'Ik kan het weten,' zegt Evans. Bingo voor Mads Brugger dus.

Maar de Engelsman trekt zich terug en Brugger wendt zich tot Tijssen. Die treedt op namens Diplomatic Services Africa (DSA), een firmaatje dat ook nu nog op internet haar diensten aanbiedt. Op de site van het bedrijf wordt nadrukkelijk gemeld dat DSA bemiddelt bij regeringen om paspoorten te krijgen en dus geen identiteitspapieren koopt. En dat criminelen er niet welkom zijn. Tijssen: 'Overal ter wereld worden buitenlanders benoemd tot honorair consul. Ook in Liberia. Wij dragen mensen aan bij West-Afrikaanse overheden.' Een honorair consul, niet te verwarren met een ambassadeur (die een formele vertegenwoordiger van een regering is), krijgt zijn status vanwege zijn sociale netwerk en adviseert bij handelsmissies.

Via een verborgen camera is te zien hoe Tijssen tijdens een bezoek aan Denemarken vijftigduizend dollar cash in ontvangst neemt. Tijssen zegt dingen als: 'Je kan rondreizen met tien miljoen dollar in je tas. Niemand anders kan dat, maar een consul of ambassadeur wel.' Tijssen zegt ook dat alle voorbereidingen voor de aanvraag van de diplomatieke titel in Liberia zijn gedaan. Zijn team staat klaar om Brugger in de hoofdstad Monrovia te ontvangen. Tijssen: 'We moeten door het systeem, het systeem kost een hoop tijd en aandacht.' Daarop zegt Brugger in een voice-over: 'Door het systeem gaan is een eufemisme. Het betekent dat het geld dat ik Tijssen net heb gegeven, zal worden gebruikt om ambtenaren in Liberia om te kopen voorafgaand aan mijn aankomst.'

En precies over deze verdachtmaking maakt Tijssen zich boos. 'Het geld is helemaal niet gebruikt om mensen om te kopen,' zegt hij. 'Van de vijftigduizend dollar was vijftienduizend voor het bedrijf, de rest voor onkosten. Mads Brugger betaalde mij en mijn medewerkers om bij de regering te lobbyen voor zijn benoeming tot honorair consul. In Nederland betaal je toch ook een fee om dingen voor elkaar te krijgen bij de overheid? En Amerikaanse ondernemers die grote sommen geld geven aan politieke partijen krijgen later een diplomatieke post als hun partij de presidentsverkiezingen heeft gewonnen. Vanwaar dan die hypocrisie ten aanzien van West-Afrika? Er zijn geen ambtenaren omgekocht want er viel niets om te kopen. Ambtenaren beslissen niet wie wel of niet wordt geaccepteerd als diplomaat. Niemand, niet binnen en niet buiten Liberia, heeft ook maar een cent smeergeld gekregen.'

Het is volgens Willem Tijssen dus heel anders gegaan dan door Brugger in de film wordt gesuggereerd. De filmmaker moest lang wachten op zijn benoeming, eerst vanwege een regeringswisseling, later onder meer omdat de Liberiaanse National Security Agency in samenwerking met Interpol een onderzoek deed naar zijn achtergronden. Mr. Cortzen kwam zonder problemen door de screening. Geen wonder, want de Deense filmmaker heeft geen crimineel verleden. Hij is wel een grappenmaker: hij maakte eerder een film waarin hij als communistische theatermaker een bezoek bracht aan Noord-Korea. Mr. Cortzen gaf zich in zijn aanvraag bij de Liberiaanse autoriteiten uit voor een perfecte kandidaat. Hij gaf aan dat hij op allerlei manieren de belangen van Liberia wilde bevorderen, onder meer door in Denemarken bijeenkomsten te organiseren en zijn netwerk in te zetten voor de toekomst van het Afrikaanse land. 'We geloofden in hem,' zegt Tijssen.

In de film maakt Brugger melding van het feit dat Liberia de laatste jaren strenger is geworden met het uitgeven van diplomatieke paspoorten. Tijdens de jaren van de despotische president Charles Taylor waren wel vijfentwintighonderd van dergelijke identiteitsbewijzen uitgegeven, die vaak bij dubieuze lieden terechtkwamen. Het land wilde schoon schip maken. Brugger suggereert in de film dat er eigenlijk niet veel is veranderd nu hij en Tijssen toch proberen een paspoort te regelen. Ook die stelling bestrijdt Tijssen. Want werd Cortzen niet onder de loep gelegd door de Liberiaanse geheime dienst en Interpol? En moest hij niet eindeloos wachten omdat er in Liberia een regeringswisseling gaande was? 'Als het op een criminele manier had gekund, was het allemaal veel sneller gegaan,' zegt Tijssen.

Uit e-mailwisselingen tussen de Deense filmmaker en de Nederlandse zakenman die Tijssen aan Vrij Nederland ter beschikking heeft gesteld, blijkt Tijssens lezing in grote lijnen te kloppen. Interpol blijkt inderdaad onderzoek te hebben gedaan, iets waarover 'Mr. Cortzen' zich in de film tot twee keer toe beklaagt. Want dat onderzoek houdt de boel maar op. Filmmaker Brugger doet zich voor als een ongeduldig man die niet kan verkroppen dat het zo lang duurt voor zijn benoeming tot honorair consul een feit is ('mijn geduld heeft een grens bereikt', 'ik wil niet worden weggezet als een gek', 'mijn zelfrespect staat op het spel'). Tijssen en de door Brugger ingehuurde Liberiaanse topadvocaat Varney Sherman wijzen de Deen erop dat zijn benoeming door de verkiezingen van januari 2011 is vertraagd. Willem Tijssen adviseert Brugger op 24 februari 2010 om 'het geld terug te vragen van Sherman en de benoeming te vergeten'. Advocaat Sherman schrijft zelf op 6 maart 2010: 'Ik heb mijn best gedaan voor mijnheer Brugger, maar het lijkt erop dat hij niet het geduld heeft om bureaucratische processen af te wachten.' Maar Brugger smeekt Sherman om de procedure niet te stoppen 'nu we ons doel zo dicht zijn genaderd'.

In de film gaat Mads Brugger ondanks alle vertraging toch aan de slag in de Centraal-Afrikaanse Republiek, met een tijdelijke benoeming als honorair consul op zak. Met dank aan Tijssen, die het document voor hem regelt. 'Wij wilden hem helpen, hij zat zo omhoog,' zegt Tijssen. Wat de Nederlander, noch de Liberiaanse autoriteiten weten is dat Mr. Cortzen in zee gaat met een dubieuze diamanthandelaar. En dat schiet Willem Tijssen achteraf in het verkeerde keelgat. Want heeft Mads Brugger niet een plechtige belofte afgelegd aan de staat Liberia om naar eer en geweten te handelen in zijn hoedanigheid van Liberiaans diplomaat? 'Deze man is een wolf in schaapskleren die de goede reputaties van Liberia, Denemarken en de Centraal-Afrikaanse Republiek te grabbel gooit,' schrijft Tijssen aan het bestuur van IDFA. 'Hij is met zijn film alleen maar bezig ter meerdere eer en glorie van zijn eigen ego.'

IDFA wil niet meer kwijt dan dat ze zich bezinnen en overleggen met de producent.

In een reactie omschrijft Mads Brugger op zijn beurt Willem Tijssen als 'een van de laatste witte ridders van fortuin in Afrika' en 'een ware Don Quichot'. En hij voegt daaraan toe: 'Hoewel Tijssen beweert dat hij door nobele motieven, eerlijke ambities en idealen wordt gedreven, zouden we niet moeten vergeten dat een van zijn eerste plannen in Afrika het opzetten van een bank was. Dat wilde hij samen doen met (voormalig president) Charles Taylor en de beruchte Nederlandse bankier Robert Jan Doorn. (Tijssen beweert niet bij de oprichting van die bank betrokken te zijn geweest en Charles Taylor nooit te hebben ontmoet, red.) Ik wil mijn eigen integriteit dan ook niet bediscussiëren met Willem Tijssen.'

Enige naspeuringen wijzen uit dat Tijssen inderdaad eind jaren negentig in Liberia was, samen met Doorn. Volgens Tijssen om te kijken of ze daar een handelsbedrijf op konden zetten. In het boek De man die onzichtbaar wilde blijven. De jacht op meester-witwasser Robert Jan Doorn staan auteurs Arnoud Groot en Jan Libbenga uitgebreid stil bij het Liberiaanse avontuur. Dat loopt overigens uit op een mislukking. Tijssen bevestigt dit. Tijssen bevestigt ook dat hij 'tonnen' heeft verloren door een eerdere samenwerking met Doorn. Hij moest toen zelfs een hypotheek nemen op zijn eigen huis om zijn schulden af te betalen. Dat is inmiddels meer dan tien jaar geleden. 'Robert Jan Doorn is vertrokken uit Liberia, ik ben gebleven,' zegt Tijssen. 'Misschien leid ik in de ogen van bepaalde mensen een avontuurlijk leven en ontmoet ik veel kleurrijke personen, maar een ding staat als een paal boven water: ik ben nooit betrokken geweest bij criminele praktijken, oplichting, omkoping of corruptie, integendeel. En diamanten heb ik ook nog nooit gekocht.'

In juli van dit jaar is de benoeming van Mads Brugger helemaal in kannen en kruiken. De Deen kan in de Liberiaanse hoofdstad Monrovia komen om de versierselen opgespeld te krijgen van president en Nobelprijswinnares Ellen Johnson Sirleaf. Maar Mads Brugger wil niet meer. Hij verzint uitvluchten en op zes augustus laat hij weten dat hij niet langer interesse heeft in de diplomatieke post. Hij dankt Willem Tijssen en zijn collega's voor de fun times en schrijft: 'Als ik ooit nog een boek of een film maak over mijn avonturen in Afrika zitten jullie erin.' Tijssen is not amused. 'Wij hebben Mr. Cortzen als een vriend behandeld en Mr. Cortzen heeft ons misleid, bedrogen en op een smerige manier genaaid.'