VN MediagidsVorm en inhoud
Over drie weken ziet Vrij Nederland er anders uit. En ik ken nu al tenminste één lezer die dat volkomen koud laat.
Hij was, geheel vrijwillig, ingegaan op onze uitnodiging om in een lezersonderzoek commentaar te geven op onze plannen. Op een zomerse avond voegde hij zich bij het gezelschap van abonnees, ex-abonnees en kopers van losse nummers. Na een behoedzame inleiding onthulde de gespreksleidster de op karton geplakte schetsen van het vernieuwde Vrij Nederland. Gretig noteerden wij de diverse spontane oordelen, kritieken en aansporingen van de lezers.
Maar deze man, een vijftiger met een geblokt overhemd, gaf geen krimp. De gespreksleidster deed haar best. Of hij wel gezien had dat zijn Vrij Nederland nu weer groter zou worden, dikker, op witter papier, leesbaarder? Had hij al die nieuwe typografische geneugten wel opgemerkt? De veranderde tekst-beeldverhoudingen, het functionele wit, de letter met een schreef? En dan die andere indeling, de nieuwe sectie en de gewaagde voorpagina? Zou hij daar toch niet een reactie op willen geven? Wilde hij intussen nog koffie of iets anders?
De man knikte goedmoedig. Maar hoe lang hij ook tuurde naar de kartonnen, hij kon zichzelf niet op enige emotie betrappen. Hij had al lang vastgesteld dat onze schetspagina's onleesbaar waren: de kolommen waren gevuld met potjeslatijn. 'Het gaat mij eigenlijk alleen om de inhoud, voor de rest maakt het me niet zoveel uit,' zei hij verontschuldigend.
Ja, natuurlijk, de inhoud. Daar ging het ons natuurlijk ook om. Die zou ook beter worden, zonder het vertrouwde te verliezen. Maar dat kon je zo moeilijk testen. Daar had je uren leestijd voor nodig. Dus hielden we het toen even op de vorm.
De lezer begreep het allemaal wel, maar hij was niet onder de indruk. Hij had al de nodige veranderingen meegemaakt en zou deze ook wel overleven. Als het maar geen potjeslatijn wordt.
Nee, dat is niet de bedoeling. Volgende week meer over wat wél onze bedoeling is.




