VN MediagidsIntieme gevoelens waren er om te wantrouwen, en het beste was om dat in het Frans te doen

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Samenleving 08.11.2011

Door Stephan Sanders

Dertig jaar geleden was je niet verliefd, maar 'verliefd'.

Afbeelding bij Intieme gevoelens waren er om te wantrouwen, en het beste was om dat in het Frans te doen

Ik was het bijna weer vergeten, maar Anet Bleich wrijft het me in haar hartstochtelijke boek De boze babyboomer weer onder de neus. Bleich: 'Ik ben een babyboomer. Vintage, wasecht, jaargang 1951. Ik hoor tot die veel besproken bevolkingsgroep die tussen 1945 en 1960 is geboren en nu tussen de vijftig en vijfenzestig is.'

Zelf van 1961. Net niet, dus. Je zou denken dat met het ouder worden de leeftijdsverschillen aan belang inboeten. Een meisje van vijftien met een jongen van twintig - dat is een kloof. Maar een vrouw van vijfenveertig met een man van vijftig, dat heet matching. Het werkt alleen niet bij de babyboomers: je komt met die lui nooit gelijk te liggen. Het is een cohort dat jou de definitieve postervaring heeft bezorgd. Post alles. Pathetisch gezegd: dat geeft je het gevoel dat je net na je geboorte bent geboren, alsof je iets fundamenteels hebt gemist.

Gelukkig kun je over dat verlate levensgevoel ook weer heel interessant schrijven. Lees nu The Marriage Plot van de Amerikaanse auteur Jeffrey Eugenides, het verhaal van de mensen die in de jaren tachtig twintig werden. En u weet het, nooit is een mens gevoeliger voor het geschreven woord dan zo rond zijn twintigste: op de een of andere manier hechten de denkbeelden zich het makkelijkst in die net volgroeide hoofden.

Ik was het bijna weer vergeten. Hoe je kon zwelgen in boeken, hoe je een boek kon worden, omdat het een meer concrete ervaring leek dan je eigen leven.

Eugenides beschrijft het lot van drie Amerikaanse studenten die van het post-zijn hun beroep hebben gemaakt. Ze lezen Franse denkers: Derrida natuurlijk, Lacan, en verder alles wat maar ruikt naar het poststructuralisme. Daaronder valt ook de meest verteerbare van die hermetische club: Roland Barthes, met zijn succesnummer De taal der verliefden.

Jammer genoeg was ik geen Amerikaan, maar een Nederlander - een Europeaan, zei je toen nog - en las ik Fragments d'un discours amoureux. De Franse titel was natuurlijk nog treffender, want die fragmenten gaven zo mooi het beeld weer van de kapotgeslagen wereld waar ik als twintiger toch wijs uit moest worden.

Barthes probeert als een buitenstaander naar de verliefdheid te kijken, alsof hij tegelijkertijd de minnaar is en degene die de minnaar onderzoekt. Nou, dat was aan mij zeer besteed, die vreemde afstandelijkheid jegens je meest 'intieme' gevoelens. Intieme gevoelens waren er namelijk om te wantrouwen, en het beste was om dat in het Frans te doen.

Dat levensgevoel, of beter gezegd 'leesgevoel' (want het lezen ging vooraf aan het leven) weet Eugenides in zijn roman te vangen. Begin jaren tachtig was de klassenstrijd op de universiteit wel zo'n beetje passé. Die was trouwens al vergeven, aan die babyboomers dus. Wij waren de taaldenkers: alles was een constructie, en die constructie kon je ook weer uit elkaar halen, 'deconstrueren', waarna je de toevalligheid van het leven zag - de contingentie, zei je natuurlijk. We speelden dus tot op volwassen leeftijd met de blokkendoos, en waren pas tevreden als de toren die we gebouwd hadden weer in elkaar donderde.

Waarom dat zo'n enorm goed idee was, kan ik ook niet meer navertellen, maar het knappe is dat Eugenides me weer terugvoert naar de tijd waarin het vanzelfsprekend was de werkelijkheid op te vatten als de vijand. Dat idee kom je ook weer tegen bij die verschrikkelijke Žižek, de verwarde, postmarxistische Occupy-filosoof, die plompverloren stelt dat 'de reële orde het domein is van de antithese'.

Kijk, dat had ik nu dertig jaar geleden prachtig gevonden. Dat vinden de jonge mensen van nu dus razend interessant, terwijl ik nu alleen maar denk: 'En waarom is die reële orde niet gewoon de these? Waarom moet je beginnen met haat tegen de realiteit?'

Het komt allemaal door die nog weer verschrikkelijker Hegel, maar dat voert te ver. Het gaat er even om dat ik toen het idee had - zoals de Occupyers nu? - een truc te hebben gevonden om het leven te slim af te zijn. Want de werkelijkheid was welbeschouwd niets anders dan 'taligheid' en als je dat eenmaal door had, liet het leven zich opnieuw verzinnen.

Je was dus nooit meer verliefd, je was hooguit 'verliefd'. Je kon leven tussen aanhalingstekens, en dat gaf je een gevoel van immuniteit. Ik schaam me nog als ik denk aan de keren dat ik dat boek van Barthes cadeau gaf aan de mensen die het gore lef hadden hun liefde aan mij te bekennen. Daarmee was de kous wel af.

Totdat ik zelf verliefd werd, en geen haakjes meer kon vinden. En depressief - ook al weer ronduit. Lees Eugenides, en huiver om wat voorbij ging, maar toch steeds opnieuw gebeurt.