VN MediagidsHet democratisch experiment
binnenland 14.12.2011
In het Occupy-bolwerk in Amsterdam spelen ook de basisproblemen van de samenleving.
Het is zaterdag 3 december, het weekend voor Sinterklaas. Rond het Beursplein heerst chaos: mensen marcheren richting de Kalverstraat en zitten vast in de draaideur van de Bijenkorf. Maar in de grote tent voor het Beurscafé denkt men aan andere dingen. De bezetters van Occupy Amsterdam houden een extra vergadering, dit keer met burgemeester Van der Laan erbij. Er moet onderhandeld worden over het voortbestaan van het kamp.
Van der Laan, die na wat opstartproblemen goed weet om te gaan met de ‘human microphone’, zegt een fruitmand in de vergadering te willen zetten: ‘Sommige vruchtjes willen jullie, andere wil ik. Ik wil graag dat jullie veranderen van een camping in een plein met goed georganiseerde dagactiviteiten. Er mag een tent staan op een kwart van het plein, daarin mogen een paar mensen slapen die nodig zijn voor de beveiliging. De anderen mogen slapen op de Zuidas. In ruil gaan wij het riool repareren, dagelijks het vuilnis ophalen en jullie helpen met verhuizen.’
De onderhandelingen worden enkele keren verstoord door een dissidente man (‘Ik heb de burgemeester niet gekozen!’) en een luidruchtige dakloze met een bezemsteel, maar ze worden door het collectief vlug het zwijgen opgelegd. Voor algehele consensus is nu te weinig tijd.
Toen Vrij Nederland ruim een maand geleden een etmaal op het Beursplein doorbracht, waren veel Occupy’ers hoopvol over het ‘democratische experiment’ dat daar al weken gaande was. Door politici werden zij, zo luidde de klacht, niet gerepresenteerd; in de vrijstaat naast de Bijenkorf hadden ze zeggenschap over hun eigen leven. Nu de bezetting op haar einde lijkt te lopen, is het tijd om de balans op te maken. Wat is er geworden van het democratische experiment?
De embryonale samenleving van Occupy is de laatste weken vastgelegd door een groep kunstenaars die aan de rand van het plein bivakkeert in een groene legertent. De groep, Artists in Occupy, is een initiatief van vijf kunstenaars: Jonas Staal, Klaas van Gorkum, Iratxe Jaio, Elke Uitentuis en Wouter Osterholt. Inmiddels zijn ze uitgebreid tot een collectief van ongeveer dertig kunstenaars, musici, filosofen, economen, politicologen, sociologen en ontwerpers die regelmatig slapen in de tent. Daarnaast kwamen, volgens Van Gorkum, een paar honderd mensen langs om te luisteren naar een lezing of deel te nemen aan de dagelijkse leesgroep. Hij heeft kritiek op kunstenaars in andere Occupy-steden zoals New York. ‘Daar hielden ze een veiling van hun eigen kunstwerken; de helft van de opbrengst ging naar Occupy. Maar je moet Occupy niet als podium gebruiken om je eigen kunstwerken te vertonen. Wij willen kunst functioneler toepassen.’
Sinds twee weken vinden er ‘hoorzittingen’ plaats in de groene tent. Eén Occupy’er wordt een uur lang ondervraagd door vier kunstenaars; een notulist en een camera leggen het gesprek vast. De gesprekken gaan over de idealen van de demonstranten, maar ook over praktische zaken als het openen van een Occupy-bankrekening. Initiatiefnemer Van Gorkum legt uit hoe hij op het idee kwam: ‘Ik ben geïnspireerd door het Russell Tribunaal, dat tijdens de Vietnamoorlog onderzocht of de Verenigde Staten oorlogsmisdaden hadden begaan. Het had natuurlijk geen juridische consequenties, maar het beïnvloedde wel de publieke opinie. Dat kan ook een politiek machtsmiddel zijn. Wij verzamelen de getuigenissen van de mensen op dit plein.’ De gesprekken hebben daarnaast als doel ‘deze les in democratie te documenteren’. ‘De hoorzittingen zijn een vergrootglas op het proces van democratisering. Je legt alles bloot, ook de pijnpunten. De Occupy’ers zijn positief over de gesprekken. Het heeft ook een therapeutische functie: mensen zijn moe en wij luisteren naar ze.’ Uiteindelijk wil Van Gorkum een compilatie maken van de twintig gesprekken en die op internet zetten. ‘We leven in een WikiLeaks-tijd: we willen mensen toegang geven tot de kennis die hier vergaard is.’
Filosoof en econoom René Mahieu, onderdeel van de groep van dertig, is vooral geïnteresseerd in de sociale interactie op het plein. ‘We krijgen niet vaak de kans om Hobbes in de praktijk te zien. Hoe werkt een organisatie als mensen structuurloos beginnen? Al snel blijkt dat ook hier machtsverschillen ontstaan.’ Occupy lijkt volgens hem sprekend op de echte samenleving. ‘De General Assembly is net als de Tweede Kamer, en de peacekeepers hebben dezelfde dilemma’s als de politie. Alle problemen hier zijn een reflectie van wat er in de echte wereld speelt, maar dan in een lachspiegel.’
En inderdaad, de basisproblemen van de samenleving spelen ook bij Occupy. Al snel werd het Beursplein een vrijhaven voor verslaafden en daklozen die op de gratis keuken afkwamen. In één van de tenten werd zelfs een bordeel uitgebaat, zo vertelde een van de Occupy’ers in een hoorzitting. Om de orde te bewaken werden ‘peacekeepers’ in het leven geroepen, de politieagenten van Occupy. Mensen werpen zich hiervoor op als vrijwilliger en lijken het als een uitdaging te zien om relschoppers tot bedaren te brengen zonder met wapeninzet te kunnen dreigen. Maar na zeven weken zijn er ook discussies over de rol van deze officieuze politie. Van Gorkum: ‘De peacekeepers hebben een paar tentjes verwijderd van mensen die voor te veel overlast zorgden. Dat was een traumatische ervaring, een daad van agressie. Er is door de General Assembly lang vergaderd over een oplossing. Nu moeten peacekeepers elke dag in de GA een rapport uitbrengen over wat er de nacht ervoor is gebeurd. Er werd ook geopperd dat er een rechtbank zou komen, maar daarover kwam geen consensus.’
Het hoofd van de peacekeepers is inmiddels al bij een hoorzitting geweest, waar hij uitlegde wat hij doet om te mediëren tussen vechtende partijen: rustig praten, geintjes maken, open vragen stellen en niet rennen. Ja, er gaan wel eens dingen mis, geeft hij toe: maar dat is menselijk en moet tijdens de dagelijkse evaluatie besproken worden. Als een peacekeeper echt over de schreef is gegaan, wordt ‘de samenwerking opgezegd’.
Minder positief over de Occupy-politie is de ex-peacekeeper die nu de ‘Luisterwerkgroep’ heeft opgezet. Hij wil geen peacekeeper zijn, maar een peacemaker: iedereen hoort erbij en ook met de daklozen, verslaafden en relschoppers moet rustig gepraat worden. Wegsturen is geen optie: Occupy moet het juist anders doen dan de samenleving daarbuiten. Op het forum van Artists in Occupy krijgt hij bijval. ‘Als we mensen gaan wegsturen, veranderen we in dat waartegen we vechten,’ wordt er geschreven, en: ‘Op deze manier worden we de 98%.’
René Mahieu vindt het een belangrijke discussie: ‘Het gaat om de vraag wat het betekent om een politieagent te zijn.’ Van Gorkum: ‘Ben je fascistisch bezig als je mensen van het kamp verwijdert? En hebben wij het mandaat om onze medekampbewoners weg te sturen? De kwestie van de daklozen is een van de basisvragen in onze samenleving.’
De beslissing om ordeverstoorders van het kamp te verwijderen, werd genomen in een General Assembly waarbij niet iedereen aanwezig was. De leider van de Luistergroep uitte in de hoorzitting zijn zorgen over het democratisch gehalte van deze vergadering. De participatiegraad is te laag, zo zei hij daar: een bereikte consensus wordt niet gedeeld door het hele kamp. Mahieu: ‘De politieke processen hier hebben dezelfde problemen als die in de landelijke politiek. Hoeveel steun je krijgt is afhankelijk van hoe je het voorstel framet; intelligente sprekers kunnen dat makkelijk manipuleren. Daarbij zie je ook hier achterkamertjes opkomen Werkgroepen nemen veel beslissingen die in de GA niet worden tegengesproken.’
Hoewel het consensusmodel ertoe leidt dat de vergaderingen uren duren en de wereldproblematiek weinig aan bod komt, is er nog geen roep om een nieuwe politieke vorm. Mahieu: ‘Er was laatst wel een vergadering van de GA-moderators waarin zij een discussie voerden over of we naar consensus-1 moeten, of naar 90% consensus. Maar dat is er niet van gekomen.’
De meeste deelnemers aan de hoorzittingen zijn nog steeds enthousiast over de basisdemocratie. De onvrede met de representatieve democratie zit blijkbaar te diep om al bij de eerste tegenslag te verdwijnen. ‘Ik wil een all-inclusive samenleving,’ vat de leider van de Luistergroep het samen. Ook de in de tent aanwezige kunstenaars zijn optimistisch. ‘Als er niet meteen consensus is, betekent dat niet dat het hele model niet werkt!’ roept Uitentuis.
Inmiddels is Amsterdam een van de laatste Occupy-bolwerken: in de meeste andere steden, ook in New York, zijn de kampen al door de politie ontruimd. Het uitblijven van politieactie leidt in Amsterdam tot vermoeidheid en lichte onrust. Van Gorkum: ‘Het is een uitputtingsslag, vooral in Nederland omdat we niet ontruimd worden.’ Elke Uitentuis publiceerde eind november een stuk op Joop.nl waarin ze schreef: ‘Na zes weken het Beursplein te hebben bezet, wordt de vraag “Wat als de politie niet komt?” steeds pregnanter.’
Deze week zal blijken of er, zoals Van der Laan wil, een einde komt aan het logeren op het Beursplein. Maar voor de kunstenaars gaat het experiment door. Mahieu: ‘We zijn een schrijfgroep begonnen die teksten gaat maken en publiceren. Naast de theorie moeten we in die teksten ook altijd met een praktisch voorstel komen.’ Van Gorkum: ‘In dit kamp zijn we door bijvoorbeeld de daklozen geconfronteerd met onze idealen. Het is een reality check.’ Hij overweegt de hoorzittingen uit te breiden door ook politici en bankiers te ondervragen.
Intussen is de vraag wat er voor de andere Occupy’ers van het experiment overblijft als het fysieke kamp verdwijnt. Ongetwijfeld zijn de maanden op het Beursplein voor veel van de deelnemers leerzaam geweest, of ze nu hebben leren koken of politiek bedrijven. Maar zullen Occupy-idealen als consensusdemocratie, geweldloosheid en ‘zorg voor iedereen’ de winter overleven?




