VN MediagidsZelfmedelijden
29.09.2007
De politiek net een soap? Dat mocht de politiek willen. Het is onbestaanbaar dat in een soap een verhaallijn fors wordt aangezet, maar in de daaropvolgende afleveringen volstrekt genegeerd.
Alsof we niet met eigen ogen hebben gezien dat de bastaardbaby geboren werd, en de scheiding uitgesproken. De VVD en Rita Verdonk, dat is geen soap, dat is een aanzet tot drama dat op het hoogtepunt wordt afgebroken, als een coïtus interruptus van de politiek.
Ik hoor van mensen die het kunnen weten dat Verdonk ‘eigenlijk’ zo’n aardige vrouw is. Ik koop daar niet zoveel voor. Je hoort ook weleens dat iemand ‘eigenlijk’ homoseksueel is. Maar praatjes vullen geen gaatjes.
Ik moet het doen met het publieke beeld van Verdonk, en dat treft mij als onwaarachtig en onaangenaam. De meeste moeite heb ik met de vermoorde onschuld die zij geacht wordt te belichamen. Je moet wel concluderen: dit is geen voorbeeld van typecasting. Verdonk is niet de gedroomde onschuld, en ze zou die rol ook niet moeten willen spelen. De ‘verbijstering’ die haar overviel toen zij uit de VVD-fractie werd gezet, was echt te veel van het goede, want wij vaste kijkers zagen die ontwikkeling toch al lang van tevoren aan komen. Je kunt daar hooguit van zeggen: ‘toch nog onverwacht’, zoals ze dat in rouwadvertenties doen waarin sprake is van een lang en slepend ziekbed. Maar ‘verbijstering’ over een scheiding die al maanden was aangekondigd – dat is ongeloofwaardig.
Nieuw probleem: nu moet deze vrouw, die van flinkheid haar beroep heeft gemaakt, een aannemelijk slachtoffer op de planken zien te zetten. Elke regisseur zou hier met zijn handen in het haar zitten, maar Verdonk en haar adviseurs hebben kennelijk gekozen voor het compromis van het flinke slachtoffer, het slachtoffer dat malgré tout standhoudt. Dat is een moeilijke rol die om veel subtiliteit vraagt, en die haar niet op het lijf is geschreven.
We zien en horen iemand die overal samenzweringen ontwaart, allemaal gericht tegen haar, terwijl Verdonk er tegelijkertijd niet in slaagt ook maar een grammetje zelfreflectie in haar spel te leggen. Wij kijkers zagen het gebeuren, maar Verdonk ontkent bikkelhard: ‘Ik heb niets gedaan.’ Opmerkelijk genoeg gaat Verdonk hier lijken op de stereotype Marokkaanse jongen, die ook nergens weet van heeft en alleen maar slachtoffer is. Ik meen mij te herinneren dat Verdonk met dit soort jongens niet veel ophad. Lange tenen. Weinig incasseringsvermogen. Geen gevoel voor eigen verantwoordelijkheid. Die totale ontkenning van eigen aandeel maakt Verdonk tot het prototype probleemgeval, waarover zij zich als Kamerlid met jeugdzorg in haar portefeuille moest buigen.
Als Verdonk een populist is, dan toch vooral een psychologisch populist: het zijn niet eens haar standpunten, maar haar gemoed die de stemmers moet trekken. Dat gemoed is er sinds jaar en dag een van verongelijktheid. Het is een stemming die wij allemaal wel herkennen, maar waar wij als volwassen mensen meestal niet aan toe willen geven.
Ik zeg niet dat Verdonk onnavolgbaar is, integendeel. Zij is ons ongecensureerde Zelf. Fortuyn had er ook een handje van, maar die temperde een en ander nog met zelfironie. Bij Verdonk blijft alleen het heilige zelfmedelijden over. Ik vind dat alarmerend.
Gek genoeg lijkt Verdonk in dat opzicht als twee druppels water op Jan Pronk, die haar politieke tegenstrever zou moeten zijn. Pronk loopt al veel langer mee, en is, anders dan Verdonk, een politieke allrounder.
Maar de Pronk die ons pas geleden nog deelgenoot maakte van een complot vanuit die PvdA-top, dat zijn partijvoorzitterschap moest torpederen; de Pronk die ons, voor de camera, in vertrouwen toefluisterde dat hij er bijna, bijna het bijltje bij neer had gegooid; de Pronk die bezweert partijvoorzitter te willen worden, maar die daar, bij wijze van emotionele chantage aan toevoegt: ‘Maar het hoeft niet’ – dat is een psychologisch populist.
Natuurlijk hoeft het niet. De man heeft toch zelf voor deze functie gekozen? Het is een populistische omkering van de feiten.
In zekere zin valt Geert Wilders gunstig op in dit gezelschap: hij is een politieke populist, met wie ik het, alweer politiek gesproken, finaal oneens ben. Maar Wilders vermengt zijn mening niet met zijn gemoed, althans niet in het openbaar. De emotionele slachtofferrol ligt voor hem klaar, maar die laat hij wijselijk links liggen.
Wilders als de meest cleane van de drie: dat is pas zorgelijk.
