VN MediagidsZeg het maar: wel of niet ingrijpen in Libië?
Buitenland / Samenleving 28.03.2011
Eindelijk is het dan zover, het had natuurlijk veel eerder moeten gebeuren. U bent de baas. Niet alleen in uw gezin en familie, op het werk en bij buurtconflicten. Nee, u hebt het voor het zeggen in de wereld, met nog een paar andere uitzonderlijke collegae.
Zeg het maar: wel of niet ingrijpen in Libië. En aan u om te bepalen tot hoever zo'n interventie mag gaan.
Nog zo'n simpele: de toekomst van kernenergie, met op het netvlies nog de onheilspellende pluimen van de Fukushima-reactoren.
U staat er gelukkig niet alleen voor. Er is een uitgebreide staf en er zijn tal van experts die ingeroepen kunnen worden voor advies en prognoses. Het vervelende is, dat die adviezen nooit eensluidend zijn en dat de ene deskundige de andere opzichtig tegenspreekt. Geharrewar dus, discussies en dilemma's. Maar gelukkig is er één zekerheid: u hebt het laatste woord. Uiteindelijk neemt u, alles gewikt en gewogen hebbend, de beslissing.
Dit is geen droom, maar een regelrechte nachtmerrie.
Zelfs als eenvoudige toeschouwer weet ik niet wat ik moet vinden. De 'slag om Libië' is afgelopen zaterdag begonnen, om 15.50 uur. En ergens in het Amerikaanse militaire apparaat moet zich een artistieke geest ophouden, die voor de operatie de naam 'Odyssey Dawn' verzon. De dageraad dus van de zwerftocht van Odysseus, die na afloop van de Trojaanse oorlog rondreisde langs de Middellandse Zee. Die zee, door de Romeinen zo familiair aangeduid als 'mare nostrum', onze zee, moet weer een vanzelfsprekende eenheid worden: dat lijkt de poëtische inzet van dit militaire conflict, met dank aan de oude Homerus. Die naam had ik nog wel voor mijn rekening willen nemen, maar daar houdt het ook mee op.
- Zelfs als eenvoudige toeschouwer weet ik niet wat ik moeten vinden
Afgelopen weekend een roerend gesprek met een twintigjarige jongeman, zeer getalenteerd en bevlogen, die zowel scheikunde als filosofie studeert. De politiek bespreekt hij met een ernst die iedere Nederlandse volksvertegenwoordiger doet blozen. Als hij een stevige mening heeft gegeven, beleefdheidshalve nog gesteld als een retorische vraag ('het is toch zo, dat uiteindelijk je ideologische overtuiging de doorslag moet geven bij het standpunt dat je inneemt?'), dan kleuren zijn wangen rood van opwinding. Fysiek engagement. Het enige dat ik hem tot vervelens toe kan voorhouden, is: 'Politiek is geen wetenschap.' Er zijn wat feiten, er zijn vermoedens en zeer globale vooruitzichten, en dan moet iemand de finale beslissing nemen, met een foutmarge van meer dan vijftig procent. Wereldpolitici zijn kunstenaars die een grote sprong wagen, waarna die sprong ook daadwerkelijk de wereld verandert. Politiek is dan een vorm van kunst, die op een belachelijk directe manier 'maatschappelijk relevant' is.
Ik zag de jongeman ontluisterd kijken, en ik had hem dertig jaar geleden ook iets anders gezegd.
Wat heet: ik was tien jaar geleden stellig over de inval in Afghanistan, ik was weer twee jaar later stellig over de inval in Irak. 'Doen', vond ik, gelukkig ook toen al als niet ter zake doend toeschouwer.
Libië is voor ons een black box. De mensen daar hebben tweeënveertig jaar nauwelijks meegedaan aan de rest van de wereld. Eerst wilden de opstandige Libiërs uitdrukkelijk geen internationale steun, en toen het failliet van hun revolte dreigde, vonden ze dat die steun veel te laat kwam. Vooral dankzij Bush jr. en zijn regering heeft mijn geloof in internationale militaire interventie een stevige knauw opgelopen. Ik weet niet hoe het precies zit met die stammen in Libië, en heb het idee dat niemand precies weet hoe het zit met die stammen in Libië. Het meest begrijpelijk vind ik nog de bijna voelbare aarzeling van Obama. Maar goed: knoop moest doorgehakt, knoop is doorgehakt. Het is letterlijk een politiek waagstuk.
Natuurlijk zijn er ook prozaïsche redenen aan te wijzen: Sarkozy nam het voortouw, ook al om de innige band die hij in het verleden met Khadaffi onderhield door het tegendeel te kunnen overdekken. En het helpt ook dat Frankrijk als hyperkernenergiestaat niet zo erg afhankelijk is van die Libische olie.
Maar al die weinig idealistische feiten, die waar zijn en een rol spelen, doen niets af aan de morele overtuiging van de 'geallieerden', en zelfs van de VN Veiligheidsraad, dat ingrijpen geboden is. Zelfs de Arabische partijen die aanwezig waren bij het overleg in Parijs kun je niet afdoen als 'excuus-Arabieren', want zochten ze een excuus, het was gemakkelijker geweest zich in stilzwijgen te hullen.
Dat politiek toch meer is dan een optelsom van cynische overwegingen en gecamoufleerd eigenbelang; dat ook de overtuiging, of zo je wilt een 'idealistisch motief', de doorslag kan geven; en dat het door dat idealisme niet beter, maar eigenlijk vooral gevaarlijker wordt: dat zei ik aan die blozende jongeman.
Zijn reactie was duidelijk: de wereld viel weer eens behoorlijk tegen.
