VN MediagidsWehkamp-argumenten
23.08.2008
Hoe neem je afstand van een ideeënwereld waar je niet, of niet langer onverkort, in kan geloven? Dat is de vraag die de laatste decennia vooral ex-communisten heeft beziggehouden, maar die natuurlijk staat voor een veel algemener probleem.
Mij viel altijd op, dat de gewezen kameraden de neiging hadden afscheid te nemen op communistische wijze. Gorbatsjov bijvoorbeeld kan niet genoeg geprezen worden om zijn pragmatiek, maar vergeet niet dat hij het bij al zijn hervormingen nooit kon laten het kapitalistische Westen nog even belerend toe te spreken, en te vermelden dat eigenlijk, in theorie en idealiter, de communistische levenbeschouwing superieur is. Als je altijd hebt gedacht dat het morele gelijk van de wereld jou toevalt, blijft die routineuze hoogmoed nog steeds jouw prerogatief, ook als de aanleiding daartoe is komen te vervallen.
Ik denk daarom ook dat het triomfantelijke persbericht dat Wijnand Duyvendak de wereld in stuurde om zijn boek aan te kondigen minder ‘stom’ en ‘toevallig’ was dan hij zelf zegt. Nee, communist is Duyvendak nooit geweest, hij geloofde heilig in het soort buitenparlementaire activisme, waarin intimidatie en bedreiging niet werden geschuwd. Noem het de macht der gewoonte dat-ie over zijn inbraak in 1985 nog steeds razend enthousiast klonk, terwijl hij daar volgens eigen zeggen juist afstand van wilde nemen. Nu maar hopen dat-ie in zijn boek ook de adressenbestanden noemt die hij als redacteur van Bluf! afdrukte om het geweldplegers wat makkelijker te maken hun slachtoffers te vinden. Dat is natuurlijk de echte fout die hem valt aan te rekenen, deze aanzet tot geweld. Ik geloof Duyvendak niet, als hij zegt dat-ie meende dat allerlei leukerds hooguit wat ongevraagde Wehkamp-bestellingen zouden laten bezorgen bij die met naam en toenaam genoemde mensen. Ik ken het harde activistische milieu van de jaren tachtig maar zijdelings, Duyvendak zat er middenin, en wij beiden weten dat de kraak- en aanverwante bewegingen niet aan schattigheid ten onder zijn gegaan, maar aan intimidatie en geweld.
Nu maar hopen dat Duyvendak in zijn boek ook die adressenterreur niet onvermeld laat, al zou het mij niet verbazen als dat hoofdstuk nu toevallig weer ontbreekt. Terecht dat-ie aftrad, terecht ook dat Femke Halsema daar niet mis te verstane woorden aan wijdde.
Nou zijn er weer mensen die vinden dat Halsema daarin te rigide is geweest. Hoezo, ‘acties waarbij geweld wordt gebruikt’ onacceptabel? Want Maagdenhuisbezetting (hoeveel brandstichtingen ook al weer?), want burgerrechtenbeweging in Amerika (waar Martin Luther King molotovs gooide?). Nee, Halsema heeft nu juist gebroken met de gewoonte afstand te doen van een praktijk, en die tezelfdertijd toch nog even te romantiseren. Er is vast een situatie te bedenken waarin geweld en intimidatie onontkoombaar zijn en misschien zelfs acceptabel, maar als je afscheid neemt van een fractielid om precies die redenen, is het niet de plaats of tijd om daarover te delibereren.
Kunnen mensen dan niet van inzicht veranderen? Ja, natuurlijk, Joschka Fischer en Daniel Cohn-Bendit zijn beiden activisten die zich met gewelddadigheid hebben ingelaten, en daar ook ondubbelzinnig afstand van namen. Zij wisten dat zij niet met Wehkamp-grappen in de weer waren geweest, en juist omdat ze hun verleden niet bagatelliseerden, bleven ze geloofwaardig.
Nog even het treurige staartje van dit verhaal: Rikus Spithorst, die zichzelf ook wel Driek Oplopers noemt en die wij consequent zullen aanduiden als Onbenul, schreef een internetcolumn, waarin-ie opriep het huis van Halsema in de fik te steken. Was satirisch bedoeld, verklaarde Onbenul bij Nova. ‘Satirisch’ – dat woord is hard op weg het nieuwe Wehkamp-argument te worden van de internetgeneratie. Zelf zegt Onbenul dat die columns van hem ‘een uit de hand gelopen hobby’ zijn. Beter had ik het niet kunnen verwoorden. Vroeger schreef zo iemand bozige stukjes in zijn schoolagenda, nu worden ze linea recta de wereld ingestuurd, en is de afzender zich van geen kwaad bewust.
Onbenul staat daarin niet alleen: een hele lichting typisten (want schrijvers kan je ze met geen mogelijkheid noemen) tikt eens wat in, zonder ook maar een moment aan de consequenties te denken. Dit vreugdeloze, van elke gedachte gespeende gekwetter, je zou bijna naar de Wynand Duyvendaks van de wereld gaan verlangen. Het idee dat je als schrijver zoekt naar het juiste woord, de juiste zin, omdat je precies wilt uitdrukken wat je bedoelt, is aan deze Onbenullen niet besteed. Hoezo zoeken als je ook kunt schreeuwen? Dat zelfkritiek niet gelijk staat aan zelfcensuur, hoe zouden ze het kunnen bedenken.
Dus volgt de woordinflatie: Cohen hanteert een Al-Qaida-agenda, Halsema moet dood – ze kunnen niet eens breken met die gewoonte, want er steekt geen gedachtegoed achter, er valt geen afstand te nemen.
Ik denk wel eens dat deze, massaal beleden hersenloosheid een groter gevaar vormt dan alle ultraradicale actiegroepen bij elkaar.
