VN MediagidsWees

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

05.05.2007

Door Stephan Sanders

Nadat eerst mijn vader, dezelfde maand mijn zusje en een aantal jaren later mijn moeder waren gestorven, had ik het idee geen familie meer te hebben.

Er waren dingen die ik miste, waarvan het belangrijkste was dat ik nooit meer zomaar een verhaal kon beginnen, waarop anderen dan invielen met: ‘O ja, dat was toen met tante M.’ Familie levert naast pijn en ongemak ook een gedeelde tijdbalk van je leven op, het is prettig dat je niet bij elk praatje hoeft uit te leggen waar je vandaan komt, hoe je vader heette en dat je dus geadopteerd bent.
Je steekt van wal, en dat blijkt dezelfde wal te zijn waarop je familie toch al stond.

Ik heb voor die dingen nooit zo’n scherp oog gehad toen het kerngezin nog om mij heen stond, want die benamen mij het zicht op de rest van de familie. Dat was niet erg, zeker niet voor iemand die verlegen was als ik en die eigenlijk alle mensen nogal eng vond, als ze niet op mijn moeder leken.

Mijn vader was al vreemd volk, ik weet hoe ongemakkelijk ik me voelde als ik plotseling alleen met hem werd gelaten. Wij wisten dat we iets moesten zeggen, iets gewoons, dat onze dagelijkse omgang zou bevestigen, maar we kwamen er allebei tegelijkertijd achter dat die dagelijkse omgang in feite door zijn vrouw, mijn moeder werd geregeld, en dat wij daar samen niet goed in waren.

In het beste geval kwam mijn zusje dan opdraven, die altijd voor conversatie zorgde omdat zij een gat in haar knie was gevallen, of anders wel een half vingerkootje miste, omdat zij met haar vinger tussen de ketting van de hometrainer was gekomen.
Mijn zusje wist voor afleiding te zorgen.

Zoals gezegd, toen die drie waren gestorven, dacht ik dat de band met de rest van de familie daarmee ook was vergaan: dat bleek een grote vergissing.

Net een familiediner bijgewoond, georganiseerd door een van mijn nichten, die ik vroeger met een half oog heb opgemerkt. Kennelijk heeft haar dat nooit gestoken, want met een grote vanzelfsprekendheid zoekt zij de omgang, alsof wij vroeger altijd bij elkaar op schoot zaten. Dat was niet zo, als het om geschiedenis gaat, hebben wij weinig in elkaar geïnvesteerd, maar het leuke aan familie is, dat de geschiedenis dat wel in ons heeft gedaan.

Ook als je elkaar weinig zag, is er die ringband van herinneringen, de verhalen die je gezamenlijk kent omdat ze tot de familiesagen behoren.

Nooit geweten: zelfs als ik mij verweesd zou willen voelen, zou dat niet zo gemakkelijk lukken. Net zoals collectioneurs, streven familieleden naar de complete verzameling. In zekere zin is de familieband altijd onpersoonlijk: het gaat om het geheel en het feit dat jij daar deel van uitmaakt. Daarom zien ze je er graag bij, en als je on top of that ook nog eens geen kinderverkrachter bent, maak je deel uit van die groep.

Die familieverhoudingen gaan eigenlijk vooraf aan jezelf, het is niet je eigen werk, het is werk van de gemeenschap, en je verkrijgt dus loon uit nooit verrichte arbeid.

Diezelfde week had ik een bijeenkomst met weer een andere familie: de familie van mijn biomoeder, de familie met wie ik niet eens een geschiedenis deel. Dit verhaal begint waar Spoorloos eindigt: de geadopteerde baby is inmiddels volwassen en heeft een keer zijn biologische moeder ontmoet. Dat was een scène die in de montage zou zijn gesneuveld, want kilheid troef. Ik dacht: dat was eens maar nooit weer, niet wetend, dat er op de achtergrond nog een zus van biomoeder actief was, die mij die middag met afhangende schouders zag weglopen naar station Hollands Spoor.

Jaren later kom ik met die biologische tante in contact, en wat blijkt: alles wat ik naar vond aan die biomoeder vind ik leuk aan haar zuster. Ik ga eerst heel veel moeite doen, want zo is mij dat geleerd, je moet leuk doen voor de mensen en dan vinden ze jou misschien nog aardig ook. Helemaal niet nodig, want voor die tante ben ik het missende stuk in de collectie, die bloemen en hartelijke groeten stelt ze wel op prijs, maar zonder mag het ook.

Inmiddels zien wij elkaar geregeld, en omdat zij ook weer dochters heeft die weer getrouwd zijn, kreeg ik er op veertigjarige leeftijd een complete familie bij.

Dat wees-zijn van mij, dat wil maar niet lukken.