VN Mediagids'Wachten op Wilders'

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

04.10.2010

Door Stephan Sanders

In Wachten op Godot, het toneelstuk van Samuel Beckett uit 1952, horen we twee mannen, Vladimir en Estragon, die een bizarre conversatie voeren, met als voornaamste doel de tijd te doden en zo het wachten doenlijk te maken. Het wachten is op 'Godot' - het blijft volmaakt onduidelijk wie of wat Godot mag zijn. Critici hebben er 'God' in willen lezen, maar dat is onwaarschijnlijk, want Beckett schreef het stuk aanvankelijk in het Frans, En Attendant Godot, en de Franse God lijkt niet op de onze of de Engelse, maar heet daar Dieu. Dat verhaspel je niet even tot Godot.



Is dat wachten op Godot dan een oefening in zingeving? De mens die in zijn verwoestende vrijheid enig doel moet geven aan zijn bestaan, en dat doel bij gebrek aan beter maar Godot noemt? Beckett laat ons puzzelen, en geeft geen antwoord. Na de eerste dag van wachten verschijnt er een jongen, die meedeelt: 'Vandaag komt Godot niet, maar morgen zeker wel.'

Zoals ze vroeger schreven: 'En ze leefden voort', zeggen we sinds Beckett '…en ze wachten verder.'

In Wachten op Wilders, een late, Nederlandse bewerking, is alles anders. Hier wacht een heel volk op het onvermijdelijke, al bijna vier maanden. Ik maak zelf deel uit van dat volk, dus ik kan wat pointers geven. Na een onmogelijke verkiezingsuitslag en hoogst ondoorzichtige formatiepogingen is nu het punt bereikt waarop de ontknoping moet volgen - welke dan ook. De naam Wilders is zo vaak genoemd, gevallen en ook aangevallen (maar goed, dat telt ook), dat we maar één conclusie kunnen trekken: we hebben al die tijd gewacht op Wilders - of we hem nu verachten of bewonderen. We hebben ons geprepareerd op deze man, op deze naam. Voor- en tegenstanders cirkelden om hem heen, als manen rond de zon.

Tijdens het wachten werd week na week duidelijker: dit stuk kan maar op één ding uitlopen, op Wilders. Dit geluk, dit ongeluk moet plaatsvinden. Zelfs zijn grootste tegenstrevers hebben er naartoe geleefd. Er komt een moment dat langer wachten voor iedereen ondraaglijk wordt. De dramaturgische conventie laat maar één uitkomst toe. Dan verschijnt er een jongen, misschien wel Mark Rutte, die meedeelt: 'Vandaag nog niet, maar deze week komt Wilders zeker wel.'

- Ben ik nu al die tijd een linkse VVD'er geweest?

Volgt nog een korte epiloog: Wachten op Hirsch Ballin, waarin het wachten is op de prominente CDA'er, die een laatste toespraak zal houden om zijn zorgen omtrent Wilders kenbaar te maken. Dit is het wachten-tegen-beter-weten-in, dat bij voorbaat tevergeefs is, en vooral bedoeld om de waanzin van het massapsychologische proces te belichten, waarin wij Wilders-wachters collectief verzeild zijn geraakt. Hirsch Ballin wacht een treurige Carthago-toespraak: 'Overigens ben ik van mening…'.

Hoe gaat zoiets: Je moet het principebesluit even terzijde schuiven en de politiek zien als een ambacht, als noest en eerlijk handwerk. Daarin kun je uitblinken, daarin kun je laten zien wat je vermag. Het overkwam Lubbers, die de Wilders-variant mogelijk maakte, niet omdat hij er zoveel heil in zag, maar omdat zijn beroepseer op het spel stond als Macher, als de man die de meest onmogelijke politieke tegenstellingen weet te verzoenen. Later spijt, maar toen had hij zich al door zijn technische vindingrijkheid op sleeptouw laten nemen. De tragische figuur.

Maxime Verhagen heeft een dramatisch-bezwerende rol. Zijn partij houdt van oudsher de godsdienstvrijheid hoog, maar de zwakte van dat CDA-principe is het eigenbelang. De partij denkt stiekem in groepsvrijheden voor katholieken, gereformeerden, niet-gelovigen en tja, ook moslims. Dit communautaire denken is het spiegelbeeld van dat van Wilders, die vooral moslims van niet-moslims wil scheiden. Dat zit het CDA niet lekker, maar het zijn en blijven gemeenschapdenkers die elkaar in het groepsbelang kunnen herkennen.

Terzijde: in het CDA is in elk geval openlijk en luidkeels geworsteld met principes. Daarvan was bij de VVD nauwelijks sprake. Mark Rutte moeten we dan ook de onpeilbare noemen. Heeft het liberale principe van de maximale, individuele vrijheid meteen aan de kant geschoven. Binnen zijn liberale partij hebben daar zegge en schrijve drie haantjes naar gekraaid. Maar die achttien miljard aan bezuinigingen, die komen er.

Zelf de laatste zestien jaar VVD gestemd, en ook geporteerd voor die bezuinigingen, maar niet voor de aantasting van het individuele beginsel dat iedere Nederlandse burger, ongeacht afkomst, godsdienst of niet-godsdienst, evenveel rechten heeft. Ben ik nu al die tijd een linkse VVD'er geweest, of toch een van de weinigen die het liberalisme serieus nam? Met geen woord heeft de liberale voorman ook maar enige twijfel uitgesproken. Integendeel: er was 'de ferme wil' zoals Rutte, Wilders en Verhagen het omschreven, en 'de vrije wil' moet er even bij in zijn geschoten. We moesten maar wachten op het regeerakkoord, op het gedoogakkoord, dan kwam alles goed. We moesten, daar heb je het weer, wachten op die ene, mogelijke uitkomst. Dat alles maakt mij ten slotte tot de teleurgestelde liberaal, de ontgoochelde figuur.

Ja!

Geplaatst door: Sarah Biddle reacties

Ja, VVDers spreekt u uit!
Rutte's formule "een liberaal houdt zich niet bezig met uw religie" klopt. Heel netjes. Maar de resolute afwijzing van Wilders' beledigende toon en van het discriminerende idee dat de islam geen religie is (en dus vogelvrij) laat hij achterwege. Ik vind dat onbegrijpelijk en stuitend.

[reageren]