VN MediagidsVerelendung
11.10.2008
Wat mij zo opvalt, is het gebrek aan vreugde die de wereldwijde financiële crisis losmaakt. Leedvermaak is toch wel het minste dat je mag verwachten van socialistisch-linkse zijde, maar ik zie bijvoorbeeld de SP-Kamerleden nog niet dansen op hun Kamerzetels, of hossend over straat, althans niet voor de camera. (Ik weet natuurlijk niet wat er achter de gesloten deuren van het hoofdkwartier gebeurt. Agnes Kant, dronken van geluk, champagne en de crisis?)
Het vervelende aan die voorspelling van Marx, dat arbeiders aller landen niets te verliezen hadden dan hun ketenen, is natuurlijk dat die arbeiders inmiddels spaarrekeningen hebben verworven, en hypotheken, en wie weet een bescheiden aandelenpakket; zij ervaren dat niet als een last, maar als moeizaam verworven bezit, waarvan het verlies hen niet vrolijk stemt.
Zijn er eigenlijk wel voldoende orthodoxe socialisten over in de wereld, om de kredietcrisis te vieren? Ik hoor of zie ze niet. Het lastige is, dat wanneer ultralinks zich onbeschroomd zou vrolijk maken omdat eindelijk de grote dag van de Verelendung is aangebroken, zijn aanhang nog minimaler zou worden dan ie toch al is. Want stiekem is ook in die kringen allang aanvaard dat het kapitalisme niet gesloopt, maar hooguit hervormd moet worden. Niemand staat graag in een lange rij voor de bank om het spaargeld op te eisen dat er niet meer is. Dat is niet de nachtmerrie van de superrijken, die meestal nog grond en goed bezitten, maar juist de angstdroom van de gemiddelde werknemer, die op het punt staat een nieuwe auto bij elkaar te sparen.
Ik heb inmiddels al de volgende vergelijkingen gelezen: de kredietcrisis is het ‘financiële 9/11 van Amerika’, je moet het vergelijken met de ineenstorting van de DDR (3 oktober 1990) of anders wel met de val van de Sovjet-Unie, in 1991. Die laatste vergelijking komt van de Britse filosoof John Gray, die van consequent volgehouden pessimisme zijn beroep heeft gemaakt. Kort samengevat: elk politiek streven dat naar het utopische zweemt, leidt onherroepelijk tot totalitarisme en bloedvergieten, het bolsjewisme en het nationaal-socialisme zijn daarmee afdoende gediskwalificeerd, maar ook het liberalisme loopt volgens Gray in zijn eigen valkuil, want het ‘Amerikaanse marktfundamentalisme’ blaast zichzelf uiteindelijk op. Zie de kredietcrisis.
Ik word al een beetje narrig als ik het woord ‘marktfundamentalisme’ lees, dat volgens mij net zo min iets betekent als ‘Verlichtingsfundamentalisme’. De markt opereert per definitie flexibel, er zijn spelregels maar die zijn nooit zodanig dat het dogma’s worden, anders spreken wij niet meer van een vrije markt. Bovendien heeft dat ‘marktfundamentalisme’ zich nooit bezondigd aan utopismen, aan dagdromen van een betere, vrediger wereld: het is eerder het amorele karakter dat de vrije markt kenmerkt.
Maar John Gray is een van de weinigen die winst kan halen uit de kredietcrisis, intellectuele winst, omdat zijn somberste voorspellingen lijken uit te komen.
Toch is die vergelijking met de ineenstorting van de Sovjet-Unie niet sterk. Het is bekend dat de aanloop naar het einde van de USSR ongeveer twee jaar in beslag nam. De Berlijnse Muur viel op 9 november 1989, en daarna zouden met een domino-effect andere Warschau-landen zich afscheiden, totdat de Sovjet-Unie op 31 december 1991 ophield te bestaan. De vergelijking is snel getrokken: toen vielen de Sovjet-satellieten één voor één om, nu zijn het de banken. Er ontbreekt alleen een cruciale scène: de ontiegelijke blijdschap die de DDR-burgers overviel toen de grensposten het begaven en zij zich vrijelijk, zonder doodgeschoten te worden, naar het Westen konden begeven.
Natuurlijk was de val van de Muur ook een ‘crisis’, maar dan toch vooral voor de communistische leiders, die hun macht en bezit letterlijk voor hun ogen afgebroken zagen worden. Telkens was er hetzelfde beeld: Tsjecho-Slowakije, Hongarije, Litouwen, uiteindelijk zelfs de Oekraïne: dansende, met zakdoeken zwaaiende mensenmassa’s die de ‘crisis’ verwelkomden. De ‘crisis’ van het communisme betekende een bevrijding voor het gros van haar onderdanen.
Wat nu des te sterker opvalt, is het ontbreken van grootschalige jolijt. Ik weet niet wat er in Noord-Korea gebeurt – misschien dat daar nu parades worden afgenomen, als ze tenminste voldoende mensen kunnen mobiliseren die nog op hun benen kunnen staan. Maar in de westerse wereld is bijna niemand enthousiast. Waarom niet? Omdat zelfs de kleinste spaarder potentieel geraakt wordt door deze crisis, en er geen aanlokkelijke belofte tegenover staat, zoals bij de val van de Berlijnse Muur.
Uw spaarcenten zijn verdampt, maar… het kapitalisme is verslagen. Hoeveel handen krijg je daarvoor op elkaar?
Politieke systemen storten in als ze alleen nog geloofd en gedragen worden door enkelingen: dan is het einde zoek. Maar deze crisis bevestigt nog weer eens hoezeer wij alleen belanghebbenden zijn in de kapitalistische economie.
Dat grafschrift kan dus nog even wachten: ‘Najaar 2008, einde van het kapitalisme’.
