VN MediagidsVerbazing
24.02.2007
Collega-columnist Ronald Plasterk minister! Niet te geloven. En Jacqueline Cramer, de nieuwe hoop van de PvdA. En ex-communiste Ella Vogelaar. En Aboutaleb, de beoogde minister, die staatssecretaris wordt (maar wel twee paspoorten heeft).
Ik zou liegen als ik zei dat het me niet verbaasd heeft, maar er is hier zoveel dat nog dringender om mijn verbazing roept. Hier is: Kaapstad, Zuid-Afrika. Ik kijk op internet, en lees over nieuwe ministers en boze discussies over dubbele nationaliteiten. Ik neem daar kennis van, en soms gaat mijn wenkbrauw als vanzelf omhoog. Maar de gebruikelijke klankgroep ontbreekt: geen radiozender die hier een Standpunt.ZA uitzendt, geen columns in de kranten, geen meningengarnituur in het café. Als ik de deur uitloop en rechtsaf sla, sta ik aan de voet van Seinheuvel. Links daarvan de Tafelberg, aan de bovenkant omkranst door een donkere wolk, als de onwaarschijnlijke wenkbrauw die deze natie optrekt om het nieuws uit Nederland te verwerken.
Loop ik even door, dan kom ik langs Mirmar, de grote drankenwinkel, waar vanaf zeven uur ’s ochtends zo’n veertig man tegen de muur hangen. Iedereen, bruin of zwart, maar bruin het meest. Dat wachten gebeurt op een uiterst professionele manier. Er is bijvoorbeeld in het geheel geen sprake van ongeduld, er wordt wel gewacht, maar, zo lijkt het wel, nergens op gewacht. Het wachten is het doel zelf, het eigenlijke werk. Als de deuren van het drankpaleis opengaan, stormt ook niemand naar binnen, want nu is er nog een kleinigheid die geregeld moet worden: geld om iets te kunnen kopen.
Dit wachten om het wachten, deze oefening in afzien, komt natuurlijk ook mooi van pas om in dit land te kunnen overleven. Want het is alweer dertien jaar geleden dat de apartheid officieel werd afgeschaft, en je zou verwachten dat de townships zo geschrokken waren van deze wettelijke verandering dat ze het acuut op een slinken zijn gaan zetten: maar dat is niet gebeurd. De townships groeien met de dag, en het geweld bloeit er als nooit tevoren.
Grant bijvoorbeeld, die in het centrum werkt, is altijd doodsbenauwd om de trein te missen naar de buitenwijk waar hij woont. Want trein missen betekent laat thuis komen. Laat thuis komen betekent donker. En donker betekent weer de mogelijkheid van een mes in je rug.
Als het begint te schemeren, zegt Grant, sluit je de deuren, check je nog even het traliewerk en kijk je tv. Het is geen oorlog, maar er is wel Sperrtijd. Het geweld houdt de jonge mensen van de straat, zo is het maar net, maar het zijn de braven die gevangen zitten, en de gangsters die buiten spelen.
Tegelijkertijd is er het comfortabele Zuid-Afrika waar ik logeer. Midden in de stad, om de hoek van het drankenhol, is een heel wijkje opgeknapt, niet door de gemeente of een andere welwillende autoriteit, maar door een stel bemiddelde homo’s die hier, met een onnavolgbaar gevoel voor stijl en smaak, een klein stadsparadijs hebben gerealiseerd. Ik bedoel, leuke kleine huisjes met veranda’s en dakterrassen met jacuzzi. Dertien soorten olijfolie in het winkeltje hier tegenover. En een kapper die elke Nederlandse soapster zou bevallen. Dag en nacht loopt hier een patrouille rond om ons arme toeristen te beschermen tegen het geteisem van hiernaast. Dat is hoogst onrechtvaardig, want wij hebben het het minste nodig. Maar toch kwam ik, heel raar is dat, niet in de verleiding om een kamer te boeken bij Grant in de buurt, lekker onder de locals.
Inmiddels is dit aangeharkte dorpje in de stad ook ontdekt door de goedverdienende hetero, want veiligheid is een kostbaar product, en als nichten het kunnen bieden, dan neem je de nichten op de koop toe. En zo kan het gebeuren dat zich hier ’s avonds een echte Afrikaner familie meldt voor het homorestaurant: vader, moeder en twee flinke zoons, die weigeren Engels te spreken en hun bestellingen in het Afrikaans plaatsen, ook als de zwarte ober ze niet meteen begrijpt. Mij vinden ze enig, een Nederlander, het kon niet leuker. En buitenlanders hebben trouwens geen kleur.
Als ik me tijdens de avondwandeling even buiten de wijk waag, zie ik hoe een zwarte man een vrouw aftuigt in de berm van de weg. Zij trekt haar schoen uit en mept hem op het hoofd. Hij valt, dronken. Zij stampt hem in de buik.
Ik zie het en alle andere mensen die doorlopen ook.
Sorry Ronald Plasterk, gefeliciteerd en zo, maar had even wat anders aan mijn hoofd.
