VN MediagidsTreurige gesprekken
17.01.2009
Ik schuw het onderwerp als de pest. Op 27 december van het vorig jaar begon Israël met zijn oorlog/offensief/vergeldingsactie tegen de Gazastrook. Dat laatste woord stond die dag te lezen op de NOS website. Binnen een paar minuten kwamen er woedende reacties binnen. Hoe kon er gesproken worden van een vergeldingsactie, dit was toch je reinste staatsterreur, of erger nog, genocide.
Het Palestijns-Israëlisch conflict is van meet af aan ook een strijd om woorden geweest, en die woordenstrijd sleept de hele wereld mee, inclusief jouw eigen, veilige Nederlandse omgeving. Die avond moest ik er op de radio over praten, ik koos voor het neutrale ‘offensief’ maar daarmee was de kwestie natuurlijk niet bezworen.
Daarna ging ik een paar dagen naar Frankrijk, en hoe aardig je Frans ook is, je komt niet in de verleiding om met een willekeurige Fransman een boom op te zetten over Gaza. Maar terug in Nederland was het eigenlijk meteen raak.
Weer een radio-uitzending, de aardige en meestal tamelijk onzichtbare radiotechnicus stond na afloop trillend van woede en emotie voor me, hij verfoeide het panel waarin ik zat, daarin werd het doden van kleine meisjes goedgepraat, onvoorstelbaar, ik was misschien dan nog de minst erge. Ineens was deze vriendelijke man, die mij voorheen niets dan welwillende knikjes had toegezonden, een gezworen vijand.
‘Ik zie er een beetje tegenop. Zodra mensen gaan praten alsof ze een natie zijn in plaats van een persoon, maken hun gesprekken me treurig.’ Dixit Renate Rubinstein, in 1967 nota bene, vlak voordat ze op het punt stond naar het Midden-Oosten te vertrekken voor haar boek Jood in Arabië, Goj in Israël.
Het enige vervelende aan dat boek is, dat er niets in staat dat inmiddels achterhaald is. Israël-Palestina: een oude kwestie, maar iedere keer toch weer gloednieuw.
Praten als een natie in plaats van een persoon: dat is waarschijnlijk onvermijdelijk als je midden in het conflict zit en moet vrezen voor eigen huis, haard en leven. Ik lees dat eenennegentig procent van de Joodse Israëliërs het militaire offensief tegen de Gazastrook steunt. Ik vind dat een griezelig hoog percentage, in de richting van het communistische, het volk spreekt hier praktisch met één mond.
Zijn al die mensen de acties tegen Libanon vergeten in 2006, toen de Israëlische legerleiding ook de hele tijd zei dat ‘de doelen’ bijna gehaald waren? Daarna riep Hezbollah zichzelf uit tot overwinnaar, tussen het rokende puin van Beiroet. Ik vond dat niet erg geloofwaardig, maar veel mensen in de Arabische wereld dachten daar anders over. Hezbollah had het aangedurfd de regionale grootmacht Israël te tarten, en wat de uitkomst ook was, alleen daarom al viel Hezbollah te prijzen.
In mijn westerse ogen is dat een omkering van de feiten, overwinnaars zijn niet de mensen met de meeste doden en de grootste verliezen, maar in het martelaarsscenario van het islamisme wordt verlies onmiddellijk omgezet in winst. Bij Hamas is dat minstens zo sterk. Drie dagen geleden schoten ze nog tweeëntwintig raketten af op Israël, en al zijn het er maar drie, de morele zege zal voor hen zijn.
Hoeveel mensen in de Gazastrook staan er eigenlijk achter Hamas? Geen statistieken. Natuurlijk, want geen betrouwbare democratie, maar ik vrees dat het er door de Israëlische oorlog alleen maar meer zijn geworden. De Amerikanen dachten nog de hearts and minds te winnen van de Irakezen door hun dictator te verdrijven, wat al een verschrikkelijke vergissing bleek; moeten we nu geloven dat mensen gematigder worden wanneer ze doden moeten tellen, huizen moeten verlaten en ondertussen de honger aan hun brein vreet?
Hamas staat tot Israël als Irak tot de Verenigde Staten. In de jaren zeventig heeft Israël Hamas-leider Ahmad Yassin ruim gesubsidieerd, zoals Amerika dat met Saddam Hoessein heeft gedaan. Het islamitische Hamas zou een tegenwicht bieden tegen Fatah, toen de grote vijand van Israël, en het Palestijnse eenheidsfront doorbreken. Nu, die gebeden zijn verhoord, en Israël vecht nu tegen zijn eigen tovenaarsleerling.
De aanval van Israël is wel begrijpelijk, maar ook zinloos, in mijn ogen. Hamas hanteert een cynische moraal, ze beschouwt haar eigen bevolking als een onderpand waarmee ze militaire risico’s kan lopen, want de doden zijn geen doden maar martelaars voor de nobele zaak. Israël hanteert het ouderwetse standpunt dat iedere Israëlische dode er een te veel is. Tussen deze twee visies is geen vergelijk mogelijk, als Hamas in Israëlische ogen morsdood is, is Hamas in de Palestijnse optiek juist springlevend.
Ondertussen spelen we hier in Nederland de strijd in woorden na, en ik vraag me af hoe behulpzaam dat is. Als relatieve buitenstaanders, hoe betrokken ook, zouden we moeten knabbelen aan de krankzinnige eensgezindheid van de vox populi aan beide kanten.
‘Treurige gesprekken,’ schreef Rubinstein, en dus ook nog tevergeefs.
