VN MediagidsTegen pappa Birma
24.05.2008
Dit is moeilijk. Zo'n klein stukje, en dan zo'n grote moraal. Ik hoor het u denken. Ik hoor het mezelf denken. Ik mag onder vrienden graag de megalomane verwachtingen van de '68-generatie hekelen, door in een willekeurige conversatie ineens peinzend op te merken: 'Maar mensen, wat doen we nu met China?'
Wij giechelen dan even.
Maar nu is dan toch de vraag: 'Wat doen we met Birma?' en er valt niet veel te lachen.
Even over het principe. Wij kennen zoiets als de Kinderbescherming, en zonder nu te willen oordelen over het functioneren van die organisatie, zijn we het erover eens dat ouders wel kinderen kunnen hebben, maar dat die kinderen nooit hun bezit worden, zoals dat wel het geval is bij een auto of een piano. We hebben dus afgesproken dat vaders en moeders die hun kinderen uithongeren of voortdurend slaag geven, hun macht kunnen verliezen. Het ouderlijke gezag wordt afgebakend door de ouderlijke plicht tot bescherming.
Nee, ik wil niet suggereren dat de Birmezen kinderen zijn, of dat de militaire junta een gezellig, ouderlijk paar vormt. Het is nog veel erger: Birmezen zijn burgers, die het ongeluk hebben gehad gegijzeld te worden door een politiek-militair regime, dat hen als bezit beschouwt. Als onderpand, als wisselgeld. Die cynische houding komen we tegen in praktisch alle dictatoriale regimes, maar de Birmese junta is het gelukt binnen dat clubje van dictaturen een uitzonderlijke status te verwerven. Het eerste dat zo'n junta doet is het verleden uitwissen, zodat de mensen zelfs geen houvast kunnen ontlenen aan hun eigen geschiedenis. Het land, dat eeuwenlang Birma heette, werd in 1989 (toen onze Muur viel) ineens omgedoopt in de Unie van Myanmar. De hoofdstad Rangoon mocht geen hoofdstad meer zijn, die functie viel in 2005 definitief toe aan het onbetekenende Naypyidaw. De desoriëntatie draaide op volle toeren, je neemt de mensen de woorden en namen af waarmee ze zichzelf definiëren, en ze veranderen in getallenreeksen, die je eindeloos kunt manipuleren.
Vervolgens ontzeg je de burgers alle contacten met Buiten. De definitie van dat Buiten is heel simpel: alles wat niet onder de controle valt van de militaire junta, is anathema. De boodschap: jullie zijn geen burgers, jullie zijn onze gevangenen, en volstrekt afhankelijk van onze goedertierenheid. Er bestaan geen rechten, er bestaan hooguit onverwachte, nooit te voorspellen gunsten, die de junta naar believen uitdeelt. Nu begint zo'n regime toch veel weg te krijgen van een weeshuis met een sadistische directie.
Dit alles was bekend, de weldenkende wereld vond het een schande, maar die schande was ook weer niet zo urgent dat er ingegrepen moest worden. Maar toen kwam de cycloon Nagris voorbij, en wat een natuurramp had kunnen zijn, werd meteen een politieke catastrofe, omdat ineens onbarmhartig duidelijk werd hoezeer de junta haar onderdanen beschouwt als dingen, persoonlijk eigendom waarmee je kunt doen wat je wilt. En waar blijft nu de Volkerenbescherming?
Bernard Kouchner, de Franse minister van Buitenlandse Zaken en oud-oprichter van Artsen zonder Grenzen, zag voor zijn ogen gebeuren hoe de nachtmerrie werkelijkheid werd waartegen hij zijn halve leven lang had gevochten. De soevereiniteit van een land is niet absoluut; als de staat haar burgers niet kan of wil beschermen, heeft de internationale gemeenschap de plicht in te grijpen.
Birma is een clear cut case voor wat je de uitvinding van Kouchner kan noemen: de humanitaire interventie. Maar precies over dat type interventie, dat in Kosovo en Bosnië succes had tegen de verwachting van de Realpolitiker in, is nu een enorme slagschaduw gevallen door het militaire drama in Irak.
Heel even, in 2003, toen ook Kouchner instemde met de Brits-Amerikaanse inval in Irak, leek er een internationaal verbond te ontstaan tussen Europees liberaal links en de Amerikaanse neoconservatieven: het gedeelde idee was korte metten te maken met het cultuurrelativisme, dat mensen opsloot in hun eigen totalitaire land, hun eigen, nooit zelfgekozen ongeluk. Dat perspectief is door de neocons heel nonchalant verprutst, alsof er niets op het spel stond.
En zo kwam Birma niet alleen terecht in zwaar weer, maar ook in een politiek vacuüm, in de kater van de wereld na Irak. Kouchner, zijn naam zij geprezen, was de eerste om toch te pleiten voor interventie. Voor voedseldroppings, voor bommenwerpers die geen bommen maar dekens en tenten lossen, voor hardhandige hulp, tegen de wil van Pappa Birma in. Is het niet de VN, dan moet het de NAVO zijn die niet toelaat dat mensen sterven om puur ideologische redenen.
Dit is geen grappig stukje. Het spijt me. Leuker kan ik het niet maken.
P.S. Laatste nieuws. Birma gaat internationale hulp toestaan. Een oorlog is niet nodig, soms is dreiging met oorlog genoeg.
