VN MediagidsTatort Slotervaart
03.11.2007
Het was een buitengewoon suffe straat. De paar mensen die bij me op bezoek kwamen, moest ik een uitgebreide routebeschrijving geven, anders wisten ze het niet te vinden. Ook mensen die hun hele leven in Amsterdam hadden gewoond: geen idee.
Huizenblokken van na de oorlog, waarvan de onderste appartementen gebouwd waren voor grote gezinnen, die toen nog van Hollandse makelij waren. Later kwamen er andere grote gezinnen terecht, Marokkaanse. Toen ik eind jaren zeventig mijn eerste studentenkamer betrok, deed ik dat bij mevrouw V.d. H., moederziel alleen achtergebleven in de vijfkamerflat waar ze ooit met haar man en kinderen woonde. Hospita, kamerhuur. Meisjesbezoek na tienen was verboden – geen probleem. De jongens die bij mij over de vloer kwamen, vond ze stuk voor stuk lieverds.
Het enige dat ik er deed, was slapen en zelfs dat meestal niet. Er was een afhaalchinees op het plein vlakbij, en een bioscoop waar alleen kungfu-films draaiden. Mevrouw V.d. H.
heb ik toen wel eens horen klagen dat de buurt achteruitging, maar ik kon me daar niets bij voorstellen. Het was zo’n lukrake verzameling gebouwen en straten, waar vooral de wind vrij spel had. Dit kon niet achteruitgaan, dit was nooit leuk geweest.
Tegenover het huis stond een school, een lagere technische opleiding. Jongens van vijftien, zestien hingen er op hun brommers. Waren het toen al de kinderen van Marokkanen en Turken? Ik weet het niet, het waren schimmen, ik fietste parmantig op mijn blauw geverfde fiets naar de collegezaal in de stad. Ik kan me niemand herinneren uit de Piet Mondriaanstraat, geen naam, geen gezicht, alleen mevrouw V.d. H. die wegens allerlei nare ziekten het huis niet meer kon verlaten en dus noodgedwongen in haar keuken zat, met uitzicht op de straat die van kleur, geloof en mensen verschoot.
Het plein met de Chinees is dus het August Allebéplein, en net als de Piet Mondriaanstraat is het een beruchte naam geworden, die inmiddels bij heel verontrust Nederland bellen doet rinkelen. Ik stond er met mijn neus bovenop, toen daar nieuw, multi-etnisch Amsterdam ontstond, en heb er met mijn wakkere politicologenogen straal langs heen gekeken.
Het vervelende aan de geschiedenis is dat ze nooit waarschuwt: let op, dit wordt nog eens belangrijk. Jaren later, toen ik al in het centrum zat en er dus geen enkele noodzaak was naar Slotervaart af te reizen (wie gaat er voor zijn lol naar de Derkinderenstraat?), dook de plattegrond van toen weer op. Er was een rel, een politiebureau werd belaagd, multiculturele spanningen, en zo veranderde mijn oude woonplek in een ‘Tatort’.
Een jaar geleden ben ik er poolshoogte gaan nemen. Het was een zondag, en dat is kennelijk niet alleen de dag des Heeren maar ook van Allah: morsdode straten, wat verveelde jongens, mediterrane afkomst, zag ik nu. Ik keek naar boven, naar het raam van mevrouw V.d. H, en zag daar gesloten gordijnen. Zij kan hier niet meer wonen, het is al middag en ’s ochtends om zeven uur gooide ze alles open wat maar open kon. Naambordje verdwenen, vrouw weg of dood.
Dit is nu de buurt van Ahmed Marcouch, de stadsdeelvoorzitter die het waagde om de tientallen jongens die auto’s in de fik staken ‘tuig’ te noemen. Ik was niet onder de indruk van dat woord, maar wel van zijn motivatie: ‘Ik wil niet generaliseren,’ zei hij, want had hij gesproken over ‘Marokkaanse relschoppers’ dan was een hele volksgroep de klos geweest. En nee, Marcouch had het ook niet over ‘onze relschoppers’ zoals andere Marokkanen voorstelden, want hij voelde zich niet speciaal verbonden met deze jerrycandragers.
Ik vind dat goed gezien: er staan op dit moment vijf jongeren terecht in Haarlem die verdacht worden van brandstichting in een moskee, en iedere Hollander die het zou hebben over ‘onze brandstichters’ kan rekenen op mijn diepste wantrouwen.
Die etnische loyaliteit moet niet te ver worden opgerekt, dat leidt alleen maar tot sentimentaliteit. Tegelijkertijd is er een staatkundige loyaliteit, en die moet je niet verbreken. Ik vind Het Marokkanendrama van Fleur Jurgens nog steeds een ongelukkige titel, omdat daarmee miskend wordt dat het om een fatale combinatie ging: om postmodern Nederland en premoderne Marokkanen.
Uiteindelijk zijn ook die relschoppers uit Slotervaart ons probleem, want een Nederlands probleem. Wie niets van Guantánamo Bay wil weten, kan Slotervaart niet buiten ‘onze’ orde plaatsen.
