VN MediagidsTalent voor eenzaamheid

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

05.08.2009

Door Stephan Sanders

Michaël Zeeman werd zaterdag in Rotterdam begraven, ik had een vriend beloofd mee te gaan om Zeeman vaarwel te zeggen, en dat is me om allerlei minder interessante redenen niet gelukt.

Schaamte is het woord, veel meer dan schuldgevoel. Schaamte tegenover de vriend die daar het woord zou voeren. Schaamte ...nee, niet tegenover Michaël, want die is dood, maar wel schaamte over mijn eigen in gebreke blijven.

Er is al veel over Michaël Zeeman geschreven: dat hij zo’n lezer, zo’n denker en zo’n Europeaan was. Allemaal waar. Maar in de tijd dat we elkaar geregeld ontmoetten (zo’n tien, twaalf jaar geleden), zag ik toch vooral een fors uitgevallen jongen met een groot hoofd, bomvol ideeën, en een lichaam dat hij letterlijk als een fremdkörper met zich meezeulde.

Hij presenteerde in die tijd het programma Zeeman met boeken, ik was daar twee jaar te gast, en omdat hij niet ver van mij woonde, troffen we elkaar voorafgaand aan de uitzendingen in zijn huis. Daar was het altijd schemerig. Twee identieke zwarte banken stonden er tegenover elkaar, en Michaël zat altijd op de bank waar mogelijke lichtstralen hem het minst konden bereiken. Om ons heen: een onoverzichtelijke hoeveelheid boeken, stapels op de grond, stapels op de tafels, Michaël verzoop in die boeken zoals een alcoholist in de drank.

Hij was een begenadigde gesprekspartner, anders dan je van hem zou denken, monologiseerde hij niet, en als hij mij nog eens doorvroeg over Schopenhauer of Grass zei ik altijd: ‘Maar M., hoe gaat het eigenlijk met de liefde en de seks?’ Je kreeg hem daar wel degelijk stil mee. Ik bewonderde zijn gedichten, omdat hij daar niet de omslag van woorden kon gebruiken waarvan ik vaak het idee had dat ze hem eerder in de weg zaten dan hielpen. Hij moest in die dichtbundels ter zake komen. Ook vond ik het fijn om Michaël te pesten, ik hield hem voor: ‘Je moet niet zoveel lezen, M., want daar word je lelijk van.’ Hij kon daar verschrikkelijk hard om lachen, zonder rancune, voluit, absurdistisch.

Het was zo’n vriendschap die even opbloeide, maar niet bestendig bleek, zonder dat er ooit een moment is geweest dat wij ruzie kregen of zelfs vijanden werden. Hoe zeg je dat: zoiets verwatert. Als we elkaar toevallig tegenkwamen, waren we blij, er volgde een omhelzing en wat hartelijks over en weer. Ik las van zijn vriend Maarten Doorman de mooie zin dat Zeeman ‘zo’n fundamenteel talent had voor de vriendschap’, en ik ben blij dat hij die vaardigheid bij Maarten heeft kunnen demonstreren.

Ikzelf zag tijdens ons contact meer een fundamenteel verlangen naar zo’n vriendschap, maar ook het onvermogen en de jeugdbeschadigingen die hem daarvan weerhielden.
Mijn rol was clichématig, ik riep altijd: ‘Jongen, echt, een hele goeie psych, gun het jezelf nu eens,’ en hij knikte dan ‘ja, ja’ en legde op dat moment de hand op een werk van Hannah Ahrend, dat ie je dan prompt cadeau deed.

Er was iets met Michaël en de werkelijkheid dat niet strookte. Ik meende dat te herkennen, want mensen die schrijven, hebben er de pest aan dat de werkelijkheid ook zo zijn bepalingen heeft, maar Michaël had in extreme mate ruzie met de realiteit. Ik herinner me een korte wandeling, waarbij ons een auto passeerde. Hij zag die auto, ik ook, het was een rode auto, en Michaël zei vijf seconden later: ‘Wat een rare, blauwe auto was dat, hè?’ Ik wist wat Michaël wilde, dat ik in zijn verhaal zou stappen, het banale straatleven vaarwel zou zeggen, en bevestigend zou antwoorden. ‘Ja, een rare blauwe auto.’ Maar ik kon of wilde dat niet, ik zei: ‘Michaël, niet om het een of ander, maar het was een rode auto.’ Hij zei nog even ‘blauw’, ik bleef bij rood, en zelf heb ik dat moment altijd gezien als het begin van een verwijdering.

Laat ik duidelijk zijn, ik ben ook niet gestikt in mijn eerste fantasie, maar ik voelde dat het bij Michaël verder ging, dat hij een stramien aan het leven wilde opleggen, waaraan je dan moest gehoorzamen. Het had iets weg van een ontgroening, die blauwe auto, en ik wist niet waar dat zou eindigen, en of ik dat wel wilde.

Hij had een fundamenteel talent voor eenzaamheid, en het is een wonder dat hij gestorven is met een vrouw aan zijn zijde, en met een paar vrienden en familieleden die hem wel degelijk na stonden. Hij was in staat een leegte om zich heen te schoppen, en dat is hem lekker niet gelukt. Gered door de werkelijkheid, daar houd ik het op. Want de demonen in Michaëls kop (ik doel nu niet op de tumor waaraan hij is gestorven), die waren veel erger dan de reële wereld om hem heen.

Hij bezat bijvoorbeeld het door hem zelf nauwelijks onderkende talent te ontroeren, ik vond het heel moeilijk hem iets kwalijk te nemen, omdat hij zijn onhandigheid, verpakt als stijl, mee had.
Maar Michaël mocht geloof ik van zijn eigen zelfbeeld niet ontroerend zijn. Ook daarin had hij het mis. Hij is nu dood, en dat zou hij zelf banaal hebben gevonden. Ik ben dat weer met hem eens, maar er is toch veel voor die banale, ordinaire werkelijkheid te zeggen – juist die dingen die Michaël niet of nauwelijks over de lippen kreeg.

 

reacties

rsoIjlPBntYB

Geplaatst door: ibqorzkjs reacties

BnTXuX <a href="http://lnrerfjlwiee.com/">lnrerfjlwiee</a>, [url=http://wdjgmhbeqgmh.com/]wdjgmhbeqgmh[/url], [link=http://byjqraadgbui.com/]byjqraadgbui[/link], http://anxgcrmkchzs.com/

[reageren]