VN MediagidsSpelbederf

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

11.11.2006

Door Stephan Sanders

Als jongen van zo’n jaar of twaalf al: politiek geïnteresseerd, zoals dat heet. Voor me zie ik nu een groep van wat ouwelijke jongens en meisjes, die later op de middelbare school klassenvertegenwoordiger werden, of redacteur van de schoolkrant, of lid van het leerlingenparlement (bestaat het nog?).Jong bevlogenen, die al wisten wat ze zouden stemmen, lang voordat ze mochten stemmen. Dat soort. Mijn soort.

De verkiezingsavond op tv vond ik onnavolgbaar spannend en voorspelbaar tegelijk. Spannend vanwege de langzaam binnendruppelende uitslagen, de staafdiagrammen die er toen ook al waren en de journalisten die uit hetzelfde, licht hysterische hout gesneden waren, dat in mijzelf verborgen lag. Voorspelbaar omdat in mijn herinnering nooit, maar dan ook nooit gebeurde waar ik op hoopte: de grote, alles tartende politieke verschuiving. Als puber droomde ik van uitslagen die veel later werkelijkheid zouden worden: stabiele, bestaande partij versplinterd, een nieuwkomer die alle records breekt, totale herinrichting van het politieke landschap. Dit revolutionaire verlangen werd niet zozeer ingegeven door ideologische motieven, als wel door de vaste schaduw die elke revolutie begeleidt: sensatiezucht.

De Engelse voetballer Gary Lineker deed de bekende uitspraak dat voetbal een simpel spel is: twee elftallen spelen tegen elkaar en aan het einde winnen de Duitsers. Ik leerde al snel: politiek is een simpel spel, twee politieke tegenstanders debatteren met elkaar en aan het einde winnen de confessionelen. Altijd, altijd waren de KVP, de ARP en de CHU zo belachelijk stabiel dat ze zich in het midden breed konden maken, als de matrone waar niemand om heen kon. Dat vond ik spelbederf, die vaste valiumprik bij wijze van afterparty van de verkiezingen.

Mijn weerzin tegen de confessionelen is minder groot geworden, al was het maar omdat je iemand als Joop Wijn er niet van hoeft te verdenken dat ie ineens een Bergrede gaat uitspreken. Maar nog steeds stoort me die van God gegeven spilpositie van het CDA, die alleen onder Paars even doorbroken werd. En nu, bij deze verkiezingen, waar we mogen stemmen op een CDA/PvdA- of een PvdA/CDA-kabinet, alsof die dwingende bepaling is opgenomen in onze heilige geschriften, zou je bijna weer naar D66 gaan verlangen. Nee, niet naar de stuntelende partij die iets koos en dan toch weer niet, maar naar de rebellenclub die doorzag hoe vastgeroest de verhoudingen zijn in de Nederlandse politiek, en hoe weinig er te kiezen valt. Wrang is dat: D66 is dood, leve D66, want nu sturen we onontkoombaar af op een kabinet dat bijna niemand wil, omdat we geen minister-president kunnen kiezen, en de komende coalitie in handen ligt van heren die de burger daarover niet hoeven te consulteren.

Politiek als een meteoriet die je van verre ziet aankomen, en dan toch ongenadig op je kop valt, politiek als natuurramp. Voor het eerst begrijp ik mensen die weigeren te stemmen, niet uit luiheid maar uit woede over het gebrek aan werkelijke keuze. Een kiessysteem dat ons als het ware een uitslag opdringt, is een slecht systeem. Je voelt je als burger een schaakstuk, dat na gedane zaken weer van het bord wordt geveegd.

Wouter Bos is op dreef, hoor en lees ik overal, maar wat ik toch vooral zie, is een Wouter Bos die een karikatuur van zichzelf heeft gemaakt. De Jan Marijnissen met de keurige uitspraak. Om de zin komen de ‘hoogste inkomens’ voorbij (slecht), gevolgd door de ’laagste inkomens’ (goed), alsof er, waar dan ook ter wereld een land is zonder die twee groepen. Ja, het gaat over de herverdeling van geld, goed en mogelijkheden, ik ken mijn klassiekers, maar is die radicaliserende islam nu een gevolg van armoede (Slotervaart) of juist van rijkdom (Saoedi-Arabië)? Hoe geloofwaardig is het om alle vraagstukken te reduceren tot een herverdelingsprobleem, alsof er nog echt een onderbouw bestaat die de bovenbouw dicteert, zoals Marx het wilde?

In tijden niet meer zulke ouderwetse verkiezingen meegemaakt, het is alsof ik weer twaalf ben en Den Uyl op de tv zie met Wiegel en Van Agt, alleen zijn de grote drie uit de jaren zeventig nu opgevolgd door stand-ins, die een schim zijn van hun voorgangers. Ze spelen links, ze spelen rechts. Want Wouter Bos is een liberale hervormer binnen de PvdA, die om strategische overwegingen zijn liberalisme heeft ingeslikt. Als hij maar eenmaal gewonnen heeft, dan zal je eens zien. Ja, wat dan? Dat hij gehouden is aan de spotprent die hij van zichzelf heeft gemaakt.
Als ik stem, valt er niks te kiezen.