VN MediagidsSontag, Rieff, Obama

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Barack Obama 08.11.2008

Door Stephan Sanders

We zitten aan de lunch, zo'n on-Hollandse, met wijn en verschillende gangen, en buiten is het gewoon 13.30 uur in Amsterdam, tijd dus voor een broodje kaas met melk. Waarschijnlijk voel ik me daarom buiten de orde staan; zo'n copieuze lunch in Parijs of Rome, dat kan, dan ben je toch al in het buitenland, maar met de eigen stad zo nadrukkelijk om me heen word ik een uitslover.

Tegenover me zit David Rieff, en eigenlijk wil ik daar meteen aan toevoegen 'de zoon van Susan Sontag', maar dat vind ik ongepast, omdat de man zoveel meer is. Schrijver, journalist, buitenlandcommentator, mensenrechtendeskundige. Je mag iemand niet zomaar reduceren tot zijn geboortestatus. Maar laten we er niet omheen draaien: David Rieff zit hier omdat zijn boek over de dood van zijn moeder net in het Nederlands is vertaald, met als ondertitel Memoires van de zoon van Susan Sontag en een foto van de moeder op het omslag.

Hij is dus in functie, hij is nu even meer 'zoon van' dan David Rieff. En dat komt mij goed uit, want ik ben lang een bewonderaar geweest van Sontag, zonder haar ooit in levenden lijve te hebben ontmoet. Via de zoon tot de moeder. Ik stip beleefdheidshalve nog even wat mensenrechtendilemma's aan, Bosnië, Kosovo, en welja, heel Afrika, maar David weet dat ik wacht op andere verhalen.

Hoe hij gisteren aankwam in Amsterdam en zich de volgende ochtend in een koffiehuis installeerde, met kranten, magazines en een verse jus: de zon scheen, Amsterdam wachtte, en hij hoorde zijn moeder zeggen: 'Wat zit je nou te nietsnutten. Rembrandt, Van Gogh, de Mondriaans - besteed je tijd nuttig, wees nieuwsgierig, dit is je kans.'

David is dus gewoon blijven zitten, heeft nog een koffie besteld. Kijk, nu komen we ergens, want ik wil natuurlijk maar één ding weten: hoe is het om de zoon van Susan Sontag te zijn? Op het moment dat ik de vraag stel, weet ik meteen ook weer hoe onmogelijk die is. Rieff is zo aardig om eerst diep na te denken, of te doen alsof, en dan te zeggen: 'Maar ik weet niet anders, ik weet niet beter.'

En ik herinner me hoe vaak mij in mijn leven is gevraagd hoe het is om geadopteerd te zijn, en dat ik heel wat geïrriteerder reageerde dan Rieff. Hoe is het om bruin te zijn, man, homo? Gerrit Komrij heeft ooit beschreven hoe het zelfbeeld van minderheden niet altijd verloopt via de buitenwereld, want de kleine Gerrit nam aan dat iedereen wel homoseksueel moest zijn, tot het tegendeel was bewezen.

En eigenlijk, realiseer ik me nu, stel ik dezelfde vraag aan Rieff die Obama tot wanhoop moet drijven: 'Hoe is het om de eerste zwarte presidentskandidaat te zijn?' Of misschien, tegen de tijd dat u dit leest: 'Hoe is het om de eerste, zwarte president van de Verenigde Staten te wezen?'
De vraag van de buitenstaander naar een trek, een kenmerk, een geboortefeit waar je een leven lang mee bent vergroeid. Obama hoeft niet aan zijn kleur te wennen, de rest moet dat eventueel.
'Susan zou razend enthousiast zijn over Obama's kandidatuur,' zegt David, zonder veel enthousiasme. Hij noemt zijn moeder een echte 'utopist', en dat geldt ook voor zijn vader, de socioloog Philip Rieff, die beroemd werd met het evenmin lichtzinnige boek Freud: The Mind of the Moralist. Ook dood inmiddels. Rieff is intellectueel, zoals een ander vanzelf de titel van jonkheer krijgt. Erfelijk belast.

En waar bestond zijn tegenstand dan uit? Luiheid, in dat altijd nieuwsgierige, intellectuele milieu, gewoon domweg lui zijn. Niet naar de laatste tentoonstelling gaan, niet dat concert, die vernissage bezoeken. Ik merk daarnaast een breed uitgesmeerde depressie op, die flink detoneert met de onstuitbare (en waarschijnlijk ook onuitstaanbare) levensdrift die zowel vader als moeder aan de dag legden. 'En,' zegt hij ineens schalks, 'ik stem nooit. Altijd ruzie met Susan daarover, je moet stemmen, vond ze, het is je burgerplicht, je democratische plicht, de Grieken hebben niet voor niets geleefd.'

Maar David woont in New York, in New York winnen de Democraten toch altijd, dus hoeft David niet te stemmen. Een klein plaagstootje tegen zijn opvoeding, consequent volgehouden, en inmiddels een beetje zinloos.

Ik beschrijf voor hem die dag in Nice dat ik op het strand lag, zo'n dertig graden, en dat er een zonsverduistering optrad. De meeste strandbezoekers hadden speciale brilletjes bij zich om het wonder te aanschouwen, maar ik herinner me vooral hoe koud het werd, de zon straalde, maar zonder warmte, het was een koude zon geworden.
'Zo zie ik Susan Sontag,' zeg ik. 'Als een koude zon.'
Hij beaamt niks, hij proeft die koude zon even op zijn tong, en zegt dan als alle nette, trouwe zoons: 'Interessant.'