VN MediagidsPotentiële verkrachter

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

26.05.2009

Door Stephan Sanders

Iemand die mij dierbaar is en letterlijk ook zeer nabij, is in korte tijd sterk veranderd. De vrouw die ik bedoel, woont bij mij ‘op de trap’, zoals dat knus op zijn Amsterdams heet. Zij leeft daar gelukkig wel achter haar eigen voordeur, met een Nederlandse man, die moslim is geworden om haar, de mooie Marokkaanse vrouw, te trouwen.

Zij en ik genoten het bijna dagelijkse en altijd hartelijke contact van thuiswonende en -werkende buren. Dat is praktisch, niet diepgaand, maar ook niet vrijblijvend, omdat er altijd kleine dingen zijn die je voor elkaar kunt regelen. De post, het kleine kind, de vakantieplanten.

Vijf maanden geleden stond met ik met deze buurvrouw op mijn dak: ze had een glas wijn in de hand, ik ook, wij klonken op een nieuw jaar en ik streelde heur haar, dat van een ongekende kwaliteit is. Zwart, licht golvend, schitterend.

Haar man was erbij, hoor, en zag het tafereel tevreden aan.

Dat is, weet ik achteraf, de laatste keer dat ik het haar van buurvrouw heb gezien.

Zij werd getroffen door een familietragedie in het verre Marokko, en van de ene dag op de andere veranderde zij drastisch van uiterlijk. Het begon met een klein hoofddoekje, dat ze aanvankelijk kleurbewust combineerde met haar altijd modieuze kledij. In een maand werd dat doekje een stevige lap, en begon ze lange mantelachtige jassen te dragen, tot op de schoen, die op mij een Turkse indruk maakten.

Je moet je niet te snel met het uiterlijk van derden bemoeien (van tweeden mag wel, vind ik: geliefde, oude vrienden et cetera), maar ik sprak toch mijn teleurstelling uit over deze alles bedekkende metamorfose.

Maar ook bedacht ik dat zij houvast zocht in deze voor haar zware tijden; al haar familieleden woonden ver weg en het geloof was haar tot steun. Wie was ik met mijn feministische praatjes om die prothese onder haar poten weg te trekken?

Maar het meest trof me de gezichtsverandering die ze onderging. Vroeger – kort, maar nu gevoelsmatig al weer zo lang geleden – lichtten haar ogen op wanneer we elkaar
zagen. We lachten, en raakten elkaar altijd even aan. Ik omhelsde haar bij gelegenheid, en daar waren er lekker veel van.

Nu loop ik haar op straat wel eens voorbij. Dat komt doordat ze ‘met haar verschijning als vrouw geen aandacht trekt in het openbaar’, zoals de grote Rotterdamse filosoof Tariq Ramadan zijn islamitische ideaalbeeld al eens verwoordde. Ook neemt ze deze regel van de gemeentelijke islamitische adviseur ter harte: ‘Op straat, zo is de wet, moeten vrouwen hun ogen strak richten op het beton.’ Teneergeslagen zijn niet alleen haar ogen, haar hele gezichtsuitdrukking wordt erdoor beheerst. Ik zou een arm om haar heen willen slaan, maar uit haar schichtig geworden blik maak ik op dat ze zoiets niet op prijs stelt.

In de tijd van de profeet Mohammed (zevende eeuw na Christus, sorry Mohammed, maar zo zeggen we dat hier) waren er nog geen wetten tegen verkrachting, onzedelijke betasting en seksuele intimidatie van en tegen vrouwen. Die zijn er gelukkig inmiddels wel. Daardoor wordt de vrouw veel beter beschermd dan door welke hoofddoek of nikab ook. Het zou zo fijn zijn moslims eens te horen over deze praktische verbeteringen, die oude voorschriften in een nieuw daglicht stellen.

Pijnlijker is te merken dat ik als man min of meer de vijand ben geworden van buurvrouw. Heel onpersoonlijk, hoor: puur als deel van alle mannen. Natuurlijk weet ze dat ik met een man getrouwd ben, en dat ik er redelijk in slaag geen vrouwenborsten aan te raken als me daar niet uitdrukkelijk om gevraagd wordt. Ook dat was anders in Mohammeds tijd, ik bedoel die openlijke homo’s, maar de algemene maatregel van de versluiering is er niet door ingetrokken.

Eigenlijk, en dat steekt me het meest, worden mannen, he, bi en ho, bij voorbaat als potentiële verkrachters beoordeeld. Ik vind dat nogal rigoureus.

Ondertussen is er tussen buurvrouw en mij een wantrouwen neergestreken, als een grote, zwarte vogel die maar niet weg wil vliegen. We leven ineens in een ander kamp, ik durf haar niet meer aan te raken, zij kijkt me niet langer in de ogen.

Nogmaals Tariq Ramadan: ‘Het principe van de hoofddoek is de belangrijkste les om terug te keren naar de absolute waarheid van de islam.’ Het is, ik kom er elke dag meer achter, een effectieve manier om mannen en vrouwen uit elkaar te drijven, en die twee werelden gescheiden te houden.

Ik zou daar als homo mijn voordeel mee kunnen doen, maar ik veracht dat denken. Zoveel vrouwen zijn me in mijn leven zo nabij geweest, en nog steeds.

Een onderzoekje van niks, dit, N=1. Maar ik treur om die ene.