VN MediagidsPolitieke depressie
Samenleving 30.12.2010
In de tweede helft van het afgelopen jaar 2010 trad er een fantastische verwarring op tussen het persoonlijke en het politieke. Ik kan het ook anders formuleren. De sores van de Nederlandse politiek en de langdurige formatie van het kabinet-Rutte (127 dagen) hield ongeveer gelijke tred met de crisisgevoelens die zich in mijn brein en buik begonnen te ontwikkelen. Het begrip depressie is onderhand ingeburgerd, maar bestaat er ook iets als een 'politieke depressie' - eentje die zowel klinisch van aard is, maar toch ook direct te maken heeft met psychosociale en omgevingsfactoren?
Het leek mij een angstwekkend staaltje van politieke betrokkenheid dat ik zo gegrepen kon worden door de formatieperikelen: zweten, draaierig in hoofd en buik, hartkloppingen, acute claustrofobie (vooral in bewegende voertuigen van openbare snit), angst, angst en nog meer angst. 'Lieve help,' zei ik tegen mezelf, 'het is mooi dat je het nieuws een beetje volgt, maar je kan het ook overdrijven.'
Op 30 juli, twee dagen na mijn negenenveertigste verjaardag, kwamen de onderhandelaars van VVD, CDA en PVV met hun 'agree to disagree'-verklaring: of de islam nu een religie was (VVD, CDA) of een ideologie (PVV), daarover dachten die partijen verschillend en dat wilden ze dan over en weer 'respecteren'.
Ik heb me behoorlijk opgewonden over die intellectuele wanconstructie, zoals een columnist dat doet: boos, redenerend, maar zonder ineens stemmen te horen of ongecoördineerde woedeaanvallen te krijgen. Maar in de loop van augustus, toen informateur Ruud Lubbers zijn eindverslag had geschreven en sprak van de 'ferme wil' die bestond tussen de partijonderhandelaars om tot een minderheidskabinet te komen - vanaf die tijd werd ik me bewust van een slagschaduw die over mijn schouder viel.
Het was alsof een 'ferme hand' me letterlijk naar beneden drukte: ik kromp in die dagen. Bovendien heerste er een ongekende onrust in mijn lichaam en brein, alsof ik steeds snel iets moest doen of afmaken, voor het te laat was. Ik noemde het 'zomerblues', want zomer was het, en ik heb graag een etiketje bij de hand.
- God, wat straalde die Rutte, en wat zag ik er beroerd uit
Ik had die tekenen kunnen herkennen, want vijftien jaar geleden had ik ook een depressie doorgemaakt, en die diende zich ook zo aan: van de ene op de andere week was ik van 'een beetje gespannen' een wandelend wrak geworden - een wrak dat nauwelijks tot wandelen in staat was.
Ondertussen nam in het CDA de onrust toe over het voorgenomen PVV-akkoord, en ja hoor, mijn lichaam leek wel mimetisch verbonden met de partij waar ik nooit op stem. Onrust is een eufemisme: regelrechte agitatie maakte zich van mij meester.
Toen moest er gereisd worden, naar New York, snel heen en terug, en meteen daarna weer naar een idyllisch Grieks eiland per vliegtuig en boot. Daar eenmaal aangekomen lag er een knoop in mijn maag die niet meer zou verdwijnen.
Intussen was de formatie mislukt (Klink) en toch weer niet mislukt (Wilders) en zat ik boven op een heuvel op het terras: ik moest hiervan genieten, maar dat lukte niet.
Het slenteren langs het pittoreske haventje, het nog langer slenteren naar het afgelegen eethuisje: ik voelde mij een patiënt die hoe dan ook in beweging moest blijven en dus werd rondgeleid door de gestichtstuin. Slapen deed ik niet of nauwelijks. Wel hobbelde ik elke ochtend met mijn doodmoeë kop en laptop naar beneden, om daar in het plaatselijke café de voortgang van de formatie te volgen. Een onbestendig beeld.
Bij terugkomst in Nederland (28 september) waren de heren eruit, en was ik gesloopt. Alles trilde in me, een heel tingeltangelorkest had zich in mijn buik gehuisvest en oefende erop los. Het kostte mij de grootste moeite mensen te zien en niet in huilen uit te barsten.
Toen het kabinet dan eindelijk beëdigd was en het glanzende drietal ten tonele verscheen, zat ik aan de pillen. Antidepressiva, die in royale hoeveelheden moesten worden genomen om de paniekstoornis tegen te gaan.
God, wat straalde die Rutte, en wat zag ik er beroerd uit.
Inmiddels, dank u wel, is het ergste leed verholpen. Het zou natuurlijk wel chic zijn mijn ineenstorting aan de politiek te kunnen wijten: het is weer eens wat anders dan zomaar een depressie, het is een statement, en een beetje bewuste patiënt wil tegenwoordig niet om niets ziek zijn.
Maar ik zie toch meer coïncidentie dan causaal verband.
Nee, ik verheugde mij allerminst op dit minderheidskabinet en zou graag de politieke depressie op mijn naam schrijven (DSM4, depressie, politiek, de zogenaamde Sanders-variant), maar de waarheid is: de stoornis kwam als een griep, en werd opgelost met pillen.
Ik ben geen hyperbetrokken burger maar een lichtgeraakt geval.
