VN MediagidsPolitie & Vriend
18.04.2009
Een magisch jaar, 1968, love and riot wisselden elkaar af, en de vrede was niet langer lief maar balsturig. Dat wist ik wel. Maar geen idee dat de bekende slogan ‘De politie is je best vriend’ ook van datzelfde jaar dateert. Zo wilde de politie kennelijk toen al over zichzelf denken, en meer nog, zo hoopte ze dat het publiek de agenten zag.
Maar beste vrienden slaan je niet in de boeien, het is een slogan die eigenlijk bestemd is voor alle welwillende mensen in de wereld, zonder kwaad in de zin. Was iedereen zo, je had nauwelijks politie nodig. Het is een slogan die tegelijkertijd te veel en te weinig belooft, want met boeven hoeft de politie toch helemaal geen vrienden te worden.
Eenenveertig jaar later klinkt de boodschap van de politie anders, of misschien moet ik zeggen, nog wat wolliger. Ik citeer ene Jaco van Hoorn, drs. is hij, en ook ‘districtchef politie Hollands Midden’. Ik weet niet precies waar dat gebied ligt, maar het klinkt imposant.
In een videofilm verklaart drs. Jaco van Hoorn: ‘Er is alle reden om trots te zijn op het politieberoep, maar dat wordt door de samenleving niet altijd herkend.’
Ik denk dat Van Hoorn hier ‘erkend’ bedoeld, maar tegenwoordig is het verschil tussen ‘herkennen’ en ‘erkennen’ weggevallen, en dat zou wel eens het probleem van de politie kunnen zijn. ‘Mijnheer de rechter, ik herken het Gezag…’
Wat ziet de samenleving onvoldoende? De ‘essentie’ van het politiewerk, en die is volgens Van Hoorn gelegen in ‘de betekenisvolle ontmoeting tussen politiemensen en burgers’. Ik denk dat drs. Van Hoorn is afgestudeerd in de andragologie, een studie als een modeflits, die een aantal jaren heeft bestaan.
Van Hoorn vertelt ook dat zulks niet altijd gemakkelijk is. ‘Soms moet je achter een verdachte aan, die op de vlucht is, gewapend misschien wel, en zo iemand wil niet met jou in contact treden.’ Ik schoot hier in een bulderende lach, maar Van Hoorn niet, hij leek oprecht teleurgesteld.
Ik vraag me wel eens af: waarom moest nu net het jaren zestig erfgoed van ‘Ik ben okay, jij bent okay’ afzinken in die sectoren van de samenleving die bedoeld zijn om onze veiligheid te garanderen?
Maar wat je ook van onze politie kan zeggen: aardig zijn ze, die mensen. Ik heb dat de laatste maanden meermalen mogen constateren, vanwege veelvuldig contact. U weet van de bankpasfraude die me trof, en bij oplichting hoort aangifte, die ik maar liefst drie keer heb mogen doen. De eerste keer trof ik een aardige, maar gelukkig ook kordate vrouw, die moeite had met het ‘nieuwe systeem’ dat was ingevoerd op haar computer. Ik dacht na een tijdje: zal ik vragen of ze de baas erbij roept? Maar ik ben blij dat ik dat niet deed, want ze bleek de baas te zijn.
Terwijl wij een uur tegenover elkaar zaten, zij worstelend en ik wachtend, dacht ik ook: als de politie half zo handig was met computers als mijn oplichter, zou er al een wereld gewonnen zijn.
Maar niet zeuren: de agente deed haar werk langzaam, maar naar behoren, en ze was correct.
De volgende dag moest ik weer aangifte doen, omdat ik toen pas ontdekt had dat niet alleen mijn bankpas maar ook mijn geld gestolen was. Nieuwe agent, jong nog, zeer aardig, echt uitputtend meelevend. Hij zei wel drie keer: ‘Wat verschrikkelijk wat u is overkomen.’ Dat was heel betekenisvol. Alleen: hij had nog nooit aangifte gedaan van diefstal en oplichting. Het duurde dus weer lang, en hij vergat mij een handtekening te laten zetten. De aangifte was dus niet rechtsgeldig. Daar kwam hij na een week achter, en hij verontschuldigde zich daar telefonisch voor. Zeer ruimhartig, mag ik wel zeggen.
Dus volgde een derde aangifte, met weer een nieuwe agent die nu zelfs bij me thuis kwam, een flinke maand na het gebeurde. Ook die was aardig en verontschuldigend, en, het is een onbenullig detail, nog leuk om te zien ook, maar ik vreesde toch voor de vertraging die we zo opgelopen hadden.
Inmiddels zijn wij tweeënhalve maand verder. Mijn laatste agent is overgeplaatst, mijn een na laatste zit op ‘cursus’ (ik gok klantvriendelijkheid), ik heb al twee brieven gekregen of ik slachtofferhulp wil, maar gek is dat, ik zou zo graag hebben dat de boef gevonden wordt, en het liefst gearresteerd. Meerdere malen gebeld, vergadering, druk, vergadering, we zijn ermee bezig, werkoverleg, maar tot op heden niets.
Het is moeilijk werk, politiewerk, ik heb daar ten volle begrip voor, maar als ze die filosofisch existentiële kant nu eens wat beperkten, en de ontmoetingen van ‘mens tot mens’ terugbrachten tot die tussen misdadiger en politie? Is dat een idee?
