VN MediagidsPlasterks ietsisme

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

01.09.2009

Door Stephan Sanders

Korte tijd deelden de huidige minister Plasterk en ik hetzelfde beroep, althans gedeeltelijk: we waren beiden columnist voor de Volkskrant. Ik las die stukken van Plasterk niet altijd, omdat ze mij te partijpolitiek waren.

Plasterk was en is lid van de PvdA. Hij heeft daar nooit een geheim van gemaakt, maar zijn betrokkenheid bij die partij ging wel erg ver voor een columnist. Hij schreef mee aan het partijprogramma, en als ik dan weer zijn mening las in de krant was het bijna altijd de mening van zijn partij, maar dan beter verwoord. (Alleen in de discussie over de Europese grondwet week hij van de partijlijn af. Dit viel op, omdat-ie dat eigenlijk nooit deed.)

De eerlijkste beslissing die zo'n columnist kan nemen, is zelf politicus worden, en dat heeft Plasterk ook gedaan. Ik vond dat waarachtig, want een columnist mag uiteraard lid zijn van een politieke partij (het zijn net echte burgers) maar ik lees liever iemand die zich op geen enkele manier aan partijprogramma's verplicht.

Natuurlijk waren de verwachtingen hooggespannen: Plasterk is een erkend wetenschapper, een scherpzinnig schrijver en iemand die je rustig mag omschrijven als een intellectueel. Dat is in Nederland nog steeds een scheldwoord, maar voor mij niet. Gaat dat wel, een intellectueel in de politiek? Ik geloof dat Frits Bolkestein er zo zijn bedenkingen bij heeft, maar de grap is, dat Frits Bolkestein én een intellectueel én een politicus was, die het er heel aardig van af bracht. De vraag is meer: bestaan ze, de intellectuele politici? Het antwoord daarop is: ja. Barack Obama is er zo een, Guy Verhofstadt, en op zijn eigen, bescheiden manier kun je Balkenende ook tot die categorie rekenen.

Nu bracht NRC Weekblad een profiel van minister Plasterk, en dat was eigenlijk het verhaal van de teleurgestelde verwachtingen. Bij de Publieke Omroep hadden ze gedacht dat Plasterk, als voormalig columnist van Buitenhof, de boel eens lekker ging opschudden, maar dat deed de minister niet. Wetenschappers hoopten dat er nu extra geld naar de wetenschappen zou gaan, en dat gebeurde niet. Ik vind dat allemaal geen overtuigende bewijzen van politiek falen.

Minister zijn is iets anders dan wetenschapper of columnist, en het siert de bewindsman dat hij zich van dat verschil bewust is. En dan kwam natuurlijk de hoed van Plasterk ter sprake. Veel mensen noemden dat 'aanstellerij', maar ik zie eigenlijk niet zoveel bezwaar tegen een minister die een zekere zichtbaarheid nastreeft. Prins Bernhard had zijn anjer, Rita Verdonk haar kraagjurken en Ronald Plasterk bedient zich van die beetje Canadese mountainpolice-achtige hoed. Grappig in een land zonder bergen.

Pijnlijker vind ik het dilemma dat in Plasterk zo zichtbaar wordt en dat de hele PvdA wegvreet: de PvdA kan maar niet kiezen tussen de klassieke verheffingsideologie à la Drees en de populaire, SP-achtige variant waarin zoiets als 'de permanente verbondenheid met de onderklasse' tot uiting komt. Drees' idee was die onderklasse zo snel als mogelijk middenklasse te laten worden, in economische, maar vooral ook in culturele zin. Dus juist wel Mahler, Bach, Thomas Mann en Reve. Die liberale, sociaal-democratische opvatting - daar heeft de PvdA het nu moeilijk mee, en Plasterk is de belichaming van dat dilemma.

Da's raar, want hijzelf is nu juist een voorbeeld van iemand die uit een achterstandswijk kwam en zich invocht in de hoge cultuur. (Nee, geen aanhalingstekens om hoge cultuur.) Toch wil de minister soms arbeideristisch overkomen, en dat mislukt altijd. Het mooiste voorbeeld is dat van de homo's: Plasterk voer mee met die Canal Parade, als eerste bewindsman ooit. Dat heet een 'signaal', dat is niet verkeerd, maar eerlijk gezegd heeft Plasterk zich met die actie alleen maar verbonden met de prethomo's à la Gordon.

Drees draait zich in zijn graf om, niet vanwege Gordons homoseksualiteit, maar wegens diens bedroevende geestelijke niveau. Prethomo's moeten hun pret vooral zelf organiseren, de overheid heeft daar niets te zoeken. Haar taak is het om erop toe te zien dat geen Nederlander gediscrimineerd wordt op grond van zijn of haar seksuele gerichtheid.

Ahmed Marcouch heeft dat heel wat beter begrepen. De emancipatie van de homo speelt nu vooral in de zwaar gelovige milieus (gereformeerd, moslim), en die emancipatie staat eigenlijk voor iets dat veel fundamenteler is: het recht van het individu op eigen keuzes.

Nu even een roddel: deze 'homo-minister' Plasterk was aanwezig op het laatste Boekenbal. Els Swaab, van huis uit advocaat en nu lid van vele, heel belangrijke raden heeft een mooie vriendin. Swaab werd door Plasterk ten dans gevraagd - een charmante geste - en de mooie vriendin van Swaab wilde niet achterblijven en vroeg uiteraard de echtgenote van Plasterk ten dans. Die weigerde dat pertinent.

Waarom is deze roddel relevant? Omdat we willen peilen hoe diep die verbondenheid met homo's in huize Plasterk wordt gedeeld. Does he walk his talk? Maar heel gedeeltelijk, zou ik zeggen. Dat socialisme van hem is 'een diffuus geloof, eigenlijk bijna liberaal, met een vleugje nostalgie naar de onderklasse. Intellectueel mager.' Dit is, u had het al gezien, een parafrase van Plasterks definitie van ietsisme.

 

 

[reageren]