VN MediagidsPalmzondag was hier paaskoopzondag
almere 05.04.2010

Het is ze niet gelukt, de christelijke leiders, om van Pasen en de Heilige Week die daaraan voorafgaat het hoogtepunt te maken van het christelijke jaar. Golgotha, kruisdood, wederopstanding - het is te ingewikkeld. En toch ligt hier de religieus theologische kern van het christendom. Maar Kerst, het kindeke, de babyshower, dat kennen we, dat willen we. Kerstinkopen - ik weet niet beter of het hoort erbij. En waar de theologen versagen, slaan de winkeliers hun slag: paasinkopen... gewoon doen.
Nooit eerder woonde ik zo midden in een winkelgebied als hier, in Almere; verscheidene Kalverstraten slingeren zich om mijn flat. Palmzondag was hier paaskoopzondag, en de mensen zwaaiden niet met bladeren of takken maar met Zara-tassen en een enkele Society Shop-aankoop. Duizenden mensen, die winkel in winkel uit rennen om aan hun commerciële verplichtingen te voldoen.
Ik geloof helemaal niet dat zondag de dag des Heeren is, of zou moeten zijn, en in elk geval moet het iedereen vrij staan te doen wat hij of zij wil (winkelen, dus), maar die graaierige, bezeten koopwoede is geen prettig gezicht. Kijk je naar het leger aan shoppers, dan lijkt het of ze een ingewikkeld ritueel uitvoeren, maar het is een ritueel waarvan ze zelf de clou vergeten zijn. Er volgt geen catharsis, want bij die ene nieuwe jurk hoort weer een ander, nieuw schoentje. Ook als niet-gelovige word je dus met een zekere leegte geconfronteerd, ook als je die niet met godsdienst wilt opvullen.
Bach dan maar, de enige overtuigende plaatsvervanger van God op aarde.
Las net het scherpe artikel van Frank van Vree in NRC Handelsblad, waarin hij de herkomst nagaat van de 'joods-christelijke traditie' waar tegenwoordig zoveel mensen een fundament uit willen slaan - niet alleen in theologische, maar vooral ook in politiek-culturele zin. Van Vree, hoogleraar journalistiek, laat zien dat het beroemde joods-christelijke duo eigenlijk nog maar recent gezamenlijk op de planken staat. De grote ommekeer kwam na 9/11 in 2001, toen de Nederlandse kranten ineens een 'traditie' ontdekten, die een dam moest opwerpen tegen het islamterrorisme. Da's dus een heel jonge traditie - zeker als je die in politieke termen wilt gebruiken. Veel ouder is de volgende geschiedenis, schrijft Van Vree: 'Waar het christendom verscheen, waren joden hun leven niet zeker.'
- Bach dan maar, de enige overtuigende plaatsvervanger van God op aarde
Terug naar Bach, zijn Matthäus, die ook mij bij de christelijke les houdt.
Christus wacht tot hij wordt overgeleverd aan zijn belagers en dan zingt het koor: 'Herr, bin ich's?' Dat is de vraag van de discipelen, want Christus heeft gezegd dat een van hen hem zal verraden. Elf keer wordt die vraag indringend gesteld en gezongen, maar de twaalfde discipel houdt zijn mond. Dat is Judas Iskariot, die het antwoord al kent.
Na die scène valt het koor groot in met: 'Ich bin's, ich sollte büssen', waarmee de individuele schuld van Judas veralgemeniseerd wordt: wij allen hebben Christus verraden. Die overgang van individuele naar collectieve schuld is in de muziek huiveringwekkend en ook louterend. Als Nederlander denk je dan meteen aan de calvinistische dominee Jacobus Revius die dichtte: 'T en Zijn de Joden niet, Heer Jesu, die kruisten (...) / Ik ben 't, O Heer / Ik ben 't die U dit hebt gedaan. Niet de Joden (of Judas, die een Jood was) maar de individuele gelovige zelf is verantwoordelijk voor Christus' kruisiging. Zie Bach en zijn Matthäus. Maar is dit gedicht inderdaad, zoals vaak gedacht wordt, een bewijs tegen het antisemitisme dat zowel in de katholieke als protestante traditie virulent was? Of gebruikt Revius hier een retorische figuur: eerst worden de ergste Christus-loochenaars genoemd (de Joden) waarna de calvinistische dichter deemoedig vaststelt dat hij zelfs nog slechter is dan... de Joden?
In de Matthäus van Bach is eenzelfde ambivalentie aan te wijzen. In het derde deel zingt het koor, dat hier het Joodse volk verbeeldt, uit volle borst: 'Sein Blut komme über uns und unsre Kinder.' Daar wordt dus om collectieve straf gevraagd voor de Joden door de Joden zelf, vanwege hun aandeel in de dood van Christus.
Alle nette mensen in Naarden en in het Concertgebouw verschuiven altijd even op hun stoelen, als dit koorwerk klinkt. Ongemakkelijk. Die eeuwenoude 'joods-christelijke traditie' waar nieuw-rechts zich ineens op beroept, is kennelijk toch niet zo eeuwenoud als sommigen wel zouden willen.
Ik schrijf dit, en kijk uit mijn raam. Ik zie hoe de laatste winkels hun rolluiken laten zakken. Uit de etalages klinkt nog steeds muzak, al zijn de mensen al naar huis. Christus' dood, het antisemitisme in het christendom, de ambivalentie van Revius en Bach, die onvoorstelbare wederopstanding. Iemand draait het slot op een luik, loopt weg. En ik vraag me af: ben ik nog wel van deze wereld?
