VN MediagidsPalmens Schat (3)

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

17.03.2007

Door Stephan Sanders

Bestaat er een grens die literatuur scheidt van gewone roddel? Is een roman niet meer dan een ‘tekst’ die toevallig door de uitgever van een kaft is voorzien, maar die net zo goed in een roddelblad had kunnen staan?

Wie de Nederlandse literatuur wil bijhouden, kan niet langer om Privé heen (week 10), want daar staat in koeienletters op de cover ‘Huisvriend Beatrix vermoordde actrice’. Die moordende huisvriend is de componist Peter Schat, de vermoorde actrice moet zijn vrouw Marina Schapers zijn, en dit ‘waar gebeurde verhaal’ heeft het blad te danken aan Connie Palmen, die het zo verwoordde in haar boek Lucifer.

‘Een nieuw genre is geboren,’ constateerde ik vorige week: ‘de roddelfilosofie’ – en op dat moment ging Privé dus ter perse en werd het onderscheid tussen literatuur en roddel definitief geslecht. Waarom ik daar rouwig om ben? Omdat Peter Schat mij lief is, de waarheid mij lief is en ook de roman, zoals wij die tot voor Connie Palmen kenden.

Ik studeerde filosofie midden jaren tachtig, en daar woedde toen de mode van het postmodernisme: de waarheid bestond niet, je moest dat woord tussen aanhalingstekens schrijven (de ‘waarheid’), alles was relatief en subjectief en tussen feit en fictie stonden geen praktische bezwaren in de weg. Dit denken heeft veel schade aangericht, een hele denkende generatie is er vleugellam door geraakt. Een van mijn medestudenten toen was Connie Palmen, en zij is door dat postmodernisme definitief de kluts kwijtgeraakt.

In dit blad verwoordde ze haar filosofische visie zo: ‘Wat er toe doet, zijn verhalen die verteld worden. Het ontbreken van de waarheid levert verhalen op, literatuur. In mijn boeken ben ik altijd op zoek naar het effect van verhalen.’ Hier is niet iemand aan het woord die treurt om het ontbreken van de waarheid, integendeel, hier spreekt een schrijfster die opgetogen vaststelt dat de waarheid niet ‘kenbaar’ is, om vervolgens ongestoord haar eigen soepje te kunnen brouwen.

Zo had de schrijfster bij geruchte vernomen dat Peter Schat zijn vrouw Marina Schapers zou hebben vermoord. Dit gegeven fascineerde haar ‘een kwarteeuw lang’ zoals ze zelf zegt, zonder dat het overigens bij haar opkwam om met Peter Schat zelf te gaan praten, die toen nog zeer aanspreekbaar was.

Connie Palmen deed wel zoiets als eigen onderzoek en sprak met ‘talloze mensen’ over Peter Schat en die zogenaamde moord op zijn vrouw Marina Schapers. Palmen weer: ‘De exacte toedracht bleek niet te achterhalen. Al die mensen die Peter en Marina intiem kenden, die ik gesproken heb in de loop der jaren, zeiden: het blijft raden.’

Palmen geloofde dus dat de waarheid ontbrak en zij rook een spannend plot, een verhaal. Jammer genoeg voor haar was de waarheid relatief eenvoudig kenbaar, want die veronderstelde moord was geen moord, maar een ongeval, en er zijn twee Nederlandse getuigen die haar dat simpelweg hadden kunnen duidelijk maken.

Maar Palmen wilde geen duidelijkheid, zij wilde haar roman, die helemaal literair was, maar toch ook waar gebeurd, met de moordende Peter Schat in de hoofdrol. Connie Palmen sprak ‘talloze mensen’ maar net niet de twee die haar verhaal kapot konden checken. Dat zou maar jammer zijn, en ‘het effect’ behoorlijk tenietdoen. Zo werd Lucifer ten doop gehouden, een roman ‘geïnspireerd door Peter Schat’, met een hoofdpersoon die echt had bestaan en die misschien, ‘het blijft raden’, een moordenaar was.

Wat een verrukkelijke postmoderne wereld, waarin je kunt blijven raden en gissen, zonder dat je ooit je hoofd tegen de werkelijkheid stoot. Feit, fictie, verzinsel, het is allemaal om het even, de roman en het roddelblad staan nu broederlijk naast elkaar, de waarheid is verjaagd en wat overblijft zijn alleen maar ‘teksten’. Teksten die uitsluitend naar zichzelf verwijzen, niet naar de realiteit, maar toch ook een klein beetje naar Peter Schat die beroemd was en veel stof deed opwaaien. Beunhazerij die zichzelf voor postmodern houdt.
Zelf ben ik dol op immorele boeken, helemaal als het romans zijn. Nabokovs Lolita: ja. Maar een roman, waarin de lezer op de laatste pagina wordt verteld wie de hoofdpersonages werkelijk zijn (Peter Schat en Marina Schapers) dat is geen roman, dat is onhandig broddelwerk, half steunend op de werkelijkheid, half op de verbeelding.

Die laatste pagina moet eruit. Dan blijft een slecht geschreven boek over, handelend over ene Lucas Loos die ik niet ken.