VN MediagidsOrgie
30.06.2007
Als de mensen nou eens minder goed wilden doen, dan zou het al een stuk beter gaan.
Heb ik het over humanitaire interventies in het algemeen, of over Afghanistan en Irak? Nee, ik zit in gedachten bij de Amerikaanse filosoof Richard Rorty, die 8 juni jongstleden overleed.
De eerste zin had van hem kunnen zijn, want Rorty was een pragmatist, iemand die ‘goede politiek’ definieerde als datgene wat het beste werkt. Zo dacht hij trouwens ook over zijn eigen vakgebied, de filosofie, waar hij al evenmin absolute waarheden ontdekte.
In mijn studententijd was Rorty een revelatie. Hij was een eigentijdse denker die zich in de jaren zeventig en tachtig zonder enige schroom een ‘liberal’ noemde. Ja, een Amerikaanse ‘liberal’, dus daar kon je nog heel links bij blijven, maar toch. Rorty deed iets ongehoords: hij verdedigde de burgerlijke westerse samenleving en de liberale rechtsstaat, waarvan de verdiensten, vond hij, de fouten verre overtroffen. Dat lijkt een open deur, maar ik was als student zo gewend aan het idee dat een beetje (post)modern auteur de hele westerse boel meteen op de schop nam en met hoon en kritiek overlaadde, dat zijn verdediging van de reëel bestaande democratie als een schok kwam.
Rorty werd geboren in een trotskistisch, New Yorks milieu: beide ouders werkten voor de Worker’s Defense League, een radicaal-links tijdschrift, waarvan Rorty als twaalfjarige de drukproeven per metro naar de socialistische presidentskandidaat moest brengen. Die socialistische presidentskandidaat won dan toch weer niet, maar daar gaat het nu niet om. De jonge Rorty las onderweg de artikelen en raakte, zoals hij zelf schreef, ‘diep doordrongen van het besef dat een mensenleven betekent: strijden tegen sociaal onrecht.’
Zo’n volzin in een twaalfjarige mond.
Na zijn overlijden las ik de necrologieën in de krant, en tot twee keer toe kwam ik iets tegen waar ik van opkeek.
‘Diep schuldig voelde Richard Rorty zich omdat hij in diezelfde tijd (twaalf jaar) gefascineerd raakte door de wilde orgieën die hij tijdens weekendjes buiten de stad ontdekte.’
Die Rorty, dacht ik, leek zo’n in en in keurige academicus, daar was dus toch meer leven overheen gegaan dan ik had gedacht.
Ik vertelde het nieuwtje aan vrienden en die leek het stug. Thuis gekomen toch nog even gecheckt. En dit stond er werkelijk: ‘Diep schuldig voelde Richard Rorty zich omdat hij in diezelfde tijd gefascineerd raakte door de wilde orchideeën die hij tijdens weekendjes buiten de stad ontdekte.’
Mijn geest moet hebben gedacht: orchideeën, daar kun je je niet schuldig over voelen, en consequent vulde ik in wat mezelf het leukste leek.
Maar zo’n jongen was het dus – het wereldleed op de puberale schouders, en elk privégenoegen was zondig. Hier zien wij het trotskisme als de seculiere vorm van het calvinisme.Daar is Rorty later van teruggekomen, want hij heeft het als volwassen man altijd opgenomen voor ‘privéschrijvers’ als Marcel Proust en Antonin Artaud, die hun eigen leed net even wat interessanter vonden dan de maatschappelijke ellende. Rorty noemde ze ‘ironische denkers’ en vond het prachtig. Het vroegwijze jongetje mocht dus inmiddels van zijn orchideeën genieten.
En stiekem, met Rorty’s ideeën over politiek en pragmatisme in mijn achterhoofd, denk ik natuurlijk toch aan Afghanistan en Irak. Want aanvankelijk leek die politiek van de humanitaire interventies te werken. Ik was in Zuid-Frankrijk toen de taliban verdreven werden, en herinner me de verbazing dat het zo gemakkelijk ging en de opluchting dat het gebeurd was. Irak: met vrienden in New York, ik de enige in het gezelschap die de Amerikaanse inval verdedigde.
Mijn gelijk heeft dus niet gewerkt, het hunne wel. Toch kan ik nog steeds mijn argumenten van toen opnoemen: ze waren niet slecht, alleen de glans is er vanaf, want de praktijk heeft ze toegetakeld. De niet-mee-bemoeienvariant, want linke soep en waarschijnlijk ook nog imperialistisch, waar ik toen mee om de oren werd geslagen – daarvan zijn de waardepapieren dus sterk gestegen.
Ik vind dat niet terecht, maar politiek is inderdaad wat het beste werkt, en zelfs de grootste optimist kan zijn enthousiasme niet vinden als het om Irak of Afghanistan gaat.
Politiek is wat blijkt, wat eruit komt, en die uitkomst in te schatten – dat is het geheim.
Je begint met orchideeën en moet een orgie van geweld voorzien.
