VN MediagidsOpstand

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

21.07.2009

Door Stephan Sanders

Terecht dat dit weekblad aandacht vroeg voor de opmerkelijke oproep van Guusje ter Horst aan de Nederlandse intellectuelen om in opstand te komen. ‘Waar zijn de opinieleiders die Wilders een halt toe kunnen roepen?’ vroeg ze zich af. Er was een tijd dat je dat soort werk met een gerust hart overliet aan bijvoorbeeld de minister van Binnenlandse Zaken.

Afijn, er kwamen reacties, maar geen van de geraadpleegde intellectuelen stelde vast dat het hier om een communistische vorm van agitatie ging. Agitprop, heette dat vroeger. Ministers moeten zich daar in liberale democratieën niet aan bezondigen.

Waarom communistisch? Ik citeer Mao Tse Toeng: ‘Het marxisme bevat veel beginselen die uiteindelijk tot één zin kunnen worden herleid: het is juist in opstand te komen.’ Ik bedoel, dat van het communisme, dat sleep ik er niet met de haren bij – Ter Horst herhaalt hier letterlijk Mao.
De Franse filosoof Glucksmann heeft Mao’s uitspraak al eens fijntjes gefileerd: ‘“Wees mij ongehoorzaam,” zegt de vader. Als ik je gehoorzaam, ben ik ongehoorzaam, maar als ik je ongehoorzaam ben, gehoorzaam ik je. Is het bijvoorbeeld ook juist tegen het marxisme in opstand te komen?’

In een vertegenwoordigend stelsel als het onze moeten ministers niet klagen dat ze zo hard werken en weinig erkenning krijgen, om vervolgens aan anderen te vragen die opstand even voor ze te regelen. De psychologische double bind die Ter Horst hier demonstreert, is nu werkelijk slecht voor het aanzien van de politiek.

Sowieso heeft de hele generatie die van het anti-autoritaire haar levenswerk heeft gemaakt niet echt het gezag om nu ineens te roepen dat het beschaafder en wellevender moet. Al die nieuwlinksers kon het toch niet vrij en blij genoeg zijn? Kijk, als minister Donner zo’n oproep doet, dan heeft het portee, maar de jongens en meisjes die vroeger de joints zo ongeveer per vijf in hun mond schoven, moeten niet verbaasd staan kijken dat nu ook gewone, werkloze, geen sociologie studerende jongeren hun voorbeeld volgen. De antiburgerlijke vrijheid van de happy few is de ‘hufterigheid’ van de massa geworden, Provo is gedemocratiseerd, want ook het ‘klootjesvolk’ raakte op drift, en dat vonden de progressieve bestuurders in de jaren zeventig en tachtig juist prachtig.

Over die wellevendheid nog het volgende. Ter Horst refereert in het interview aan Theo van Gogh, die ze goed gekend heeft, en vooral aan zijn ouders: ‘Ik ben het eens met de ouders van Theo van Gogh, die hun zoon altijd voorhielden: je mag alles zeggen, maar het hóéft niet.’

Dat is een dooddoener, Jonathan van het Reve ging er vorige week al op in, maar ik mag toch hopen dat Ter Horst zelf ook soortgelijke adviezen heeft gegeven aan haar vriend Theo, want je kunt veel van die man zeggen, maar niet dat hij wellevend was. Hij was om preciezer te zijn een van de meest onbeschofte mensen van mijn generatie. Daar zijn vele voorbeelden van, maar laat ik het dicht bij huis zoeken. Hij haatte mij, en schreef waar hij maar kon dat ik aids had en iedereen en alles moedwillig besmette. Dat was behoorlijk opstandig, maar niet zo netjes.

Het probleem-Wilders is vooral het probleem van de andere partijen die er niet, of onvoldoende, in slagen de democratische principes van onze rechtsstaat uit te leggen en daar ook hun beleid op te richten.

Een klein voorbeeld, eergisteren gebeurd. Ik wacht voor het rode voetgangerslicht, dat doe ik niet altijd, maar er staan twee agenten naast me, ginnegappend en wel. Ik voelde me enigszins hypocriet dat ik nu zo braaf doe, maar goed, het gezag, ik voel eigenlijk geen enkele neiging het uit te dagen. Dat deden vier Nederlandse Marokkaanse jongens wel, jaar of dertien, met zijn allen door het rode voetgangerslicht en een opgestoken middelvinger voor de dienders. Die zien niets, of doen of ze niets zien.

Okay, nu wordt het mij te gortig, ik loop ook door rood. Meteen teruggefloten. Lang lullen, en vooruit, voor deze ene keer geen boete. Wat hier gebeurt, is het volgende: de politie is bang voor de boefjes, want dat wordt geheid rotzooi, maar niet voor de burgerman die ik ben, dus word ik terechtgewezen, krijg algemeen opvoedende adviezen voor mijn kiezen enzovoort. Het deed mijn vertrouwen in de rechtsstaat geen goed te merken dat deze agenten eigenlijk alleen braveriken durven bekeuren.

Nee, natuurlijk ga ik daarom geen PVV stemmen, maar ik zie wel met lede ogen aan hoe in de politiewereld een tweedeling is ontstaan, die vele malen groter is dan die tussen de burgers en Den Haag. In de top van de politie zitten allemaal sociologen, die zweven tussen GroenLinks en de PvdA, en onder de gewone dienders lopen veel potentiële PVV-stemmers rond, die dat voor hun bazen verborgen houden, maar in het dagelijkse werk wel laten merken.

De broer van mijn vader was enige tijd de Amsterdamse hoofdcommissaris. Ik vond dat een ‘rechtse oom’, maar hij wist wel van de hoed, de rand en de straat. Tegenwoordig twijfel ik daaraan.

En de politie: valt die niet gewoon onder de minister van Binnenlandse Zaken? Werk aan de winkel.

 

[reageren]