VN MediagidsO, Obama (5)
10.05.2008
Spreken over ras betekent verlegenheid oproepen, zeker in Amerika, en zeker als je gehoor zeer hoog is opgeleid en voor achtennegentig procent blank.
Ik had dus geen betere plek kunnen bedenken voor mijn praatje dan de Columbia-universiteit van New York, waar precies één zwarte man te vinden was in het publiek, met een flinke grijze kroesbaard, die hij gebruikte als pennenetui. Er staken twee fijnschrijvers uit.
Ik betoogde wat ik hier ook geschreven heb, dat ik mijn hoop vestigde op Obama, dat zijn (nu geheel doorgesneden) band met dominee Wright mij zeer verontrustte, omdat ik het zag als een teken van Obama’s verlangen om via die man de zegen te krijgen dat ie ‘echt zwart’ was. Gemengde mensen willen dat graag op een gegeven moment, definitief bij een of andere groep horen, of beter gezegd, altijd bij die ene: bij de Koreanen, de Brazilianen of de zwarten. Gek genoeg doen ze nooit hun best om blank te zijn, omdat ze dat meestal al met de paplepel is ingegoten.
Ik maakte dus wat goedmoedige grapjes over Obama’s zwarte performance, zijn vorm van overcompensatie zogezegd: het onberispelijke dribbelpasje dat hij van zwarte basketballspelers had afgekeken, de kaarsrechte rug, helemaal uit 1901, toen Booker T. Washington zijn Up from Slavery publiceerde, de stem die duizenden zwarte dominees al hadden voorgevormd. En wat kan die man mooi trapjes nemen!
Er viel een gegeneerde stilte in de zaal, ik zag hoe de mist vanaf de grond in luttele seconden optrok, hier was een faux pas gemaakt en wel door mij, de mensen keken naar hun schoenen en een beetje onzeker naar elkaar. Alleen de zwarte man begon te giechelen, plukte een pen uit zijn baard en schreef iets op.
Wat gebeurde daar? Ik denk dat ik vergeten was de benodigde voorzorgsmaatregelen te nemen. Spreken over ras geschiedt in Amerika op gedragen toon, dat doe je plechtig, alsof je nog bent schoolgegaan bij Martin Luther King. Mijn verhaal moet frivool hebben geklonken, en als ik ook nog eens een blanke Europeaan was geweest, had dat mijn lot bezegeld. Nu kwam ik er nog mee weg, vanwege die vijftig procent Zuid-Afrikaanse afkomst (Zuid-Afrika, het moet gezegd, is in dat verband echt een ploertendoder, niemand heeft er van terug).
Hoogopgeleide blanke Amerikanen gedragen zich bijna zonder uitzondering extreem schuldig zodra het over ras gaat. Ik begrijp wat ze drijft, maar ik begrijp nog net iets beter dat het hun gekleurde of zwarte medeburger op afstand houdt.
Als je geen grapjes met elkaar durft te maken, is dat een teken van wantrouwen.
Ik hoop dat Obama de eerste gemengde, zwarte president van Amerika wordt, en dat iedereen, dus ook de blanken, grapjes met hem durven maken. Bill Clinton is het gelukt bij de zwarte gemeenschap, die had dat ouwe jongens krentenbrood, en of dat brood nu wit of zwart was, deed er niet toe.
Obama is nog steeds zo onder de indruk van het zwart-zijn van ‘echte zwarten’.
Dat maakt hem chantabel, het tast zijn soevereiniteit aan, zijn individuele oordeelsvermogen.
Ondertussen heeft Hillary Clinton laten zien wat we allemaal al konden weten: dat vrouwen die macht nastreven, gelukkig net zo meedogenloos en gemeen zijn als hun mannelijke collega’s. Zelden heeft iemand de race card zo subtiel en zo voortdurend getrokken als Clinton, met als hoogtepunt het verwijt dat Obama ‘elitair’ zou zijn. Want hij eet rucola. Als je zelf, samen met je man, 109 miljoen dollars verdient in een paar jaar tijd, ben je de laatste die het woord ‘elitair’ luchtig in de mond moet nemen. Maar de onderhuidse aantijging van Clinton graaft dieper: Obama is een elitaire zwarte. Vroeger noemden ze iemand een uppity nigger, een zwarte die het te hoog in de bol had en zijn plaats niet kent.
Het feministische succes van Hillary Clinton moet voor haar Hollandse fans (Heleen Mees) toch enigszins getemperd worden door het besef dat Clinton volstrekt afhankelijk is van wat bij ons de Wilders- en Verdonkstemmers zijn. Dat zijn ook mensen, ja, maar meestal niet de eersten waarmee Nederlandse feministen zich willen afficheren. En nu willen we nooit meer dat gejeremieer horen dat vrouwen fijngevoeliger zijn, en dat het feminisme uitsluitend gebruik maakt van de ‘zachte krachten’. Het zijn net mannen – en dat is geen verwijt of compliment, maar constatering.
Obama moet weigeren de eerste zwarte president van Amerika te worden.
Hij moet president van Amerika worden, omdat hij Barack Obama is. Anderen zeggen dan: ‘Kijk, een zwarte president.’ Hij moet dan fijntjes glimlachen en er het zijne van denken.
