VN MediagidsNooit meer

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

19.08.2006

Door Stephan Sanders

Op donderdag 10 augustus lazen we het bericht dat het Auschwitz-monument van Jan Wolkers in het Amsterdamse Wertheimpark was vernield. Dat was dan de vierde keer. Een dag later werd getwijfeld aan ‘opzettelijke vernieling’ en was er sprake van ‘een ongeluk met bijvoorbeeld een voertuig van de gemeentelijke groenvoorziening’. Het drama van de anti-semitische aanslag kromp ineen tot een vervelend akkefietje.

Ik toog die week naar het Wertheimpark op de enige dag dat het niet regende. Dat leek al een beetje ongepast, want gedenken wij de oorlog, dan toch het liefst als het mot. Lief, klein park, dat Wertheimpark. Het monument lag er mooi beschadigd bij, want zo hoort het. Wolkers, die het beeld in 1977 maakte, heeft zes spiegelplaten kapot geslagen, zodat de hemel die erin weerspiegeld wordt, nooit meer ongeschonden zou zijn. Geen poëzie meer na Auschwitz. Geen heldere hemel. Dat is het idee, dat alweer bijna een cliché is geworden. In werkelijkheid is er na Auschwitz vooral veel gedicht en gebeeldhouwd over Auschwitz. Bovendien staan er in het Wertheimpark gelukkig bomen, en die werpen hun schaduw over het beeld. De gebroken spiegels weerkaatsen dus niet de geschonden hemel, maar iets onduidelijks, wat donker is, met barsten erin.

Wat was er nu eigenlijk vernield? Je moest het weten, maar naast het monument stond ruim een week geleden nog een zuiltje, met daarop de uitleg van Wolkers. Het is zo’n kunstwerk dat een begeleidend tekstje nodig heeft. Die zuil was weg, het enige wat ik zag, was een naarstig aangeharkt plekje waar ooit iets had gestaan. Ik denk dat medewerkers van diezelfde gemeentelijke groenvoorziening ervoor hadden gezorgd dat de rommel was opgeruimd en de aarde bijgewerkt. De voorziening geeft, de voorziening neemt.

De eerste keer dat het beeld van Wolkers werd vernield, was in 1993. Iemand had de gebarsten spiegelplaten nog wat drastischer vernield, misschien omdat de dader dacht: ‘Wil je een geschonden hemel, dan kun je die krijgen ook.’
Het was de eerste en voorlopig ook de laatste keer dat ik een kunstvandaal begreep. Ik moet bekennen dat ik zelf altijd de pest heb gehad aan dat beeld van Wolkers. De lijdzaamheid staat me tegen, die vernielde platen, die als het ware wachten tot het werkje wordt afgemaakt, maar nu goed. Bovendien bevalt het idee me niet dat wanneer de een de hamer pakt het kunst heet, en wanneer een ander het doet het ineens vandalisme is. Ga ik de vernieling goedpraten? Nee, ik ga vertellen wat me stoort aan het beeld.

De enormiteit van die meer dan honderdduizend vermoorde Nederlandse joden is bijna niet te verbeelden, maar doe je het toch, maak er dan geen open uitnodiging van om nog een keer toe te slaan. Ja, de kwetsbaarheid van het geheel kan me niet ontgaan, en ook dat de maker ons daar nu juist op wilde wijzen, maar in alle eerlijkheid: zo werkt het niet. Het is typisch de visie van iemand die zelf geen slachtoffer is en van de weeromstuit die mensensoort gaat verheerlijken om zijn eeuwige kwetsbaarheid. Zo zien we ze graag, slachtoffers: voor het leven getekend, murw geslagen, kapot gebeukt, en daarmee een gewond voorbeeld voor ons allen. De doden zijn dood, maar die paar overlevenden van Auschwitz en hun nakomelingen zijn doorgegaan met hun leven, dat beslist ‘geschonden’ zal zijn geweest, met een krankzinnige veerkracht en vechtlust. Dat moet wel, want anders hadden ze het niet gered.

In het beeld van Wolkers is het lijden alleen maar lijdzaam, het wacht als het ware geduldig op de volgende slag die het wordt toegebracht. De slachtoffers zijn de morele overwinnaars, op voorwaarde van hun altijd durende kwetsbaarheid en passiviteit. Ze zijn een betere mensensoort geworden, een beetje Jezus Christus-achtig, met toegedraaide wangen die telkens weer vuistslagen opvangen. Ze zijn voorbeeldig ver-kitscht, dat lukt ook heel goed met abstracte kunst. Afijn, na Auschwitz kwam niet alleen het Auschwitz-monument, maar ook Israël: daar wonen echte mensen, en die willen nooit meer lijken op het gelaten voorbeeld dat Wolkers heeft gesteld.