VN MediagidsNarcisme
14.10.2006
Verkiezingsstrijd -– dat betekent de narcistische uitvergroting van het verschil, dat niet groots en meeslepend genoeg kan worden aangezet. Je moet daar geloof ik de corpsballerige lol of het spel van inzien, al die partijen die zich vlak voor 22 november met een rotgang van elkaar verwijderen, om elkaar op 23 november alsnog te vinden, ik mag wel zeggen op miraculeuze wijze.
Ik hoorde dichter en theoloog Huub Oos-terhuis op het SP-congres fulmineren tegen het ‘onmenselijke, ik zeg met nadruk onmenselijke’ regeringsbeleid van CDA en VVD, op die moreel superieure toon, die de constante blijft als je twee geloven mengt: het christendom en het marxisme. Welke termen zou die man gebruiken als hij ooit nog eens verzeild raakt in Darfur? Een nog onmenselijker beleid dan dat van CDA/VVD? Het is bijna niet voorstelbaar.
De grote lijnen in de gaten houden, zeg ik tegen mijzelf, en de grote lijnen zijn: in buurland België heerst opgetogenheid omdat de stormloop van het Vlaams Belang zou zijn gekeerd. De partij is in veel gemeenten nog maar de een na grootste. Let wel, we hebben het hier over een club waar Fortuyn zich niet mee wilde associëren, een club waar Wilders’ ‘Partij van de Vrijheid’, met zijn ‘tsunami van islamisering’ bleekjes en voorzichtig bij afsteekt: die partij is in Vlaanderen net zo groot als de PvdA of het CDA hier. Tel uit je winst.
Binnen de grote lijnen bevindt zich het fijnere priegelwerk, en dat betekent onzichtbare arbeid voor politieke partijen, die zich juist op dit moment van elkaar willen onderscheiden. Dus: maximalisering van het verschil, en onbedoeld ook van de waarachtigheid, want de onoverbrugbare kloof die Bos van Balkenende of Rutte scheidt, is in werkelijkheid een slootje waar zelfs een meisje van vier met gemak overheen stapt. Alledrie zouden in Rusland – en, ben ik bang, inmiddels ook in Amerika – te boek staan als rare, softe, extreem linkse kandidaten. Maar we moeten in Nederland nu even net doen alsof er een wereld te vergeven valt.
Een wereld die dus stopt bij Roosendaal.
Van die drie is Bos de meest narcistische man: hij is ook heel slim, hij weet dat van zichzelf, en hij probeert zijn narcisme te compenseren met zelfironie. Dus: Bos doet een ferme uitspraak, en meteen daarna is er die krampachtige, bijna verontschuldigende grijns, die zoveel zegt als: ik speel ook maar een rol, het moet maar even zo.
Zelfironie is een absolute voorwaarde onder vrienden, het voorkomt dat je betogen af gaat steken alsof je tegen een zaal praat, maar in de politiek is die zelfironie dodelijk. Bos doet even een das om, als hij naar de koningin gaat, maar hij doet (knipoog) dus niet echt een das om als hij naar de koningin gaat. Het is sympathiek, maar bij een politicus slaat die ironie in zijn tegendeel om: man staat nergens voor, man mist kern. Rutte zou hetzelfde probleem moeten hebben, maar draagt hij toevallig eens een das, dan is daar niets dubbelzinnigs aan. En Balkenende zou zonder das pornografisch zijn. Ja, onbenullige details, maar uiteindelijk geven dit soort psychologische motieven de doorslag bij de strijd om de toekomstige leider. Bos heeft het grote voordeel dat hij van de drie de meest interessante, gelaagde persoonlijkheid bezit. En precies dat werkt in de politiek tegen hem, want Balkenende hoeft zijn gelaagdheid niet in bedwang te houden, om de doodeenvoudige reden dat hij die niet heeft. Man valt angstaanjagend samen met wat hij zegt en doet.
Uiteindelijk, en dat is de grote lijn, denk je dat een premier een ramp of een oorlog zou moeten kunnen weerstaan, zonder dat ie eerst denkt: doe ik nu een das om of niet.
Daarom is de gemeenplaats niet waar dat mensen stemmen op de man of vrouw met wie ze zich het beste kunnen identificeren. Ik zou als politicus nog het meest weg hebben van Bos, en ik vertrouw die positie mezelf niet toe. Ik wil de Ander als premier, die minder interessante twijfels heeft dan ik.
Nog even over het wak in het ijs, dat kortstondig leek te ontstaan in de bevroren verhoudingen aan de Hofvijver. Tijdens het debat over Ayaan Hirsi Ali zag je de vertrouwde links-rechts reflex plaatsmaken voor een nieuwe antithese: die van individuele liberalen uit GroenLinks, D66, VVD en een enkeling uit de PvdA en het CDA. Gaan we ze Vrijzinnige, of Alternatieve, of Sociale Liberalen noemen? Is niet het belangrijkste punt. Punt is, dat ik wou dat die partij alvast bestond. Dan wist ik waar ik op moest stemmen.
