VN MediagidsMinder roedel, meer rede, dat moet toch het democratisch motto zijn?
17.10.2011
Stephan Sanders zag de kiezer als een hond door de straten zwerven.
Men sprak over de politiek en leiderschap in het algemeen. Het was nog vroeg op zondagochtend, Eva Jinek was de gastvrouw en mijn brein, waarin de tunnelvisie van de nacht nog was opgeslagen, kon dit oeverloze terrein amper overzien.
Ik heb lang gedacht: hoe leuker een samenleving, hoe minder leiders je nodig hebt. Ik kan het woord zelf nog steeds niet uitspreken zonder er ironisch bij te kijken. Leider. Dat hadden ze vroeger in het Oostblok. Bij de padvinderij. Maar in de jaren tachtig kwamen er echte leiders in het bedrijfsleven, met allemaal cursussen over transactioneel en transformationeel leiderschap (hoe deed Churchill het zonder?) en tegenwoordig is het een heel gewone vraag aan een politicus: ziet hij, ziet zij zichzelf als een echte leider? Wie daar ja op zegt, moet je ten diepste wantrouwen, en dus blijft als enige mogelijkheid de besmuikte bescheidenheid over, 'het is aan anderen om daarover te oordelen', waarna journalisten beginnen te prikken en de politici hun raketschild optrekken.
Maar op die vroege zondagochtend vatte makelaar Harry Mens het probleem bondig samen. Hij zei: 'Zo'n vijfentwintig à dertig procent van de kiezers is gewoon op zoek naar een baas.' Deze linkse directe had ik op dat moment niet zien aankomen.
Meteen zag ik voor me hoe die kiezers als honden door de straten zwierven, snuffelend aan elk passerend mensenbeen. Nederland als een groot dierenasiel, wachtend op de hand van de meester om gedresseerd te worden.
Zelden ben ik een zondag mismoediger begonnen.
Wacht het volk op 'bazen'? Ik geloof onderhand eerder dat het de journalisten zijn die een preoccupatie hebben ontwikkeld met 'politiek leiderschap', want daar kun je scherpe vragen over stellen en het antwoord op die vragen wordt in die politieke partijen dan ook nog heel veelzeggend gevonden. Maar de rest van Nederland hoort het gelaten aan en denkt: 't is weer hommeles daar.
En wat willen journalisten dan van zo'n echte leider? Ik geloof dat zo iemand geacht wordt onder woorden te brengen wat er echt/heimelijk/onbewust onder 'het volk' leeft. Deze zin zou door Ludwig Wittgenstein meteen in de prullenmand zijn gegooid, want te veel onduidelijke variabelen (echt, onbewust, volk) die een zinvol antwoord onmogelijk maken. Mijn bewondering gaat altijd uit naar sprekers die iets vertellen wat ik nog niet gedacht, gezegd of gezien had. Het lijkt me een enorme verarming steeds maar weer voor de echo van je eigen, vooropgezette gelijk te moeten stemmen.
Het kan niet genoeg benadrukt worden: die Nederlandse verzuiling, die niets anders was dan een quasi-democratie, want een groepsdemocratie, dat is niet iets om verlangend aan terug te denken. Dezelfde groepsdwang die we onder het merendeel van de moslims zo betreuren, was hier in de jaren vijftig gangbaar. Het was de tijd van de katholieke honden die katholieke bazen zochten.
Goed, die verzuiling is voorbij, maar dat andere, voor mij altijd onbegrijpelijke voortvloeisel uit de verzuiling staat nog steeds in hoog aanzien. Het idee van de 'brede volkspartij'. De protestantse dominee is lid van dezelfde politieke club als de protestantse havenbaron en de protestantse havenarbeider, en zo vertegenwoordigen zij als het ware het gehele volk. Nee, hooguit een dwarsdoorsnee van het protestante volk.
Maar liefst drie partijen willen koste wat kost die brede-volkspartijgedachte uitdragen: de VVD, het CDA en de PvdA. Daar is ze zoveel aan gelegen dat het ten koste mag gaan van het voortbestaan van de eigen partij, zodat de PVV de enige echte volkspartij kan worden.
Maar als die partijgangers niet meer bijeen worden gehouden door een gedeeld geloof of anti-geloof, waarom moet dan per se dat corporatistische idee overeind blijven? Vroeger heette dat met een mooi woord 'solidariteit', maar in de praktijk was het gedwongen winkelnering. Nu zo'n beetje tachtig procent van de Nederlanders zichzelf tot de middenklasse rekent, is het eindelijk mogelijk mensen aan te spreken op hun individuele belangen, ideeën en verlangens.
Ja, er zijn mensen die veel van de globalisering verwachten en anderen die daar het begin van het einde in zien: waarom zou je die twee onverzoenlijke standpunten willen onderbrengen in één partij: dit is toch een reëel politiek meningsverschil waarmee minstens twee partijen de markt op moeten gaan? De winkelmevrouw denkt helemaal niet alleen aan haar winkel, ze denkt aan de orka in Harderwijk en wat daarmee moet gebeuren. Ze stemt Partij voor de Dieren. De goedverdienende bankman vindt het schandalig hoe de financiële wereld in elkaar steekt, hij neemt geen ontslag want hij moet ook z'n hypotheek aflossen, maar stemt wel SP.
Minder roedel, meer rede, dat moet toch het democratisch motto zijn?
En geloof me, daar komen ze in China ook nog achter.
