VN MediagidsMeisje

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

07.10.2006

Door Stephan Sanders

Het is een stralende dag. Ik denk even niet aan mijn moeder, die twee jaar dood is, of aan mijn zus, die tien jaar dood is, en ook niet aan mijn vader, die zeventig jaar leefde zonder dat ik hem ooit kende.

Het is een stralende dag en ik loop over de brug vlak bij mijn huis.

Gisteren ben ik afgereisd naar het verleden, en dat weet ik nu pas, dat ik iets had met dat verleden, dat het als het ware van mij is. Laat dat als het ware maar weg.

Het is goed een geliefde te hebben, want die laat je dingen doen waar je zelf nooit aan zou denken. Bijvoorbeeld naar een lezing gaan die om en nabij twee uur duurt, met als thema het alternatieve sieraad. Gek genoeg heb ik mijzelf altijd alternatief gevoeld, ik bedoel dat heel letterlijk, ouders konden geen kinderen krijgen en ik was het alternatief. Dat klinkt tweedehands, afgedragen, en in alle eerlijkheid: er schuilt een uitverkoopje in mij, ik hou er zelf niet van, maar het is zo.

Het alternatieve sieraad: dat kwam op in de jaren zestig (zoals eigenlijk alle dingen) omdat de mensen toen hadden bedacht dat eigenlijk alles wel een sieraad kon zijn. Bijvoorbeeld een boterhamzakje, als je dat een beetje leuk vouwt, dan kan het best een dasspeld zijn. Grappig, dat mensen toch aan dasspelden dachten, terwijl ze nooit dassen droegen. Je denkt je los te maken van het verleden, en precies daarin bevestig je het. Ik wil wedden dat ze in Congo nooit dachten: hé, een boterhamzakje, daar kan ik best een dasspeld van maken. Je moet ooit een vader hebben gehad die gruwde van dasspelden, en jij gruwde een beetje van die vader. Dan kom je op het idee.

Lieve help, twee uur lang over het alternatieve sieraad. Ik draag geen ringen of armbanden, ik vond sieraden altijd iets voor mijn moeder. Ik gaf ze en zij droeg ze, dat waren de verhoudingen. Mijn moeder leefde van toen ik geadopteerd werd tot aan haar dood. Ik heb haar behoorlijk goed gekend. Ze was redelijk alternatief, maar als het om sieraden ging, hield ze toch het meest van witgoud en antiek. Daarin was ze verrassend ouderwets.

Maar in die tijd kwam het dus op, het alternatieve sieraad. Bijvoorbeeld een tuinslang, en dat je daar een collier van kon maken. Dat was een statement. De beste vriendin van mijn moeder had een armband, en dat was gewoon een stukje van een tuinslang. Zij had die armband gekocht in een galerie in Milaan. Ik vond dat bijzonder, ik was acht en dol op mijn moeder en die vriendin en die armband.

Je moet iets doen om je met een onderwerp te verzoenen waar je zelf niet op zou komen. Het alternatieve sieraad, ik denk dan maar aan mijn moeder en vanzelf ook aan mij. De mevrouw die de lezing geeft, zegt dat het alternatieve sieraad vooral in trek was bij ‘zelfstandige vrouwen en bewuste homo’s’. Zij is dat eigenlijk nooit geworden en ik ook niet. Maar wat was het een leuke, gekke, luxe tijd, dat mijn moeder dacht mijn vaders familie te choqueren door een vriendin te hebben die een tuinslang om haar pols droeg. Ik voel als het ware nog die vrijgevochtenheid, waarvan ik toen geloofde dat het gewoon was. Laat dat als het ware maar weg.

Aan alle moois komt gelukkig een einde, ook aan lezingen over het alternatieve sieraad, en het volgende moment loop ik over de brug vlak bij mijn huis.

Het is een stralende dag, en mij komt een meisje tegemoet met krullend lang zwart haar dat een beetje op mijn moeder lijkt van de foto’s. Zij valt mij op want ik denk: God, wat een mooi meisje. Nu komen er ook twee jongens in beeld, die mij niet per se opvallen, totdat ze iets tegen dat meisje roepen.

‘Izz ramadan. Hoofd bedekken, hoer. Izz ramadan.’

Dat meisje is dus waarschijnlijk Marokkaans, en die jongens zijn dat ook.

Ik kan u niet vertellen hoezeer mij dit verdriet. Het is een stralende dag en er loopt nu een scheur doorheen.

Het is niet zo dat ik wil opkomen voor Marokkaanse meisjes of zo.

Maar ik ben dat meisje.