VN MediagidsMasochisme

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

26.08.2006

Door Stephan Sanders

Ik ken Sarah Baxter niet, maar het is niet moeilijk een beeld van haar te vormen. Engelse journaliste, een paar jaar ouder dan ik, die in de jaren tachtig politiek actief werd voor Labour, als feministe en vredesactiviste. Keurig, links, vrouw in die eenduidig linkse tijd.

Als vanzelf zie ik gezichten van vriendinnen en studiegenoten voor me. Als Baxter echt op hen lijkt, is ze ook nog even lesbisch geweest, zo’n maandje of zeven. ‘Wimmin at War’ heette de vrouwengroep waarbij ze zich aansloot, en alleen al die jolige woordspeligheid brengt die periode haarscherp terug. Ze was natuurlijk tegen nucleaire bewapening, vooral als die van de Navo kwam en van Amerika. Op de een of andere manier leken de sovjetraketten van zachter, aaibaarder materiaal gemaakt. Reagan was de favoriete boosdoener, een cowboy met atoommacht, daar ging haar feministische kritiek hand in hand met het exclusief vrouwelijke verlangen naar vrede.

Vijfentwintig jaar later: Sarah Baxter loopt zelf niet mee, maar zit thuis en ziet beelden van een vredesdemonstratie, tegen de oorlog in Irak dit keer, tegen Israël en de VS. Ze herkent gezichten van vroeger, feministes die inmiddels de middelbare leeftijd hebben bereikt, maar de strijd allerminst schuwen. Een van die bekenden voert een bord met zich mee, en daarop staat: ‘We are all Hezbollah now.’ Om haar heen schreeuwende mannen, met groene banden om hun hoofd en Arabische leuzen in hun mond, die van Reagan met terugwerkende kracht een mietje maken.

Sarah Baxter is verbijsterd. Wat hebben feministen in Sappho’s naam te zoeken bij de Partij van God, die een heuse theocratie voorstaat, met een bijrolletje voor vrouwen als dienende en barende wezens. Baxter herinnert zich interviews die ze jaren daarvoor met Hamas-leiders heeft gevoerd in de Gazastrook, waarbij geen van de geïnterviewden haar in de ogen keek, en het antwoord op haar vragen steevast gegeven werd aan de mannelijke fotograaf die haar vergezelde. Hoeveel ideologische blindheid kan het ‘kritische’ linkse Westen zich permitteren?

Afijn, het artikel van Baxter is geschreven voordat de oorlog in Libanon uitbrak, en voordat er ook in Amsterdam werd gedemonstreerd, tegen Israël, voor de anonieme vrede, waarbij de ‘emancipatiemachine’ van GroenLinks in dezelfde stoet meeliep als Hezbollah-strijders, die alleen het groen van de politieke islam erkennen.

Waardoor komt het dat mensen die kritiek hebben op Israël, in een en dezelfde adem menen de acties van Hezbollah te moeten bagatelliseren, of zelfs goedpraten. Waarom nemen ‘kritische’ Midden Oosten-deskundigen als Robert Soeterik en Paul Aarts, die terecht gebruik maken van het vrije woord, consequent Hezbollah in bescherming, waar kritiek al net zo ongewenst is als varkensvlees en blote vrouwenschouders? Sarah Baxter roept nog eens een uitspraak van Hezbollah-leider Nasrallah in herinnering: ‘Het is goed wanneer alle joden zich verzamelen in Israël, want dat bespaart ons de moeite om ze wereldwijd te moeten opjagen.’

Kun je met zo’n club een ‘tactische’ alliantie aangaan? Het lijkt mij niet moeilijk te voorspellen welke tactiek in dit geval de overhand zal krijgen.

Jeroen de Jager doet voor de NOS verslag vanuit Libanon, en beschrijft de ‘heilige overwinning’ die Hezbollah zegt te hebben geboekt. Moeders begraven hun overleden kinderen, gedood tijdens de Israëlische bombardementen. Ze dragen foto’s van hen mee, enkele vrouwen beginnen te huilen, waarna ze ogenblikkelijk streng worden toegesproken: ‘Jouw leed is niets in vergelijking met de heilige overwinning die onze leider Nasrallah heeft behaald.’ Even later klinkt het uit één mond: ‘Wij zijn voor Nasrallah.’

Het persoonlijke verdriet moet dus meteen worden omgezet in het juiste ideologische standpunt. Het verdriet moet politiek zijn en behoort van meet af aan de partij toe, en niet de burger die erdoor getroffen werd, want, klein detail, er bestaan helemaal geen burgers, alleen maar ‘aanhangers’ van Hezbollah. Ik kan er met de beste wil van de wereld geen beter woord voor verzinnen dan ‘islamo-fascisme.’

Dat er Libanezen zijn die uit vrije wil, door de omstandigheden gedwongen, wie zal het zeggen, hun steun aan Hezbollah betuigen, valt te begrijpen. Maar voor vredesfeministen en kritische denkers in Amsterdam en Londen, die hetzelfde doen, bestaat geen excuus. De verbijstering van Sarah Baxter is de mijne: wat is er toch gebeurd, dat radicaal links de meest rechtse politiek die er bestaat, ging goedpraten?