VN MediagidsLaatste spreker
31.05.2008
Ik kreeg gisteren het bericht dat mijn oom gestorven is, de broer van mijn vader, die dus dezelfde achternaam draagt als ik. Hij scheelde precies een jaar met mijn vader, maar was daardoor altijd de oudere broer, dat kon niet meer ingelopen worden.
Ze hadden, zo leek het wel, een strikte rolverdeling afgesproken. Oom was de stoere, de harde, de politieman. Vader de zachtmoedige, de onderwijzer. Ze deelden daarnaast nog vele zussen en broers maar zij, de bijna tweelingbroers, waren toch de spil van de familie. Niet de vrouwen maar de mannen zorgden er voor het sociale verkeer.
Tegenwoordig heb je vrienden, maar zij hadden familie, en daar trokken ze hun leven lang mee op. Ik heb als kind vaak bij oom Th. gelogeerd, we gingen samen op vakantie, de vrouwen van de beide broers moesten het maar goed met elkaar zien te vinden, en gelukkig deden ze dat ook, en kon de broederband worden voortgezet.
Dat is allemaal alweer ruimschoots voorbij, vader is allang dood, andere familieleden ook, maar die oom van mij was flink en gezond en leefde door. Tot gisteren.
Ik zocht hem nog wel eens op, en dan kreeg ik mijn vader er gratis bij, want ik hoefde hem maar te zien of te horen, of ik hoorde ook mijn vader in het Twents - ze waren een sketch geworden voor twee mannen, ook nu de ene niet meer kon meedoen.
Zo groeide oom uit tot de pater familias, het stamhoofd van een club waar er aan de onderkant steeds meer wegvielen, maar er van boven natuurlijk ook weer bijkwamen. De laatste keer dat ik hem zag, zat hij rechtop in zijn bed, ziek al, maar niet van plan mij dat nu eens in te wrijven. Hij had zich vermand en zette werkelijk een heel leuke oom neer. Officieel, volgens alle richtlijnen, was hij hulpbehoevend, maar hij zat in zijn eigen bed, in zijn eigen huis in Badhoevedorp, en flink zijn was erin geramd, dat ging er niet meer uit. Rookte oom nog wel eens een sigaar? Jawel, maar niet in bed. En volgde hij het tennis nog zo'n beetje? Jawel, maar niet vanuit bed, dat hoorde niet. Het hele idee van ziektewinst leek hem onbekend, medelijden moest je vermijden.
Hij was ook geen man om medelijden mee te hebben, zelfs als daar reden voor was verdroeg hij dat niet. Als enige in een milieu waar iedereen onderwijzer of leraar werd, maakte hij carrière bij de politie. Hij was een man met gezag, als hij samen met mijn vader was, zag ik hoe oom de mannelijkheid belichaamde en vader volgde. Dat is als jongetje een raar gezicht, op wie moest ik me nu richten?
Ik weet dat ik, later alweer, mijn oom 'rechts' vond. Want bij de politie. Want van de orde en het handhaven. Je kon veel van hem zeggen, maar niet dat hij anti-autoritair was. Ik vermoedde ook nog dat-ie niks van homo's moest hebben, maar dat bleek later mee te vallen. Hij sprak er niet over, maar nam de feiten aan voor wat ze waren.
Ook was er nog die episode met Gerard Reve waar ik pas later over hoorde. Die schreef een verhaal over oom, toen nog commissaris in Amsterdam.
Midden jaren zestig kwam het veel voor dat homo's werden gechanteerd en zelfs vermoord. Men zweeg daarover, je had dat eigenlijk aan jezelf te danken. Maar Reve dacht daar anders over en schreef een brandbrief. Oom liet een verklaring in de krant afdrukken met zijn privénummer, waarop homoseksuele slachtoffers zich bij de politie konden melden. Reve schrijft: 'Ik vond het allemaal nogal moedig, toen zeker; anderhalve generatie geleden was het allerminst normaal om in zulk een hoge functie zo duidelijk voor de vervolgde homo op te komen.'
Zo, daar heb ik weer niet van terug.
De laatste keer dat ik oom sprak, zei hij iets in het Twents, de taal van zijn jeugd, de taal die hij sprak met mijn vader.
Ik knikte, maar kon niet goed antwoorden.
Hij was letterlijk de laatste spreker geworden.
