VN MediagidsKunnen anti-islamideologen hun gedachtensluier afdoen?
15.11.2010
Het moet me lang niet zijn overkomen, want ik was oprecht verbaasd en stiekem ook wel verheugd. Een autorit van Hilversum naar huis, een chauffeur die ik niet ken, en dus zo'n aftastend gesprek, precies berekend op de 20 à 25 minuten die het samenzijn zal duren. Er is vast een logische aanleiding geweest, maar ik zag die niet aankomen. 'U hebt toch ook… ook buitenlands in u?'
Ik denk dat hier het 'bloed', van 'buitenlands bloed' werd ingeslikt, dat smaakt ook zo naar Bodem, en bovendien werd de vraag op een vriendelijke, geïnteresseerde manier gesteld. Dat was me lang niet overkomen, realiseerde ik me, moet echt jaren her zijn geweest. Vroeger was ik dan geïrriteerd of juist gevleid, wanneer een Antiliaan of Surinamer de lichte neger in mij ontdekte, maar zonder dat ik erbij stil had gestaan, was de vraag uit mijn leven verdwenen.
Ik ben ook geruisloos van een jij & jou een u geworden, voor de kassa bij de AH, 'Mag ik uw bonuskaart even lenen?'
Het uiterlijk dat zo onlosmakelijk bij jou lijkt te horen, maakt zich in de loop van de jaren uit de voeten, en laat alleen een hoofd achter met herinneringen, die je hardnekkig 'persoonlijk' blijft noemen.
Pas later kon ik preciezer dateren vanaf wanneer de vraag naar de buitenlandse afkomst me niet meer gesteld werd. Met het slinken van mijn haardos en het kalen van mijn hoofd werd de exotiek uit mijn verschijning gesloopt. Nu overkomt het veel mannen, de terugwijkende haargrens, de bos die oplost in sliertjes, en wie er niet sneu wil bijlopen, neemt de tondeuse ter hand en millimetert de boel, zodat de schaarste gelijkelijk verdeelt wordt.
Maar precies dat haar van mij, ergens tussen krul en kroes in, was de weggever voor de geoefende kijker. Dat was geen Nederlands haar, daar zat 'neger' in.
- Precies dat haar van mij was de weggever voor de geoefende kijker
Van mijn huidskleur heb ik het nooit moeten hebben, mijn haar - daarom ook bij voorkeur in vlecht of frutsel gedragen - was het bewijs van iets anders, iets van ver.
Met het kalen verdween ook de buitenlander in me, en de chauffeur maakte me onbedoeld weer jong. Hij gaf me de status aparte terug, die bron van trots en irritatie tegelijk, die zo helemaal Mij leek.
Ik moest eraan denken toen ik het mooie artikel van Margalith Kleijwegt las in dit blad, over de Turkse Semra Çelebi, die vanaf haar negende jaar met hoofddoek op door het leven ging, en pas op latere leeftijd haar wapperende haren liet zien. De meeste verhalen die je leest over de islam stemmen moedeloos, omdat de details al te gretig worden ingeruild voor de grove generalisaties, zodat al die verschillende artikelen gaan lijken op een slechte imitatie van de toch al niet over kleinigheden struikelende Hegel. Maar hier werd de nitty gritty van het dagelijkse, multiculturele leven bij de kop gepakt.
Zo'n hoofddoek is in strikte moslimmilieu's net zoiets als je haar: je hebt het er maar mee te doen, je krijgt het opgedrongen. Semra: 'Mijn hoofddoek droeg ik al vanaf groep zeven, mijn vader wilde dat.'
Later wordt zij het goedgebekte, feilloos uit haar woorden komende moslimsmeisje - de moslimidentiteit werd haar handelsmerk. Nog later gaat de sluier af. 'Ze kreeg minder aandacht, ze was in haar spijkerbroek, met haar haar in een paardenstaart ineens nogal gewoontjes. […] "Daarvóór was ik altijd dat ene meisje met die hoofddoek die zo goed Nederlands praat. Mensen zagen nu niet eens dat ik Turkse was, heel raar."'
Ik kijk naar haar foto's, met en zonder hoofddoek, en zie in het laatste geval vooral verbetering en bevrijding. Maar ik snap nu ook het verlies van de bijzondere status: hier staat een mooie Nederlandse vrouw, met zwart haar die, je zou het nooit verzinnen, goed Nederlands spreekt. De bevrijding maakt ook gemiddeld en gewoon.
Zo'n terugwijkende moslimidentiteit (de haarmetafoor werkt nog steeds) stelt vooral de radicale anti-islamideologen voor een dilemma. Ik bedoel nu niet de mensen die de problematische aspecten van die godsdienst onderkennen, maar degenen die overal en nergens de 'islamisering' aan het werk zien, inderdaad, zoals Hegel overal en nergens de werking van de Weltgeist zag.
Twee wat verder verwijderde kennissen zag ik de afgelopen jaren 'in Wilders' geraken. Gesprekken begonnen stroef te lopen, de anti-islammonoloog werd naar aanleiding van niks de meest beoefende stijlfiguur. Wat daar het loodje legt, is de vrije uitwisseling van gedachten. Daarvoor in de plaats komt de eenzijdige preek. Valt geen conversatie op te bouwen.
Hoe moeilijk wordt het niet voor deze nieuw bekeerden ooit hun gedachtensluier af te leggen? Hun bijzondere, radicale positie op te geven?
Haar verlies je, een hoofddoek kun je afdoen. Maar wat doe je met een gesloten hoofd?
