VN MediagidsKreunend Duits ongemak

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

15.09.2007

Door Stephan Sanders

Zaterdag zat ik om elf uur ’s avonds in een radiostudio, keek nog even het script door van het programma dat ik zo meteen zou presenteren, en hoorde met een half oor dat de lezer van het radiojournaal melding maakte van een rabbijn die in Duitsland was neergestoken.

Waarschijnlijke dader: een Arabisch uitziende man. ‘Oei,’ was mijn eerste en enige reactie. Daarna volgde het weerbericht en de tune ‘Gutenacht Freunde’, die weleens passender had geklonken.

Thuisgekomen zocht ik het bericht na. Rabbijn had keppeltje gedragen, was benaderd door een voorbijganger die hem iets gevraagd had in een taal die hij niet verstond (Arabisch? Turks?) waarop de man plotseling zijn mes trok en de rabbijn even later bloedend op de grond lag. Per ambulance naar het ziekenhuis, zwaargewond maar volgens de laatste berichten buiten levensgevaar.

Nou is er natuurlijk één ding dat nooit meer in Frankfurt mag gebeuren: dat een duidelijk herkenbare jood op straat wordt aangevallen omdat hij een duidelijk herkenbare jood is. Frankfurt: de stad waar Rainer Werner Fassbinder niet helemaal toevallig zijn controversiële theaterstuk Het vuil, de stad en de dood heeft gesitueerd, waarin een joodse overlevende optreedt als cynische, gewetenloze zakenman.

Soms steken toevallige gebeurtenissen te literair in elkaar, de feiten smeken als het ware om met ze aan de haal te gaan en brede verbanden te leggen, terwijl het politie­bericht nog maar een paar regels telt. Vorsicht, bitte.

Die waarschuwing moet in vele hoofden hebben geklonken want het bericht van de neergestoken rabbijn verdween in de loop van de dag van de webpagina. Holleeder nam zijn plaats in. Vervolgens pakte de politie in Israël ‘joodse neonazi’s’ op. Hoorde ik gesmoorde opluchting? Ook daar kon het dus gebeuren.

Maar ik zocht mijn rabbijn en ging door naar de site van de Frankfurter Allgemeine Zeitung. Aanvankelijk werd het bericht daar prominent gebracht, maar na een paar uur kon je hem alleen nog vinden als je doorklikte via ‘Gesellschaft’ en ‘Kriminalität’. Ik kreeg de indruk dat er op de verschillende internetredacties zwaar op de rem werd getrapt. Dit bericht was beladen, en nee, er werd hier niets opgeklopt, er werd iets kleiner gemaakt.

Er was een compositiefoto samengesteld van de man met het mes, het leek verdomd veel op een Arabisch gezicht, maar ja, zo’n samengeraapt beeld, hoe betrouwbaar is dat? Salomon Korn, de vicepresident van de ‘Zentralrat der Juden’ (ik blijf schrikken van die benaming) waarschuwde tegen overhaaste conclusies en sprak de hoop uit dat het hier ging om een ordinaire straatoverval – want dat was al erg genoeg. Maar hoop of niet: de rabbijn droeg een keppeltje, hij was verder niet beroofd. Mij leek het zo’n antisemitische daad die geen ondertiteling behoefde.

Ook werd er nu de nadruk op gelegd dat de dader vermoedelijk ‘spontaan’ en ‘impulsief’ zou hebben gehandeld. Ik vond het daar niet veel beter van worden, maar kennelijk moest het idee worden tegengesproken dat er sprake was van een complot of een georganiseerde bende.
En tussen de regels door hoorde je het kreunende ongemak. Het ongemak van de oplaaiende discussies in Keulen en Frankfurt over de grootte van de nieuw te bouwen moskeeën, de hoogtes van de minaretten. Het ongemak van de drie terreurverdachten, die de week daarvoor in Duitsland waren opgepakt. Het ongemak ook van het Goede Duitsland, dat haar naoorlogse minderheden met de grootst mogelijke omzichtigheid had bejegend, bijna alsof daarmee het lot van die andere, vooroorlogse minderheid kon worden verzacht.

Nederland was als rolmodel afgevallen na Fortuyn, na de moord op Theo van Gogh. Duitsland zou als enige op het continent de lof van het multiculturalisme blijven zingen, zonder ook maar één wanklank.

Om al die redenen en nog veel meer kwam die neergestoken rabbijn in Frankfurt op dat moment buitengewoon ongelegen. Maar hij lag daar wel, op straat, en er was ook niets hypothetisch aan het bloed dat er vloeide.

Je moet geen vuurtjes opstoken die toch al branden. En zeker, stemmingmakerij en stigmatisering zijn reële gevaren. Maar die neergestoken rabbijn, in Duitsland, die ik in een dag tijd buiten beeld zag belanden, die blijft me achtervolgen.

Slecht nieuws komt nooit goed uit. En weggemoffeld nieuws gaat stinken, als een dooie rat.