VN MediagidsIn de pauze zegt de mentorleraar dat we vooral niet te veel moeten verwachten
15.01.2011
Ik heb een beeld van de school, ik denk te weten hoe het is om naar school te gaan, maar dat beeld is meer dan dertig jaar oud en Bromsnor-achtig. Je was te laat, altijd te laat, en fietste als een bezetene de acht kilometer van huis naar klas. Soms was het handiger om te liften. Dan sloop je het gebouw van het lyceum binnen, liep soms toch nog tegen de conciërge op, waarna zich een vriendelijk getouwtrek ontwikkelde over jouw verzachtende omstandigheden en zijn strikte tijden. Dit werd eigenlijk altijd in der minne geschikt. Ik herinner me wel een enkel vermanend woord, maar geen straffen of brief op hoge poten naar ouders.
Bromsnor en Swiebertje hebben afgedaan, maar op de een of andere manier was ik er vast van overtuigd dat naar school gaan nog steeds hetzelfde zou zijn.
Ik meld me bij het ROC Midden Nederland in Utrecht, want daar ga ik een mbo-klas columns leren schrijven. De vrouw die me gevraagd heeft, is ook een gastdocente, één keer in de week geeft ze deze klas het vak 'Burgerschapskunde', en later zal blijken dat zij net zo min de weg weet in dit gebouw als ik.
Maar eerst is daar de besliste juffrouw aan de balie, die me een pasje moet geven waarmee ik langs de tourniquets kan gaan, die weer bewaakt worden door een portier, terwijl er net een groepje van zeven jonge bewakers langslopen.
Zijn die in opleiding, lopen ze hier altijd?
Ik heb al twee grote borden gezien met teksten als 'Respect voor iedereen' en krijg het angstige vermoeden dat wat zo hard van de muren moet worden geschreeuwd, niet vanzelfsprekend is.
Daar is de gastdocente, het geharrewar met de pasjes kan beginnen (er is geen aparte ingang voor leraren, zoals piloten en stewardessen die wel hebben bij de KLM). We staan in de grote ronde gemeenschapsruimte, waar plukjes leerlingen geduldig wortel schieten. Er hangt een lichte kotslucht, maar goed, buiten regent het.
Nu neemt het grote zoeken een aanvang, want gastdocent en ik moeten naar de westvleugel, die weer afgesloten is door werkzaamheden, en cirkelen zo langdurig door het gebouw. De leraar is de weg kwijt. Je hoeft niet naar een metafoor te zoeken.
Nog even naar de wc, die een latrineachtige kwaliteit bezit, en dan ziet gastdocente een of twee bekende gezichten en moet dit wel haar klas zijn.
- Twee minuten, en meteen al de luitenant die staat te brullen
Er wordt nog binnengedruppeld, en als de zeventienjarigen nu ook nog zo goed willen wezen hun jas uit te trekken en hun mobieltjes en iPhones op te bergen, dan kan de les beginnen.
Achterin zit een oudere man, en eerlijk gezegd zit die er wel erg onverschillig bij, alsof alles - de school, de klas, de les - hem gestolen kan worden. Ik wil net pedagogisch gaan ingrijpen, maar de gastdocente stoot me aan.
'Dat is hun vaste mentorleraar.'
Iedereen moest een column schrijven, wie heeft er een column geschreven? Precies één iemand heeft een column geschreven. Tot mijn verbazing ontsnapt aan mijn mond nu toch een donderpreek, iedereen doet moeite, de gastdocente, ik, en als het ze niet bevalt, moeten ze vooral een leuk baantje elders gaan zoeken… et cetera.
Twee minuten aan het woord, en meteen al de luitenant die staat te brullen.
Alles aan deze school spelt geen school maar 'bewaarinrichting': je komt hier niet om te leren, maar vooral om te leren je koest te houden. De school is op het ergste voorbereid en vindt het al heel wat als er niet gevochten of gescholden wordt. Kennisoverdracht is het sluitstuk geworden, hier staat veiligheid voorop.
Het zal wel nodig zijn, ik ken de geschiedenis niet van deze school, maar hoe je in deze burcht van wantrouwen iets moet leren, blijft een raadsel.
En dan toch een klein wonder: die ene columnschrijver heeft een prachtig, scherp stukje gemaakt; over de minachting die mbo'ers ten deel valt, het verschil met de hbo'ers die wel als echte studenten worden behandeld, de 'burgerschapslessen' die ze krijgen en die niets anders dan zoethoudertjes zijn, en het gebrek aan vertrouwen dat de docenten in de leerlingen stellen.
Er wordt gejoeld en gefloten als W. zijn verhaal heeft gedaan, iedereen heeft ineens een mening, en nog weer tien minuten later is de hele klas in stilte, STILTE, aan het pennen om W.'s prestatie te evenaren.
Ik geef na afloop cijfers van 2 tot 9, en dat schijnt anders te zijn dan de 'matig' of 'voldoende' die ze normaal krijgen.
Er wordt gesoebat om een 6 of een 6½.
In de pauze zegt de mentorleraar dat we vooral niet te veel moeten verwachten. Mbo'ers, boekhoudkundige richting. 'Die hebben de taal niet zo nodig.'
Wie hier leergierig blijft, die hoeft geen hindernis meer te vrezen.
