VN MediagidsHet spel en de steken

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

21.06.2008

Door Stephan Sanders

Het is een rare maand, voor die paar vrouwen en natuurlijk voor de (meerderheid van de) mannen, die hun hart niet verloren hebben aan het borduren. Hoeveel uren per week worden op radio en televisie besteed aan het probleem van de kruissteek en de halve kruissteek, oftewel petit point?

Zijn er nu drie of vier dagelijkse praatprogramma's, waarin deskundigen zich buigen over de mogelijkheden van de steel- en de kettingsteek? De echte borduurwedstrijden, die thuis ademloos worden gevolgd, lijken vaak niet meer dan een aanleiding om de rest van de programmatijd te vullen met voor- en nabeschouwingen, betreffende de kwaliteit van de tapisseriewol, het perlé-garen en mouliné.

Tijdens de grote wedstrijden trek ik me terug op mijn werkkamer, maar als ik dan beneden mijn vriendinnen en nichten hoor juichen, ren ik toch naar beneden, en zie nog net hoe Nederland favoriet Engeland verslaat, nota bene op eigen terrein, bij het crewelborduren.

Nederland, Europees Borduur Kampioen! - het zit erin, zeker nu de grote wereldteams van Perzië, Egypte en China (zijdeborduur!) niet mee kunnen doen. Toch snap ik ook de mannen die met een zekere wrokkigheid vaststellen dat ze gedurende deze maand verstoken blijven van al het nieuws dat niet direct met borduren te maken heeft. Ierland, de EU, Zimbabwe, het ontslagrecht - het valt in het niet bij het Europees Borduurtoernooi, maar toch zou je er graag iets over horen.

Veel gemopper van vrienden, dat ze zich vreemden voelen in eigen huis, als de vriendinnenschaar eenmaal bezit heeft genomen van de zitkamer, en het commentaar van Cisca Dresselhuys door de gangen loeit. En die ellenlange reclames van Burda. Maar ook merk ik dat steeds meer mannen zich gewonnen geven. Natuurlijk staan de homo's weer vooraan, die een behoorlijk mondje meespreken als het gaat over gobelin en aïda, maar waarschijnlijk is de grote animator toch Matthijs van Nieuwkerk, die zich razendsnel (sommigen zeggen opportunistisch snel) heeft getransformeerd van voetbal- tot borduurkenner. De Fijne Steek overtreft in abonnees nu al het ter ziele gegane Hard Gras. En verder is het uitzitten, deze maand. In alle rust naar de bioscoop (The Incredible Hulk!) als de vrouwen zich thuis bezatten.

Soms denk ik dat ik het voetbal zo serieus neem dat ik er niet naar mag kijken, zoals voor gelovigen het aangezicht van God of JWH zo heilig is dat ze er niet direct mee geconfronteerd mogen worden. De echte voetbalgelovigen kijken niet. Ze zenuwen buiten bereik van het beeld. Alleen bij hard gejuich mogen zij televisie kijken, niet langer dan 6 seconden. Maar de samenvatting, dat mag op de een of andere manier weer wel. Daar zag ik hoe de mannen van Oranje na de wedstrijd tegen Frankrijk meteen naar hun vrouwen renden, om het eigen kroost als een beker in ontvangst te nemen. Later hoorde ik Rouvoet van de ChristenUnie, en minister voor Jeugd en Gezin jubelen: 'Ik heb genoten hoe de spelers van Oranje, de vaders van Oranje, direct na de daverende overwinning op Frankrijk als eerste hun gezin opzochten, en hun kinderen, wat wil je nog meer.'

Ik zag dat toch heel anders. De mannen hadden net Frankrijk verslagen, verneukt om zo te zeggen, en renden nu spontaan naar het andere materiaal waaruit hun viriliteit bleek. Hun kinderen. Die werden, drie of vier jaar oud op de arm genomen en aan het volk getoond, als bokalen voor de wedstrijd die ze thuis hadden gewonnen. Dit waren niet zozeer vaders, dit waren verwekkers die lieten zien hoe het mannelijke potentieel uit heden en verleden samenviel.

In Spanje poseren ze op zo'n moment naast de gedode stier.

Mijn buurman is Portugees en hij heeft twee vlaggen buiten hangen, die van Nederland, en die van Portugal. Ik vind dit een buitengewoon elegante oplossing voor het dilemma van de dubbele loyaliteit. Niemand wordt tekort gedaan, niemand geschoffeerd. Een Portugees in Nederland die zijn twee zielen aan de vlaggenstok hangt, en twee keer zoveel nationale trots heeft te vergeven.
En die andere Nederlanders van niet-Hollandse afkomst? Ik zie veel Surinamers, Antillianen, Marokkanen, die zich uitdrukkelijk in het Oranje hebben gestoken. Teken van emancipatie: wij zijn Nederlanders, punt uit?

Of toch teken van overcompensatie: wij zijn heus ook goede Nederlanders, en wij zullen dat ten overvloede bewijzen?

De Turken hebben daar geen last van. Alleen die ene, rode vlag. Maar ook daar iemand die een rookbom afstak, in die moeilijk te definiëren kleur, ergens tussen oranje en rood. Het ultieme compromis: kleur bekennen.