VN MediagidsHet leed van de huisvrouw
En als het twee mannen zijn die samen een huishouden voeren, dan is dat hele man-vrouwgedoe toch ook in één keer van de baan? Wie kookt, wie zorgt, wie wast, wie draait de 'binnendienst', en wie de 'buitendienst', om met Joke Kool-Smit te spreken - al die vragen zijn dan toch niet meer beladen?
Dat valt te bezien. Je hebt geen vrouwen nodig om te steggelen over 'vrouwelijke' taken, en ook een man fleurt zelden op van onzichtbare arbeid als het schoonhouden van de bad- en wc-ruimten en het pluisvrij maken van de vloer. Het ondankbaarste vind ik nog wel de denkarbeid die gaat zitten in de zich tot in het oneindige repeterende vraag: 'Wat eten we vandaag?' Uit eten is niet altijd leuk en bovendien duur, uit-halen is niet altijd lekker (bijna nooit) en vier dagen broccoli achtereen kan vervelen. Verzin een list, bedenk ik in de supermarkt, en de schappen vliegen me aan. Ik mag van mezelf niet eindeloos dubben bij de groenten en vleeswaren, maximaal 1,5 minuut, ik haat het beeld van de, ja van de vertwijfelde huisvrouw, die hier eens knijpt en daar eens wikt en weegt, en zomaar een half uur van haar tijd verdoet. Ik moet dus als een man beslissen. Argggggg. Broccoli maar weer.
De boodschappen, het eten, het bereiden ervan - mijn taak. De reden is van een schitterende eenvoud: mijn man geeft niet om eten. Hij komt fluitend thuis, en als daar niets anders te vinden is dan een hompje brood en wat kaas blijft hij fluiten, en eet dat gretig op. Dit kan vier dagen achtereen doorgaan, weet ik nu proefondervindelijk, en de enige die onder dit ascetische regime lijdt ben ik. Lege ijskasten zijn mij een gruwel, ze horen vol te zijn. Ik lijk wel een oorlogskind, altijd bang voor het rantsoen.
Over die binnen- en buitendienst gesproken: het geval wil dat ik meer thuis ben dan mijn man, die veelal op scholen zijn geld verdient. Ik ben de thuiswerker, en omdat je er toch bent, ligt het voor de hand dat jij de loodgieter belt en binnenlaat, pakjes aanneemt, nog wat zaken regelt met post en belastingen en ander klein grut, en natuurlijk ben jij de enige die ziet dat de bloemen ververst moeten. Je kunt natuurlijk zeggen, ik ben wel thuis maar ik ben er eigenlijk niet want Ik Werk, maar dat is alleen weggelegd voor heel strikte types. Bovendien, en dat zal de territoriumdrift zijn - omdat je er meer bent, vind je geloof ik stiekem ook dat het huis meer jouw terrein is. Er wordt een gezelligheidsdier in je wakker, en je krijgt het maar niet de kop ingedrukt. Ineens moet ik kaarsen kopen. Twijfel of we dit jaar toch een kerstboom nemen. Ik wil helemaal geen kerstboom. Man maalt niet om kerstboom. Er zijn geen kinderen voor onder de kerstboom. Vanwaar dan toch die dwangmatige aanvechting tot conventionele gezelligheid? En waarom heeft hij er geen last van?
Het patroon is niet altijd even helder. Ik ben van de boel aan de kant, in elk geval voor het oog. Opgeruimd staat netjes, de troep achter de kastdeur. Maar man is van de structurele aanpak. Boenen. Alles van zijn plaats en op z'n kop, ook als de schoonmaker net twee dagen eerder is geweest (die ik trouwens regel).
Weinig zaken zijn zo mistroostig als een zitkamer waar niets meer staat waar het hoort, waar kleden uitgeteld over de radiator hangen en de stofzuiger aanhoudend loeit. Dit is een vluchtelingenkamp, dit kan nooit de bedoeling zijn. Jawel, het moet echt schoon, vindt man. Mijn oppervlakkige benadering is meer van de schone schijn. Van het welwillende oog dat niet gaat speuren naar ongerechtigheden. Je kijkt bijvoorbeeld nooit onder het bed. Als student ging ik schoonmaken bij een mevrouw, en het trof dat zij er dezelfde opvattingen op nahield als ik. Van kranten stapeltjes maken, de prulletjes zo'n beetje leuk bij elkaar groeperen, de kranen blinkend oppoetsen en klaar. Zij blij en ik het geld waarmee ik mijn eigen schoonmaker betaalde. Want schoonmaken bij een ander is werk, schoonmaken bij jezelf is straf.
Is dit een mannelijke of een vrouwelijke zienswijze? Ik weet het niet. Vaak hoor je van (huis)vrouwen dat ze voor al hun gezwoeg zo weinig dankbaarheid ontmoeten. Dat zal best, maar ik geloof dat er weinig mannen zijn die schouderklopjes krijgen omdat ze alweer op hun werk aanwezig zijn, nu al voor het veertiende opeenvolgende jaar. 'Je bent er weer Bart, deze donderdag. Nee, voor ons is dat helemaal niet vanzelfsprekend.'
Het leed van de huisvrouw is voor een belangrijk deel het leed van de thuisblijver. Ook de thuiswerkende zzp'er die zijn eigen geld verdient, krijgt vroeg of laat het angstige vermoeden dat de wereld heel goed zonder hem kan. Haar. Het loopje naar de supermarkt wordt een uitje. En bij thuiskomst van geliefde hoor je jezelf opeens vertellen dat je die en die nog zag, en dat hij weer dat en dat zei. Op zo'n moment ben ik man en vrouw tegelijk. Ik zeg het, en laat zelf ook het afwezige kuchje horen dat de intense desinteresse verraadt.
