VN MediagidsHet chagrijn van Almere
11.05.2010
Op het eerste gezicht lijkt het uitstekend geregeld. De mensen die in Almere wonen, doen dat in grote meerderheid naar tevredenheid. En de mensen die niet in Almere wonen, willen er in meerderheid 'nog niet dood aangetroffen worden'.
Dat kon niet beter, ben je geneigd te zeggen, iedereen is op zijn plek en vermijdt zijn non-plek. Maar het zit toch ingewikkelder in elkaar, want de Almeerders die zo tevreden zijn met hun woonplaats, willen ook graag dat anderen dat zien en begrijpen en hen er zelfs een beetje om benijden. Zo gaat dat: de mooie auto wordt nog mooier als de buurman er een verliefde blik op werpt.
Die blik wordt Almere niet gegund. Of je kunt beter zeggen: die blik ontvangt Almere wel van buitenlandse delegaties, uit China bijvoorbeeld, die zwaar onder de indruk zijn van het groeivermogen van deze nieuwe stad, die toch de menselijke maat niet uit het oog verliest. Maar juist van de naaste buren - de mensen uit Het Gooi, uit Utrecht en vooral uit Amsterdam - juist van de lui die er het meest toe doen in het dagelijkse leven, ontvangt Almere vooral hoon. Dat kun je wijten aan de kortzichtigheid van de randstedelingen, want hun oordeel steunt meestal op een indrukwekkend gebrek aan kennis en eigen inzicht, maar steken doet het toch.
'Maar het is hier toch best leuk?'
'Nee,' bast het koor van omstanders unisono.
Dat tekent niet zozeer het verdriet, als wel het chagrijn van Almere.
- Het zou nooit meer helemaal goedkomen tussen de pers en Almere
Die verstoorde verhouding tussen gevestigden en buitenstaanders is er van meet af aan geweest. In 1976, het jaar dat de eerste bewoners van Almere officieel hun huissleutel in handen kregen, maakte Netty Rosenfeld voor de VPRO een documentaire over het nieuwe, Nederlandse polderwonder.
Het is belangrijk om te weten dat er al officieuze eerste bewoners waren voordat de officiële eerste bewoners hun ontvangstceremonie ondergingen.
In 1974 al werden gezinnen geselecteerd die het nieuwe gebied zouden inwonen, zoals je nieuwe schoenen inloopt. Daar was een politieagent bij, een verpleegster, een onderwijzer als ik me niet vergis: een mooie mini-afspiegeling van hardwerkend Nederland. Deze mensen waren echte pioniers: ze waren op elkaar aangewezen, want er was niets in die desolate polder.
Ja, zandstormen, zoals we die in de eerste Golfoorlog mochten zien.
Geregeld was er geen water en viel de elektriciteit uit. Eenmaal per week werden er boodschappen bezorgd uit de bewoonde wereld. Het kon toen nog: een survivalbestaan in Nederland.
Over deze mensen, die uit de geschiedenisboeken zijn gevallen, maakte Rosenfeld haar reportage, en die was niet onverdeeld juichend, zoals VPRO-reportages nu eenmaal nooit zijn. In elk geval voelden die Almeerse pioniers zich misbruikt, ze vonden het geheel tendentieus, niet waarheidsgetrouw et cetera, et cetera.
Zie hier: the sublime beginning. Het zou nooit meer helemaal goed komen tussen de pers en Almere. Drie weken geleden stond er een verhaal in NRC Handelsblad met als kop: 'De toekomst woont in Zwolle en Utrecht, en niet in Almere'. Dat komt hard aan, hier. Mensen vragen me: 'Kun jij daar nou niet een stukje tegenin schrijven?'
Ik haal mijn schouders op, en zeg: 'Hoe weet je nu of de toekomst woont en niet loopt of marcheert. Het is toch maar een slag in de lucht?'
Tegen dovemansoren.
Eens in de zoveel tijd schrijf ik ook een stukje in de plaatselijke AlmereVandaag. Een keer had ik me gepermitteerd wat feitelijke, maar minder flatteuze opmerkingen te maken over de dagelijkse voorbijgangers die het stadshart doorkruisen. Meteen reacties. Het minste dat ik te horen kreeg: 'Nou, dat had ook wel wat positiever gekund.'
Waarom is wat de Almeerders zelf ervaren ze niet voldoende?
Dezelfde vraag, maar iets breder gedefinieerd: hoe kan het dat Nederlanders in het algemeen zeer tevreden zijn met hun feitelijke leven, maar zeer ontevreden over de staat van het land waarin ze wonen? Waarom geven we uiteindelijk derden de schuld van een leven waarmee we zelf behoorlijk content zijn?
In die zin verbeeldt Almere het prototypische Nederland - veel meer dan Amsterdam, mijn andere, oude woonplaats. En dus is er maar één conclusie: wie aanhoudend schampert over Almere, lacht op het een na laatst zijn eigen land uit, en op het laatst zichzelf.
