VN MediagidsHet Malawi-virus
30.08.2008
Tien jaar geleden ging ik naar Malawi, en ik had nooit kunnen denken dat ik daar iets over de toekomst van Nederland zou leren.
Ik ging trouwens niet om op stranden te liggen want die zijn er niet, maar om te peilen hoe het in dat straatarme Oost-Afrikaanse land gesteld was met de vrijheid van meningsuiting. Sommige mensen vinden dat een luxeprobleem, want eerst vreten, dan de moraal – het historisch materialisme is er bij ons ingestampt – maar ik heb nooit begrepen waarom arme mensen die toch al weinig hebben ook nog eens hun mening moeten verliezen. Alsof daar de landbouwsector flink van opknapt.
Bovendien waren mening en vrijheid in het Malawi van de jaren negentig echte nieuwtjes. Tot 1994 regeerde daar Hastings Banda, een behoorlijk verknipte potentaat, type Mugabe, alleen met minder mensen om te terroriseren. Onder Banda was het mannen bij wet verboden om lang haar te dragen, vrouwen mochten zich niet in broek vertonen en de televisie had nooit haar entree gemaakt in het land, want daar deden de mensen maar rare ideeën van op. Er was één mening, die van Hastings Banda, en dus was er ook maar één krant nodig, en één radiozender. Zelf reisde Banda veel, hij sprak naast Engels ook vloeiend Frans, Hebreeuws, Grieks en Latijn. Hij kon in die klassieke talen een broodje bestellen – als er een broodje in de winkels lag natuurlijk.
Toen Banda gedwongen werd zijn alleenheerschappij op te geven en er een meerpartijenstelsel werd ingevoerd, waren er ineens twee, tien meningen en de kranten en vlugschriften waren niet aan te slepen.
Dat was de situatie die ik aantrof: overal kon je krantjes kopen die sterk deden denken aan onze stencilcultuur van midden jaren zeventig. Het zag er allemaal zo obscuur en vlekkerig uit, dat je meteen ging twijfelen aan het waarheidsgehalte.
Kennelijk gaan in mijn hoofd een behoorlijke opmaak en betrouwbaar nieuws samen. Ik heb nog even geprobeerd te denken: da’s een arrogant, westers vooroordeel. Maar nee, besloot ik toen, ik hou het toch maar bij mijn instinctmatige argwaan.
Het leek wel of alle tien miljoen inwoners van Malawi er een eigen krant op nahielden – en die deden weer allemaal denken aan Gamma-folders die de drukker had afgekeurd. Maar toch: wat een weelde, wat een vrijheid, wat een meningen. Mijn liberale hart stond al op het punt overuren te maken van verrukking, totdat ik die kranten ook daadwerkelijk ging lezen. Dat viel niet mee.
Weekblad X bracht met veel bombarie dat de minister van Defensie gisteravond was betrapt met de broek op zijn knieën en een naakte minderjarige jongen aan zijn zijde. Krant Y wist te vertellen dat nu juist de leider van de oppositie met zijn jeep in een greppel was gereden, waarin de politie tot haar verrassing ook drie voluptueuze dames aantrof, van wie niet een de wettelijke echtgenote bleek. En zo verder, en zo voort.
Lokale journalisten die ik ernaar vroeg, haalden hun schouders op. Nee, natuurlijk was dat niet allemaal waar, grote korrels zout, de ene partij verzon eens wat en de ander wilde er niet voor onderdoen. En ineens begreep ik dat er twee manieren zijn om de meningsvrijheid de nek om
te draaien:
1. de klassieke, dictatoriale methode: censuur, alles verbieden, inbeslagname, monddood maken, gevangenis.
2. wildgroei, overproductie, geen selectie, geen persoonlijke verantwoordelijkheid of waarheidsvinding, laat duizend leugens bloeien en controleer er geen.
Ik was gechoqueerd, maar er stiekem toch ook van overtuigd dat dergelijke misstanden alleen konden bestaan in zo’n raar, afgelegen land met nauwelijks democratische ervaring.
Wat niet zo is. Er bestaan in Nederland inmiddels twee parallelle journalistieke werelden: die, waarin selectie wordt toegepast en waarin met naam en toenaam iets wordt gevonden en geschreven. Daarnaast floreren de discussiefora, de chatruimtes en andere redactievrije internetplekken, waar ‘NSB’er’ zo ongeveer de mildste kwalificatie is die iemand ten deel kan vallen, en waar feiten, opinies en verzinsels een innige verbintenis zijn aangegaan.
Nee, het gaat niet om de tweedeling ‘reguliere media’ versus ‘nieuwe of internetmedia’, het gaat om de controleerbaarheid van de informatie, de verantwoordelijkheid voor het geschrevene, en de professionaliteit van het aanbod. Ik geloof steeds minder dat met de toename van mogelijkheden ook de vrijheid van meningsuiting wordt versterkt. Eerder constateer ik dat het Malawi-virus in opmars is. Alle desinformatie die niet wordt tegengesproken of gerectificeerd, tast de bonafide berichtgeving aan en holt die van binnen uit. Zo wordt alles van waarheid bij voorbaat arbitrair en een beetje twijfelachtig.
Je kunt de vrijheid van mening dus effectief om zeep helpen door overdosering. De Malawi-strategie werkt. Mij lijkt het geen wenkend toekomstperspectief, maar het is aan ons, journalisten en gebruikers, om een alternatief te verzinnen.
