VN Mediagids'Herbronnen'
Samenleving 12.12.2011
Er zal in Egypte worden scherp-geslepen – niet uit onwetendheid, maar vanwege nieuwe kennis
Zelden is er zo resoluut en hardhandig voor mij gekozen als die keer dat ik een nachtvlucht nam naar Caïro; bijna verlaten aankomsthal, nog één douaneambtenaar op zijn post. Dat gaat snel, iedereen mag doorlopen, tot ik aan de beurt ben: grondige bestudering van paspoort. Mijn gefotografeerde ik wordt argwanend vergeleken met mijn aanwezige, vermoeide ik. Douaneman roept van alles in het Arabisch, en schudt van nee. Ik spreek Engels, Frans, Duits nu ook en vraag wat het probleem is. Dat wordt niet helemaal duidelijk, maar dat paspoort van mij – no good.
Hij neemt mij mee, blijft op verhitte toon praten – dat trucje van mij dat ik zogenaamd geen Arabisch versta heeft-ie door – en zal mij na een korte, voor mij onverstaanbare ondervraging een paar uur opsluiten. Tegen het ochtendgloren verschijnt er iemand anders, die meer spreekt dan ‘no good’ en die na enige tijd toch geloof begint te hechten aan mijn Nederlandse nationaliteit. Na een kwartiertje is het bekeken: wil ik er in het vervolg niet zo Egyptisch uitzien, dat zorgt maar voor moeilijkheden.
Sinds die tijd is Egypte voor mij het land geweest waar ik ook had kunnen wonen, als ik het fatsoen had eens wat beter Arabisch te spreken. Zo’n land ga je vanzelf volgen, al was het maar omdat uit het beschreven misverstand ook een familiariteit spreekt, die alleen de zeer koudbloedigen naast zich neer kunnen leggen.
Dus houd ik die Egyptische verkiezingen nauwkeurig bij – voor zover dat mogelijk is bij uitslagen die verspreid over een paar maanden bekend worden. Hoe zou dat zijn, als Nederlander, dat je in november stemt en misschien eind februari, begin maart meer officieels hoort? Een wilde gok: volgens mij is het niet bevorderlijk voor het vertrouwen in de politiek.
Zoals het er nu heel voorlopig uitziet: een grote overwinning voor de Moslimbroeders, de salafisten die het nog veel beter doen dan voorzien was, en dan nog wat min of meer seculiere en liberale partijen, die afhankelijk zijn van de goedertierenheid van de Ware Gelovigen. Je begrijpt waarom in Egypte het secularisme een verdachte klank heeft – het riekt naar Mubarak, naar het leger – maar dat massale geloof in de terugkeer naar de bron van de islam is rampzalig. Je ziet voor je hoe de toeristenresorts aan de Rode Zee in verval raken, de hotels in Hurghada zich beperken tot water en brood, en hoe de piramides worden afgedekt vanwege hun afgodische werking. (Dat laatste dacht ik te verzinnen. Lees net dat de salafistische leider al-Shahat dit letterlijk heeft voorgesteld.)
Ik spreek die dag met dr. Elham Khalil, Egyptische van geboorte, gepromoveerd aan de Universiteit van Amsterdam. Ik zet mijn leesbril op en ze roept: ‘Ja, nu ben je helemaal een Egyptenaar.’
Het werkt nog steeds.
Tot 1970 woonde ze in Caïro, en naar eigen zeggen zag ze toen nooit hoofddoekjes op straat, laat staan nikabs en zwaarder geschut. Al die arme Egyptenaren, die als arbeidsmigrant naar de Golfstaten vertrokken en Saoedi-Arabië, namen niet alleen een beetje geld mee terug, maar ook een strikte interpretatie van het geloof – meer toegesneden op de woestijn dan op Egyptische miljoenensteden.
Wij spreken voor publiek in De Nieuwe Liefde, het jongste debatcentrum van Huub Oosterhuis in Amsterdam, waar ze nu juist op een ‘andere manier’ over de islam wil nadenken.
Maar Elham, Koptisch, klinkt pertinent en helemaal niet peinzend: ‘Voor de islam zijn wij, niet-moslims, allemaal kaffirs: mindere mensen, met beduidend minder rechten.’ Dat wijst toch eerder op eeuwenoud wantrouwen dan op Nieuwe Liefde.
Toch zegt Elham ook dat ze opgroeide in het Egypte van de gematigde islam. Wat is er gebeurd: de mensen geloofden zo’n beetje, dat was de gewoonte, maar in de loop van de twintigste eeuw kwam de stroming op gang die terug wilde naar de fundamenten van de islam, zoals dat in christelijk Amerika gebeurde met het christen-fundamentalisme. Terug dus naar de letter van de wet – en daardoor werd het dagelijkse leven er niet losser op.
In het Nederlands klinkt het zo aandoenlijk, dat ‘herbronnen’, maar in de woeste praktijk is het een recept voor religieus fanatisme. Ik denk nu terug aan ‘onze’ reformatie, en hoe bloedig en beeldbestormend die ook verliep. Het kostte eeuwen om tot een leefbaar vergelijk te komen tussen protestanten, katholieken en joden, terwijl in Nederland iets werd ontwikkeld dat in Egypte onbekend is: een democratische cultuur.
Er zal daar worden scherpgeslepen – niet uit onwetendheid, maar juist vanwege nieuw verworven kennis. De drukpers is net uitgevonden, ook leken houden het niet bij reciteren maar pluizen de Koran zelf uit, en de analfabeten krijgen aanschouwelijk uitgelegd wat de orthodoxe bedoeling is.
De pragmatische gewoonte van het geloof op z’n janboerenfluitjes – dat is daar nu even voorbij.
