VN MediagidsHeilig leed

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

09.05.2009

Door Stephan Sanders

'Je bent zo jong als je je voelt' – dat is de voluntaristische positie, het idee dat je met een beetje sterke wil je geboortejaar naar je eigen hand kan zetten. Maar je bent natuurlijk zo oud als de geschiedenis die je met je meedraagt, 
en in mijn geval betekent dat: ik ben in elk geval niet jong meer, al lange niet.

Hoorde van het onderzoek onder jongeren naar de betekenis van 4 en 5 mei, waarbij het overgrote deel vertelde Bevrijdingsdag veel belangrijker te vinden dan de Dodenherdenking. Ik vind dat niet schandelijk of zorgelijk, maar vooral onvoorstelbaar. 4 mei: dat is je ware, 5 mei bungelt er zo’n beetje bij. Nederland had toch al weinig te vieren, en nog minder om trots op te zijn, in die meidagen van 1945. Zo is het er bij mij ingestampt, vooral door moeder, die haar vader en jongere broertje verloor in de oorlog, en zo net na de officiële bevrijding in een ziekenhuis lag met wat toen nog een zenuwinzinking heette, en nu een psychose zou heten.

Dat verdriet heeft ze later hartstochtelijk geprobeerd niet op mij over te dragen, maar precies in haar verkramping herkende ik elk spoor, en ik leed als ‘riddertje van moeder’ mee.

Misschien is het wel goed dat het merendeel van de jongeren tegenwoordig die ballast niet meer voelt, maar het bindt mij des te sterker aan het verleden en maakt me een exoot wanneer Nederland op 5 mei loopt te housen. Dat leed van de oorlog is voor mij ‘heilig leed’ en daar moet je erg mee oppassen, zeker als je niet gelovig bent. Voor mij zijn het de joden en ook wel de verzetsmensen die ik herdenk, en het spijt me, mijn gedachten gaan nooit naar de jongens en meisjes die in Bosnië zaten. Ook denk ik niet aan de homoseksuelen die omkwamen, en dat komt weer omdat het hier om een gering aantal ging, zeker in vergelijking met de Shoah.

Ik moest laatst een praatje houden bij de opening van een expositie: 'Wie kan ik nog vertrouwen', en daarin wordt het lot van homo’s behandeld in nazi-Duitsland 
en bezet Nederland. Even wat cijfers: er zijn duizenden homo’s opgepakt in Hitler-Duitsland, en zo’n zes- à 
zevenduizend omgekomen in de kampen. Dat zijn er 
zes- à zevenduizend te veel, maar ik vind dat je daar geen homo-Holocaust uit moet peuren. In Nederland is het nog ingewikkelder: ook daar werden homo’s vervolgd 
– wat overigens geen breuk betekende met de Colijn-jaren – maar de homo’s die werden omgebracht, waren toch vooral joden of verzetsmensen die toevallig ook nog eens homo waren.

Ik kan me herinneren dat de homobeweging in de jaren tachtig een verbeten jacht instelde op de vele homo-slachtoffers die Nederland in 1940-1945 te betreuren zou hebben. Er werd een goeie, jonge historicus op gezet, die gelukkig niet van het ideologische soort was, en hij moest na gedegen onderzoek constateren: geen duidelijke gevallen van homo’s die waren omgebracht om het enkelvoudige feit van hun homoseksualiteit. Ik vond en vind die neiging om per se maar bij die Holocaust in de buurt te willen komen onsmakelijk en ongepast. En bovendien volmaakt onnodig.

Het echte leed van de homo’s is, dat de homoseksuele Duitsers die de kampen overleefden na 1945 niets over hun ervaringen konden of durfden te vertellen. Want het bleven gewoon viezeriken, tot diep in de jaren zestig en zeventig. Dat was niet het gevolg van ‘homofobie’ zoals we dat tegenwoordig eufemistisch moeten noemen, maar van homohaat.

Die haat bestaat nog steeds, in verschillende soorten en maten. Van streng gereformeerden mag het niet, maar voor heel gewone, middle of the road-moslims kan het reden zijn iemand voorgoed te verstoten of zelfs te vermoorden. Het kan anders: ik heb zelf ooit een moslimvriendje gehad uit Algerije, en zijn moeder die geen woord Frans sprak, aaide me over mijn toen nog bestaande haar en dat was dat. Er werd geen woord aan vuilgemaakt. Maar ik weet niet hoeveel jonge homo’s er zijn uit moslimgezinnen, ook in Nederland, die voor de keuze staan: openlijk homo zijn en geen vrienden en familie meer overhouden, of zwijgen en buigen en een meisje vinden om mee te trouwen, die daar ook weer reuze ongelukkig van wordt.

Daarom kan ik me zo kwaad maken over die betaalde aanstelling van Tariq Ramadan in Rotterdam, de man die vindt dat je moslimhomojongens niet moet bespugen (valt dat even mee), maar toch, helaas, wel als ziek moet blijven zien.

Hij wordt geholpen en gesteund door de PvdA en GroenLinks in die stad – want die hebben kennelijk onder de minderheden allang de mindere minderheden ontdekt, en dat zijn de homo’s.
Kijk, daar ligt het schandaal.