VN MediagidsHalf om half

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

28.07.2007

Door Stephan Sanders

Deze week ontving ik een mail van R., mijn halfzuster, zoals dat zuinigjes heet. Om het nog schraler uit te leggen: wij delen dezelfde baarmoeder. Zelf vind ik het beter de termen ‘stief’ en ‘half’ te vermijden, maar dat lukt me nog niet. Half zuster: het klinkt alsof het maar half waar is. En dat bevalt me voorlopig, dat biedt een vreemd soort bescherming.

Half om half

Die mail van R. zat verstopt tussen het dagelijkse aanbod van de New York Times en zoekallehuizen.nl, maar dat was bedrieglijk, want zo gewoon was het niet. Het was de eerste mail die ik van R. ontving. Het was het eerste, directe teken van leven.

Ik weet nu al zo’n vijftien jaar dat ze bestaat, een halfzuster aan het andere kant van de wereld, waar zij pal naast de vrouw woont die mij baarde en die haar moeder is. Sommige kinderen komen gelegen, anderen minder. Ik heb in die tijd wel eens gedacht, weet je wat, ik bel haar, schrijf haar, maar ik vertrouwde mijn motieven niet, omdat naast nieuwsgierigheid ook wrok een woordje meesprak. Ik wist dat de vrouw die mij baarde in Nieuw-Zeeland woonde, met haar nieuwe echtgenoot en een dochter die uit die verbintenis voorkwam, maar ik wist ook dat in dat ongetwijfeld vredige, Nieuw-Zeelandse gezinnetje niemand van mijn bestaan wist, behalve dan de vrouw des huizes, die haar kaken stevig op elkaar klemde om haar vrome moslimman en haar minstens zo vrome moslimdochter niet voor het hoofd te stoten.
Die strategie was niet geheel onbegrijpelijk, al werd zo toch iemand voor het hoofd gestoten, namelijk ik. Het is geloof ik niemands droom een invisible man te zijn, en ik kreeg de neiging om mij ontiegelijk te doen gelden door te bellen en te vragen naar die vrome halfzuster van mij, en haar dan haarfijn uit de doeken te doen dat ik er was en dat ik ook nog iets van haar was.

Niet gedaan, uit prudentie en ook uit zelfbescherming.

Want de vrouw die mij baarde, had mij twee keer niet gewild, eenmaal als baby en eenmaal als volwassen dertiger, zij had mij op het hart gedrukt nooit contact op te nemen, want haar hele gezin zou instorten, haar man zou haar verlaten, haar dochter zou zich van haar verwijderen, zodra dit vieze geheimpje uitkwam.

Ik vond dat in mijn meer wraakzuchtige momenten helemaal niet zo’n onverdraaglijk vooruitzicht, maar eigenbelang weerhield mij, want wat zou er gebeuren als ik mij bekend maakte tegenover deze halfzuster en die zou, net als haar moeder zeggen: ‘O, maar jij bestaat niet voor ons, je bent een bastaard, een niet-moslim en nog homo ook.’

Dit lijkt overdreven bevreesd, maar zo heeft de vrouw die mij baarde het me letterlijk voorgespiegeld. Ik kon niet uitmaken of ze een Realpolitiker was of pokerde en blufte, maar ik besloot: je kan niet iemand missen die je om te beginnen niet eens kent. En zo bleef die halfzuster een fantoom, dat ergens bestond in een andere, vierde dimensie. Zij stond in ieder geval mijlenver af van zoekallehuizen.nl.
Totdat ik een paar maanden geleden via-via hoorde (‘via-via’ is hier een afkorting voor een lang verhaal) dat de halfzuster geïnformeerd was en zelfs om mijn e-mailadres had gevraagd.

Ik wachtte, maar mailde zelf niet, want via het internet had ik uitgevonden dat halfzuster R. actief is in zo’n beetje alle moslimorganisaties die Nieuw-Zeeland kent. Voorzitster, key speaker, spokesperson – overal was zij zwaar behoofddoekt te vinden, en de rechtzinnigheid van haar religieuze boodschap kon ik niet inschatten, maar vreesde ik wel.

De ‘van een hoog gebouw, met het hoofd naar beneden’ rechtzinnigheid.

Ik dacht, dat kan wel wachten.

En zie, ik kreeg mail, prachtig, beetje plechtstatig Engels, purple prose: halfzuster verontschuldigt zich dat het zo lang duurde voordat ze schreef, want ze wilde de perfecte mail schrijven, op het perfecte, bezonnen moment, zodat ze uiteindelijk begreep: dat komt er nooit van, op die manier.

Ze groet met ‘Salaam’ en ik groet net zo hartelijk terug met ‘Love’ en dat ik niet van de islam ben.

On writing terms zijn wij. En waarom moet dat nu meteen in dit stukje openbaar worden gemaakt?

Het is een tic van geadopteerden: als een jachthond met een konijn in de bek, zo bijten wij ons vast in bio-verbanden, vader, moeder, zuster en apporteren triomfantelijk aan de wereld.

Kijk, wij horen er echt bij.